‘Wij zijn geen eigendom van de Staat’

Orgaandonor

Bijna vijfduizend mensen lieten zich schrappen van de donorlijst nadat de Tweede Kamer deze week instemde met automatisch donorschap. „Het is een politiek statement.”

„Mijn broertje is geboren met een gat in zijn schedel”, zegt Yvette Damhuis uit Hoorn. Daardoor was in de loop van zijn jonge jaren een gevaarlijke situatie ontstaan. „Er liep hersenweefsel uit.” Maar toen was die donor er ineens. „Een zestienjarige jongen reed zichzelf te pletter, een brommerongeluk, en mijn broertje heeft een stukje van zijn schedel gekregen.” Damhuis was toen nog een kind. De gebeurtenis heeft ervoor gezorgd dat het voor haar heel normaal is om je te registreren als donor. Nou ja, dat wás het. Want Damhuis, die is afgekeurd maar als vrijwilliger werkt met kinderen met ADHD en autisme, heeft deze week een ander vakje aangevinkt. „Ik ben inmiddels 43 en heb nu ineens zoiets van: nee.”

Met de kleinst mogelijke meerderheid – één stem – heeft de Tweede Kamer deze week ingestemd met een wetsvoorstel over orgaandonatie. Daarmee moet de Actieve Donorregistratie (ADR) worden ingevoerd. Nederlanders worden dan automatische geregistreerd als donor, tenzij ze aangeven dat ze dit niet willen. Later deze maand beslist de Eerste Kamer erover.

Deze week gaven bijna vijfduizend mensen aan dat zij toch geen donor willen zijn, terwijl zij eerder nog hadden opgegeven van wel. Bijna twintigduizend mensen die het codicil voor het eerst invulden, lieten weten dat ze geen donor willen worden. In totaal registreerden deze week vijfduizend mensen dat ze juist wél willen doneren.

Waarom veranderen zoveel potentiële donoren van mening en besloten ze toch dat ze hun organen niet willen afstaan?

Het ‘nee’ van Yvette Damhuis is vooral gericht op de overheid. „Met die nieuwe wet wordt bepaald dat mijn lichaam van hen is.” Die opvatting van Damhuis is populair onder mensen die hun codicil aanpasten. „Het is een politiek statement”, zegt ook Marcel de la Fonteijne (66) uit Delft. „Tegenwoordig gaan we niet meer naar het Malieveld om te protesteren, daar zijn we niet meer voor te porren.” Hij denkt dat burgers nu op deze manier, via een soort online protest, laten zien dat ze het met een politieke beslissing niet eens zijn.

De la Fonteijne meldde zich al in 1998 aan als donor, maar heeft deze week zijn ‘ja’ in een ‘nee’ veranderd. „Ik vond het destijds een leuke gedachte om zowel de wetenschap als mensen te helpen.” En hij juicht orgaandonatie nog steeds van harte toe. „Maar nu het je door de strot wordt geduwd, vind ik het minder worden.”

De la Fonteijne, die „bedrijven in duurzame energie” heeft gehad en nu over macro-economie schrijft op zijn blog, heeft nog wel een ander voorstel „uit de losse pols”: Verplicht iedereen om na zijn achttiende verjaardag een keuze te maken. „Op straffe van een boete van honderd euro.”

Veel mensen die hun ‘nee’ nu registreren, twijfelen ook aan de integriteit van artsen. Ze zijn bijvoorbeeld bang dat mensen eerder dood worden verklaard om hun organen. „Je mag het misschien niet denken”, zegt Eindhovenaar Leon Broekx (36), „maar als je op het randje ligt van de dood denken dokters misschien: dit zou een goede donor zijn”.

Ook Damhuis heeft weinig vertrouwen in doktoren die over leven en dood beslissen. „Ik ben eerlijk gezegd heel erg bang dat de medische wetenschap van Nederland niet meer bij de beste van de wereld hoort”, zegt zij. „Dat het allemaal nattevingerwerk is.”

De doktoren die bepalen of een patiënt niet meer beter wordt of hersendood is (en daardoor mogelijk geschikt voor een transplantatie), zijn overigens niet betrokken bij de orgaandonatie of de operatie die daaraan vooraf gaat.

Het wantrouwen onder mensen die door het wetsvoorstel geen donor meer willen zijn, is soms moeilijk te temperen. Damhuis praat er op Facebook over met andere gebruikers. Daar hoort ze veel kanttekeningen, zoals deze: „ Wat als Beatrix een hart nodig heeft? Dan zeggen ze gewoon tegen familie van iemand in het ziekenhuis: ‘Helaas, ze is niet meer te redden’.”