Eigen risico? Dat vind ik heel sociaal

Interview Edith Schippers

Ze kreeg gedaan wat tal van voorgangers niet lukte: de groeiende zorgkosten remmen. Maar iemand betaalt de rekening, zegt de minister van Volksgezondheid, dus er is geen ‘gratis ijs’.

Foto Thijs Wolzak

Met een rolkoffer komt minister Edith Schippers (VVD) het zaaltje op Schiphol binnen, gekleed in een witte zomerbroek. Twintig minuten eerder is ze geland met een vlucht uit Rio de Janeiro.

Schippers was in Brazilië voor de Paralympische Spelen. Fantastisch vond ze het, „nog mooier dan de echte Olympische Spelen”. Eigenlijk had ze nog wel langer willen blijven. Maar ja, dinsdag is het Prinsjesdag – en daar kan ze niet ontbreken. Het is Schippers’ zesde begroting als minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport. En vermoedelijk haar laatste. Niemand in Den Haag denkt dat ze in een volgend kabinet terugkeert op dit departement.

In die zes jaar leverde Schippers een opmerkelijke prestatie: ze wist, voor het eerst in decennia, de groei van de zorgkosten af te remmen. Komend jaar geeft het kabinet 75,4 miljard euro aan zorg uit, staat in de gelekte Miljoenennota. Maar als percentage van het bruto binnenlands product zullen de zorgkosten voor het vierde jaar op rij dalen.

De sleutel tot Schippers’ succes? De uitgavenplafonds die ze afsprak met verschillende sectoren, zoals ziekenhuizen en de ggz. Een verhoging van het eigen risico tot 385 euro per jaar. En een ingrijpende stelselwijziging, gekoppeld aan een bezuiniging: gemeenten kregen de verantwoordelijkheid voor jeugd- en ouderenzorg – en minder geld daarvoor.

Ingrijpen in de zorg was „absoluut nodig om sociale voorzieningen houdbaar te houden”, zegt Schippers. „Volgende generaties kunnen ook rekenen op het sociale vangnet dat er nu staat. Dat vind ik echt een prestatie.”

Veel burgers denken daar anders over. Er is grote onvrede over de zorg, blijkt uit onderzoek – met name over de thuis- en ouderenzorg. Er ging dan ook veel mis. Problemen bij Veilig Thuis, het nieuwe meldpunt voor kindermishandeling. Gemeenten die de huishoudelijke hulp voor inwoners afschaften, waarna de rechter eraan te pas moest komen. En, niet te vergeten, de chaos bij de uitbetaling van persoonsgebonden budgetten.

Schippers geeft toe dat de stelselwijzigingen en bezuinigingen van dit kabinet hebben geleid tot onzekerheid. „Natuurlijk zijn er dingen misgegaan, en dat is heel vervelend. De ene gemeente heeft meer bestuurskracht dan de andere. We moeten zorgen dat ze allemaal op een goed niveau komen.”

Hoort het nu eenmaal bij zo’n stelselwijziging dat er kinderen en ouderen zijn die even geen goede hulp krijgen?

„Nee, natuurlijk niet. Zodra we daar signalen over krijgen, gaan we ermee aan de slag. We hebben teams opgericht om de praktijk te verbeteren. We hebben veertig jaar stelseldiscussies gevoerd, en dat kunnen we nog veertig jaar doen, maar dat helpt de patiënt niet. Wat de patiënt helpt, is dat we voorzieningen betaalbaar houden, en dat we problemen oplossen.”

Is dat hogere doel, sociale voorzieningen betaalbaar houden, belangrijker dan deze individuele gevallen?

„Het wás vaak al niet goed geregeld. In de jeugdzorg hebben drie onderzoekscommissies geconcludeerd dat het niet goed ging. We zagen dramatische incidenten. Als je iets verandert dat goed loopt en er komen problemen – dat is iets anders dan wanneer het al slecht loopt.”

Heeft de decentralisatie gezorgd voor ongelijkheid, omdat het voor de zorg die je krijgt nu uitmaakt waar je woont?

„Het verschilde al per gemeente. Problemen in Friesland waren al anders dan in Amsterdam.”

Sommige gemeenten gaven helemaal geen huishoudelijke hulp meer. De rechter moest dat terugdraaien.

„Ja, en de rechter deed dat op basis van onze wet. We hebben niet gezegd: gemeenten, zoek het maar uit. De rechter heeft met onze wet in de hand helder gemaakt dat mensen recht hebben op huishoudelijke hulp. Al is het vervelend dat dit moet gebeuren.”

Het eigen risico in de zorg blijft ook volgend jaar 385 euro. Is dit het maximum dat je van mensen kunt vragen?

„Er zijn geen plannen om het te verhogen. Hoe een nieuw kabinet daar na de verkiezingen mee omgaat, weet ik natuurlijk niet. Ik vind 385 euro eigen risico goed te verantwoorden. Het maximale verschil tussen iemand die extreem veel gebruik maakt van zorg en iemand die nooit zorg nodig heeft, blijft 385 euro. Ik vind dat heel sociaal. Als je in Nederland een dure ziekte hebt, hoef je nooit een lening af te sluiten of een extra hypotheek.”

Veel partijen willen van het eigen risico af. Is dat realistisch?

„Als je vraagt: ‘wilt u gratis ijs?’, dan zegt iedereen: ‘nou, hartstikke lekker’. Ik vind dat te veel partijen doen alsof zorg gratis is. Dat zou ik ook wel willen, maar ergens moet iemand betalen. Wie iets zegt af te willen schaffen zonder te vertellen waar die kosten terechtkomen, geeft geen eerlijke voorstelling van zaken. Als je het eigen risico afschaft, gaat de premie die mensen voor hun zorgverzekering moeten betalen jaarlijks met zo’n 284 euro omhoog. Dát is het eerlijke verhaal.”

Uit onderzoeken blijkt dat het eigen risico bij burgers tot veel onzekerheid leidt, soms zelfs tot zorgmijding.

„Er zal altijd protest zijn tegen eigen betalingen. Maar ze zijn belangrijk om de zorg betaalbaar en solidair te houden. Het eigen risico is maar één keer met 130 euro omhoog gegaan. Dat was na het Lenteakkoord in 2012. Een akkoord gesloten door vijf partijen, waaronder GroenLinks. Die willen het eigen risico nu afschaffen, maar ze hebben het destijds zelf verhoogd.”

Edith Schippers opende het politieke seizoen, en de verkiezingscampagne, twee weken geleden met een opmerkelijke toespraak in de Rode Hoed in Amsterdam. In de jaarlijkse H.J. Schoolezing waarschuwde ze dat de Nederlandse cultuur „sluipenderwijs” wordt aangetast door mislukte integratie en conservatieve islam. Ze pleitte voor een „vrijheidscoalitie” om verworvenheden te verdedigen. En ze nam het op voor migrantenvrouwen die in de praktijk minder rechten hebben dan Nederlandse vrouwen.

Ze heeft „massaal” reacties gekregen op haar toespraak, zegt Schippers. „Ik ben nog nooit zo vaak op straat aangesproken, met name door vrouwen. Ik krijg ook ontzettend veel reacties van moslima’s. Ze vertellen me met tranen in hun ogen hoe belangrijk deze lezing voor hen is.”

In NRC schreef socioloog Jan Willem Duyvendak: Schippers generaliseert door te spreken over „onze cultuur” versus „andere culturen”.

„Ik wist dat die kritiek zou komen. Maar dit is nou precies waar ik me tegen verzet. Er is een stroming in Nederland die onze eigen cultuur wegrelativeert, terwijl de cultuur van anderen als absoluut wordt gezien.”

Kunt u een voorbeeld geven?

„Meisjesbesnijdenis. Daar heb ik een aantal jaren geleden een felle discussie over gevoerd met iemand op straat. Die zei: dat hoort bij hun cultuur, dus dat moeten we in Nederland ook accepteren. Ik vind die relativering onbegrijpelijk. Dan denk ik: dat kun jij wel vinden, maar wie vraagt eigenlijk naar de mening van dat meisje?

„Veel van onze nieuwe Nederlanders komen uit samenlevingen waarin vrouwen een onderdanige positie hebben. Je kunt wel zeggen: dat is hun cultuur, maar wij hebben ons ook niet voor niets daaruit geknokt. Mijn oma droeg ook een kapje, is ook zo’n argument. Dat kan zo zijn, maar daar hebben we ons toch uitgevochten?”

De kritiek is: Schippers doet alsof Nederland al eeuwen voorbeeld van tolerantie is, terwijl we onszelf pas kort geleden hebben bevrijd van onderdrukking.

„Wat is dat nou voor argument? Wat zeg je dan tegen moslimvrouwen die niet zonder hoofddoek de straat op mogen? Joh, het heeft even tijd nodig? Jij mag van je man geen opleiding volgen, maar over dertig jaar komt het wel goed? Ik vind dat bezopen.”

In uw lezing zegt u: we moeten af van het rechtse heilige huisje dat asielzoekers niet mogen studeren of werken. Wat vindt [VVD-fractievoorzitter] Zijlstra daarvan?

„Dat moet u aan Halbe Zijlstra vragen. Het gaat mij hierom: mensen die de stap naar Nederland hebben gemaakt, hebben daar behoorlijk wat power voor nodig gehad. Ze zitten vol idealen en toekomstplannen. Dat moet je vasthouden. Het kan best zijn dat iemand terug moet, nou, dan heeft hij of zij z’n talenten ontwikkeld. Kan diegene thuis gebruiken. Je moet al tijdens de asielprocedure een beroep doen op zelfredzaamheid. Je kan mensen niet jarenlang totaal afhankelijk maken, en dan ineens zeggen: zo, nu verwachten we weer zelfredzaamheid!”

Hoe zie u dat voor zich?

„Als een gezin hier binnenkomt, vraag je: mevrouw, wat heeft u voor plannen? Welk vak wilt u leren? Iemand moet zijn vak kunnen uitoefenen, maakt me niet uit of het betaald of onbetaald is. Het gaat erom dat je mensen hun tijd niet in ledigheid laat doorbrengen. Aan de slag.”

In uw partij, de VVD, is dit tot nu toe onbespreekbaar.

„Ik heb ook gehoord: wat wil Schippers met die speech, ze zit toch in het kabinet? In Nederland moet je altijd een tienpuntenplan hebben. Maar dit is een oproep over alle partijen heen. Als we de integratie van migranten de komende 25 jaar doen zoals de afgelopen 25 jaar, dan hebben we een groot probleem. Stap eens uit je eigen kleine politiek, over je toevallige coalitie, en pak dit samen aan.”

Maakt u zich wel eens zorgen over de verruwing in het debat en op sociale media?

„Dat is aan de orde van de dag.”

Is de politiek hiervoor medeverantwoordelijk, qua taalgebruik?

„In andere landen zie ik parlementariërs soms vechtend met elkaar door de zaal rollen en stoelen gooien. We doen het dus nog behoorlijk netjes. Onacceptabel zijn de bedreigingen en valse beschuldigingen op sociale media. Door al die scheldpartijen krijg je nooit meer een dialoog.”

Zou u zelf ook ‘pleur op’ hebben gezegd, zoals premier Rutte?

„Ieder vogeltje zingt zoals het gebekt is. Toen een cameraploeg was bedreigd, heeft de minister-president zijn gevoelens van woede weergegeven. Ik heb het op mijn manier gedaan.”