Is de schade van de crisis definitief voorbij?

De economie in 2017

Zonder Brexit en met meer aardgaswinning had het nog beter kunnen gaan met de economie. Maar 2017 wordt niet slecht, staat in een verslag van het CPB, dat vandaag samen met de begroting wordt gepresenteerd.

Mark Rutte staat de pers te woord nadat hij aankondigde opnieuw premier te willen worden. Robin Utrecht/ANP

Is de schade van de crisis definitief achter de rug? Tegelijk met de begroting voor 2017 publiceert het Centraal Planbureau (CPB) dinsdag de zogenoemde Macro-Economische Verkenning (MEV). Daarin staan de prognoses voor de economie van 2017, die de context vormen voor de Miljoenennota.

Aan goed nieuws is geen gebrek. Al eerder suggereerde het Centraal Bureau voor de Statistiek dat Nederland zich in een fase van hoogconjunctuur bevindt. Dit jaar groeit de economie volgens het CPB met 1,7 procent. Volgend jaar staat datzelfde percentage in de boeken. De rente, die mede door de Europese Centrale Bank zeer laag is, is daar niet vreemd aan.

Het had nog beter kunnen zijn: volgens de CPB-analyse kost het terugdraaien van de gaswinning Nederland dit én volgend jaar 0,2 procent economische groei. In 2017 zijn ook de gevolgen van de Brexit, het Britse ‘nee’ tegen de Europese Unie, voelbaar: dat scheelt Nederland nog eens 0,4 procent economische groei.

190916IHN_verwachtingen

De economie had dus volgend jaar met 2,3 procent kunnen groeien. Maar 1,7 procent is al voldoende om een hele reeks parameters in de economie te verbeteren. De werkloosheid loopt volgens het CPB terug tot 6,2 procent – een cijfer dat achterhaald lijkt. Het CBS meldde vorige week dat het werkloosheidspercentage al is gedaald tot 5,8. De investeringen trekken aan en de bestedingen van huishoudens groeien voor het eerst sinds de crisis weer harder dan de economie.

Met name dat laatste lijkt van belang in de twee discussies over de economie die op dit moment overheersen, en die een rol kunnen gaan spelen in de verkiezingscampagne.

Waren de bezuinigingen goed?

Als eerste is er, onder aanvoering van het Economisch Bureau van ING een nieuwe economenstrijd losgebarsten over de vraag of de bezuinigingen na de crisis achteraf zinvol zijn geweest, of dat zij beter grotendeels achterwege hadden kunnen blijven. Voorstanders van dat laatste wijzen op gemiste economische groei en verloren gegane arbeidsplaatsen. Om een oplopend begrotingstekort en staatsschuld bekommeren zij zich minder, omdat de rente extreem laag is geworden, en omdat stimulering zichzelf uiteindelijk zou hebben terugbetaald.

Voorstanders van de bezuinigingen wijzen onder meer op de onhaalbaarheid van een stimuleringsbeleid onder de dwingende omstandigheden op de financiële markten tijdens de crisis. De Nederlandse kiezer is het volgens onderzoek overigens in meerderheid eens met het streven naar begrotingsdiscipline.

De geschiedenis kan moeilijk worden overgedaan. Maar dat betekent niet dat deze discussie geen rol gaat spelen in de verkiezingscampagne, waarin het kabinet-Rutte II zal worden afgerekend op het gevoerde beleid.

Een loongolfje

De andere discussie gaat in wezen over de gevoelde welvaart. Het bruto binnenlands product is in 2017 alweer drie jaar groter dan vóór de crisis – al is er een achterstand opgelopen van ongeveer eenachtste van de welvaart die waarschijnlijk nooit meer wordt ingehaald. Maar de consumptieve bestedingen van huishoudens hebben zo’n tik gekregen dat ze volgend jaar sowieso pas terug zijn op het niveau van vóór de crisis.

Economen van een andere bank, de Rabobank, bliezen vorige week de discussie over een ‘loongolf’ nieuw leven in. De lonen zijn vér achtergebleven, en met name het grotere, exporterende bedrijfsleven zit dermate goed in de slappe was dat een extra loonstijging goed zou zijn. President Knot van De Nederlandsche Bank maakt zich daar al geruime tijd sterk voor.

Deze discussie raakt direct aan die over arbeidszekerheid en het vaste contract – nóg zo’n heet hangijzer. De arbeidsinkomensquote, dat deel van het nationaal inkomen dat naar werkenden gaat, blijft volgend jaar staan op 78,1. Maar gecorrigeerd voor zzp’ers staat hij al vér onder de 74, en dat is zeer laag. Bedrijven krijgen navenant een groter deel uit de pot.

De veronderstelde onderconsumptie van de Nederlander, en de sterke financiële positie van bedrijven hebben hun weerslag in een overschot op de betalingsbalans van Nederland met het buitenland. Dat overschot loopt volgend jaar terug, van 8,7 procent van het bbp naar 8,2 procent, maar is nog steeds uitzonderlijk groot. Een extra loonstijging, met de zegen van De Nederlandsche Bank, zou dat deels kunnen rechttrekken.

Het zou ook de overheid, de grootste werkgever van het land, geld gaan kosten. De daling van het begrotingstekort, tot 0,7 procent van het bbp in 2017, zou er zo langzamerhand ruimte voor kunnen geven. Maar, tijdens een verkiezingscampagne met begrotingsevenwicht in het zicht, zullen er ongetwijfeld meer van dit soort kostbare plannen komen.