Els Borst en het nee, tenzij-principe

Een mailbox vol brieven had ik na mijn column van vrijdag over de Donorwet en de keuzedwang van D66. Veel instemmende geluiden, maar ook twijfelende en boze lezers. De overheid dwingt mij toch al tot persoonlijke keuzes, schrijft Geert Henk Wijnants uit Den Haag. Hij noemt op: belasting betalen, autogordels dragen, ziektekostenverzekering afsluiten. Dat klopt, met die bepalingen richten we onze samenleving in en ze stoppen als we dood gaan. Orgaandonatie treedt pas daarna in werking.

Een paar lezers schrijven dat ze hopen dat, als de wet niet door de Eerste Kamer komt, het ‘voor wat hoort wat’-systeem wordt ingevoerd. Het idee daarachter: alleen een orgaandonor heeft als die in nood is het recht op het orgaan van een ander. „Juridisch komt dat neer op discriminatie”, las ik in Ik laat mijn hand niet sturen van gezondheidsjurist Henriette Roscam Abbing. „Stel, ik kan geen orgaan doneren want ik heb de een of andere ziekte. Kom ik dan niet voor een orgaan in aanmerking?”

Henriette Roscam Abbing, emeritus hoogleraar, heeft als raadadviseur minister Els Borst (Volksgezondheid, D66) geadviseerd bij twee gevoelige medische wetten: de Wet op de orgaandonatie van 1996 en de Euthanasiewet van 2001. Essentieel voor Borst was daarbij steeds de overweging: de betrokkene heeft het laatste woord over het eigen lichaam.

Roscam Abbing – kort rood haar, een brede lach en een kleine blauwe zegelring aan haar linker ringvinger – herinnert zich het kleine kamertje waar ze twee dagen in de week zat „als horzel”, naast directeur-generaal Joop van Londen. „Een onafhankelijke en maatschappelijk voelende man.” Met Els Borst was ze „over veel dingen gelijkgestemd”, al was ze zelf geen lid van een politieke partij.

Roscam Abbing wees de minister op het gevaar dat organen genetische afwijkingen kunnen overbrengen. Dat bloed soms virussen in zich draagt. Wie is daarvoor aansprakelijk? En hoe kun je voorkomen dat er illegale handel in organen ontstaat? Ze maakte risicoanalyses en toetste wetsvoorstellen aan het gezondheidsrecht.

Zelf was en is ze voor het principe dat een burger zelf kiest donor te worden, en zo werd het destijds ook ingevoerd. Waar ze lang met Borst over sprak: hoe zorgen we ervoor dat voldoende Nederlanders bereid zijn na hun dood organen te doneren? „Er werd besloten tot een grote voorlichtingscampagne”, zegt Roscam Abbing nu. „Zo wisten burgers precies wat de voor- en nadelen waren.” Dat hielp ze te overtuigen.

Maar de campagne zakte in en direct stagneerde de toestroom. Ze vraagt zich af waarom de overheid niet eerst een nieuwe campagne is begonnen alvorens de wet te veranderen. „Ik heb al jaren geen verzoeken meer gekregen.”

Jutta Chorus (j.chorus@nrc.nl; Twitter: @JuttaChorus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.