Weet jij welke politieke woorden ‘rechts’ en ‘links’ zijn?

Foto ANP / Bart Maat

Ben je een rechtse politicus, dan spreek je over harder straffen, grenzen dicht, 130 op de snelweg en zo weinig mogelijk belasting. Ben je een linkse politicus, dan heb je het over de rijken aanpakken, asielzoekers knuffelen, rekeningrijden en daders die ook slachtoffer zijn.
De woorden van rechts, de woorden van links – het is heel overzichtelijk. We gaan ze volgende week allemaal voorbij zien komen bij de Algemene Beschouwingen, het belangrijkste politieke debat van het jaar. Toch?
Nou, nee. Het ligt een stuk gecompliceerder met de taal die politici gebruiken, blijkt uit NRC-onderzoek. Weet jij wat linkse en rechtse woorden zijn? Doe hieronder de test.

Normen en waarden

‘Normen en waarden’ is een begrip dat traditioneel meer bij rechts hoort dan bij links. En je zou zeggen: het meest bij het CDA. Maar niets is minder waar: de PVV is de grootste gebruiker van de uitdrukking.

Afbraak

‘Afbraak’ wordt het meest gebruikt door de SP. Zoals in: ‘Het afbraakbeleid van het kabinet-Rutte II’. Maar de socialisten worden op de hielen gezeten door de PVV. De partij van Wilders wil net als de SP de verzorgingsstaat beschermen, en ziet dus veel afbraak om zich heen.

Vrijheid

Vroeger spraken vooral linkse types over vrijheid, maar sinds Pim Fortuyn gebruikt rechts het woord vaker. Een belangrijk aandeel daarin hebben de Volkspartij voor Vrijheid en Democratie en de Partij voor de Vrijheid.

Fatsoen

Fatsoen moet je doen, vond CDA-premier Jan Peter Balkenende. Het woord wordt vaker gebruikt door rechts. Toch is het een linkse partij – de SP – die het woord in de Tweede Kamer het meest in de mond neemt, op de voet gevolgd door de PVV. Het CDA staat pas op een vierde plek.

Veiligheid

Rechts houdt van ‘law and order’ en een stevige krijgsmacht. Toch zijn het de linkse partijen die in de Tweede Kamer vaker het woord ‘veiligheid’ gebruiken. Het verschil is wel nipt.

Slachtoffer

De VVD vindt dat we in Nederland te veel begrip hebben voor daders en te weinig begrip voor slachtoffers. De PVV vindt dat nog eens in het kwadraat. Toch gebruiken linkse partijen het woord ‘slachtoffer’ vaker dan rechtse partijen - met de PvdA op nummer één.

Asociaal

‘Asociaal’ scoort beter bij links dan bij rechts. Je kunt het ook anders zien: ‘asociaal’ doet het vooral lekker bij linkse en rechtse flankpartijen: SP en PVV gaan ruimschoots aan kop in het gebruik van dit woord.

Eigen verantwoordelijkheid

Rechts spreekt graag over ‘eigen verantwoordelijkheid’. De liberalen van de VVD gebruiken het woord dan ook het allermeest. Maar ook de linkse SP heeft het er vaak over. In negen van de tien gevallen in afkeurende zin: “Onder het mom van eigen verantwoordelijkheid wijst het kabinet naar de werklozen, de zieken en gehandicapten.”

Tweedeling

‘Tweedeling’ is een klassiek links woord. Met een linkse blik kun je overal tweedeling zien: in de samenleving, op de arbeidsmarkt, tussen generaties, etnische groepen en hoger- en lageropgeleiden. Kampioen Tweedeling, met overmacht: de SP.

Belasting

Links heeft de reputatie van belastingen te houden, maar rechts gebruikt – zij het nipt – het woord vaker in de Tweede Kamer. Vaak in zinnen als: ‘Dat is ten nadele van de belastingbetaler’.