Bakkersknecht

CULRoosmalen 1

Met de uitkering die Rapper Boef mogelijk genoten had, kwam de Wajong weer negatief in het nieuws. Begin dit jaar was dat ook al zo, toen bleek dat de nietsnutten (en aanstaande tienervaders) Freddy en Toni die meededen aan het BNN-programma Vier handen op een buik een Wajong-uitkering hadden. Officieel is een Wajong-uitkering bedoeld voor gehandicapte jongeren zonder uitzicht op werk.

Ik kende ook een ‘wajonger’.

Mijn jongere broertje.

Van mijn vader moest ik over hem liegen. Als ze me naar hem vroegen moest ik van hem zeggen dat hij bakkersknecht was. Het werd dan vaak over en weer schreeuwen.

Want hoezo ‘bakkersknecht’?

„Dan vragen ze niks”, wist mijn vader uit ervaring, hij was zelf ook ooit bakkersknecht geweest.

De waarheid was dat mijn broer broodjes smeerde bij de Blizo, maar vaak wist ik ook niet wat hij deed. Dan pakte hij kerstpakketten in bij een sociale werkplaats, dan weer stopte hij lp’s in hoezen, een week later bracht hij ergens anders koffie rond, maar meestal zat hij alleen thuis. De waarheid was ook dat bijna niemand ooit naar hem vroeg.

Vanwege zijn suikerziekte heeft mijn broer last van veel organen, en heeft hij nog maar één oog. Een slecht oog bovendien, dat alleen met een loep en heel veel moeite de krant kan lezen. En dan zijn er nog de angsten en wanen. Een onschuldige zin tegen of over hem wordt in zijn hoofd al snel een hoofdstuk en voor je het weet durft hij de straat niet meer op, of moet hij halsoverkop verhuizen omdat hij denkt dat iedereen het over hem heeft.

Je kunt daar veel van vinden, maar een sociaal leven krijg je er niet van. Ons contact beperkt zich tot Kerstmis, de verjaardag van mijn moeder en soms een moeizaam telefoongesprek. Via mijn moeder liet hij weten veel over onze verhouding te piekeren, andersom denk ik veel minder aan hem.

Vorige week wel, want de Wajong was in het nieuws.

Ik ergerde me aan mensen die denken dat je van een Wajong-uitkering in een dure auto kunt rijden en ik dacht aan alle Kerstmissen dat hij van tafel liep, om huilend om zichzelf op de trap te gaan zitten. Met de roep om strengere controles herinnerde ik me dat hij wel ooit een ambtenaar over de vloer kreeg die pas wegging als hij de vraag ‘Wat kunt u wel?’ had beantwoord.

Je zou willen dat ze allemaal zo behandeld werden.

Marcel van Roosmalen heeft op deze plek een wisselcolumn met Ellen Deckwitz.