Homer Simpson: een persiflage of verpersoonlijking van Amerika?

Zijn baan als falende veiligheidsinspecteur in een lekkende kerncentrale en zijn bijna tweehonderd bijbaantjes, maken het analyseren van Homer’s economische status ingewikkeld.

Homer Simpson op een screenshot uit het item van Vox.com Beeld: YouTube

In de 618 afleveringen die The Simpsons rijk is, zijn de makers opvallend karig met het bieden van een daadwerkelijk inzicht in de economische situatie van Homer. Staat de pater familias ondanks een absurd curriculum vitae een beetje voor wat Amerika werkelijk is?

Honderdeenennegentig. 191. Zo’n beetje iedereen, ook als je The Simpsons niet kijkt, weet dat Homer Simpson als falende veiligheidsinspecteur werkt in een lekkende kerncentrale. En dat al 27 seizoenen lang. Maar daarnaast heeft hij dus bijna tweehonderd - vaak belachelijke - bijbaantjes gehad. En dat maakt het analyseren van Homer’s economische status ingewikkeld.

Vox ging er eens goed voor zitten en vond pas in 1995, toen de show al aan z’n zesde seizoen toe was, een eerste duidelijke verwijzing naar hoe het huishoudboekje van het gezin-Simpson er uit zou kunnen zien. Homer erkent in de 23ste aflevering van die betreffende jaargang dat hij zichzelf tot de zogenoemde Amerikaanse middle class rekent. Opvallend, want bijvoorbeeld IMDb zet het gezin weg als working class, iets dat in de Amerikaanse klassestructuur qua opleiding en inkomen een significant verschil representeert.

Uitspattingen

Niet gek overigens, want Vox berekent dat ruim een derde van Homer’s baantjes binnen de working class loonschaal vallen. Sommige van zijn toevoegingen aan een kleurrijk cv, zoals silhouetmodel of assistent bij midgetgolf, zijn bovendien lastig in te delen. Maar Vox nam het erg serieus en het lukte: een van zijn meestverdienende jobs waren huurmoordenaar (120.700 dollar) en CEO van de kerncentrale (bijna 1 miljoen) waar hij toch al werkte.

Zijn reguliere baan bij de Springfield Nuclear Power Plant brengt, na aanpassing op inflatie, 33.533 euro per jaar in ’t laatje. Dat, en al zijn uitspattingen naar boven maar vooral beneden op de salarisladder, leveren een opvallende conclusie op: