Meesteroog voor rauw relatieleed

Edward Albee (1928-2016) De naam van Albee zal voor altijd verbonden blijven aan het huwelijksdrama aller huwelijksdrama’s, Who’s Afraid of Virginia Woolf? (1962). In zijn leven won Albee tot driemaal toe een Pulitzer Prize.

Edward Albee, die vrijdag op 88-jarige leeftijd overleed, op een foto uit 2010. Foto Reuters

Het toneelleven van Edward Albee begon in derderangs schouwburgen en vaudeville-theaters. In die kringen leerde hij de acteurs en actrices kennen die hij beschouwde als zijn familieleden, want een echte eigen familie bezat hij niet. Op vrijdag 16 september is de Amerikaanse toneelschrijver op 88-jarige leeftijd overleden in zijn huis op Long Island in de staat New York. Albee leed al geruime tijd aan diabetes.

De naam van Albee zal voor altijd verbonden blijven aan het huwelijksdrama aller huwelijksdrama’s, Who’s Afraid of Virginia Woolf? (1962) – beroemd geworden dankzij de verfilming met Elizabeth Taylor en Richard Burton.

‘Ik ben je echte moeder’

Twee weken na zijn geboorte in Washington DC werd Albee door zijn moeder ter adoptie afgestaan. Zijn vader heeft hij nooit gekend. Pas in 1989, na de dood van zijn pleegmoeder, kreeg hij de adoptiepapieren onder ogen. Daarin staat dat zijn werkelijke moeder Louise Harvey heet. Aan zijn pleegouders heeft hij de naam Albee te danken. In een interview met NRC zei hij altijd te hebben blijven gehoopt dat er „eens een vrouw naar mij toe zou komen met de woorden: ‘Ik ben je echte moeder’.”

Lees ook het interview met NRC: Ik bedenk personages, geen plot

Albee begon al jong met schrijven. Zijn oeuvre telt zo’n dertig stukken, waaronder het debuut The Zoo Story (1958), The Death of Bessie Smith (1959), A Delicate Balance (1966) en The Goat, or Who Is Sylvia? (2000). Driemaal won hij de Pulitzerprijs voor drama, onder meer voor Three Tall Women (1991). Zijn meesterproeve Who’s Afraid werd daarvoor weliswaar genomineerd, maar kreeg de bekroning niet vanwege de expliciete seksuele scènes. Het was, in de ogen van de jury destijds, „a dirty play”.

Edward Albee ontvluchtte op jonge leeftijd het kille pleeggezin waarin hij opgroeide en sloot zich aan bij de artistieke wereld van Greenwich Village. Hij bezocht homobars en ontdekte daar zijn homoseksualiteit, waar hij zijn leven lang openlijk voor uitkwam. In die tijd had hij ook tal van baantjes, onder andere als telegrambezorger. Eens moest hij mensen het telegram bezorgen waarin stond dat hun kind was verongelukt. Dat motief inspireerde hem later tot de slotscène van Who’s Afraid.

Grimmiger en grotesker

Albee is geen schrijver van hecht geconstrueerde plots. Hij plaatst zijn personages in situaties die steeds grimmiger en grotesker worden. Als plaats van handeling kiest hij graag het huwelijk of gezin: gevangenissen waar mensen op elkaar zijn aangewezen in een zelden te ontwarren mengeling van liefde en haat.

Albee bezocht in de jaren tachtig en negentig regelmatig Nederland, waar hij een masterclass theater gaf. Ook regisseerde hij zijn eigen stukken.

Twee jaar na de première op Broadway werd Wie is bang voor Virginia Woolf? door de Nederlandse Comedie opgevoerd in een inmiddels legendarisch genoemde vertolking door Han Bentz van den Berg en Ank van der Moer. Sindsdien is het stuk niet meer weg te denken van het Nederlandse repertoire en krijgt het bijna jaarlijks nieuwe uitvoeringen. Hoewel Albee besefte dat hij rond zijn dertigste een onverwoestbaar stuk schreef dat hem zijn leven achtervolgde, bleef zijn werkkracht vitaal. Een van zijn recente stukken is De geit, of wie is Sylvia? (2004) over de genegenheid van een man voor een dier. Zelf zei Albee erover dat het stuk gaat over „de mystiek van de liefde”.