‘We hebben een geloofwaardig stelsel nodig’

Interview Fiscaal expert Leo Stevens

Het huidige belastingstelsel komt uit zijn koker, maar „fiscaal herstelbeleid is dringend nodig”, stelt hij. Het beleid van de afgelopen jaren zou ongelijkheid in de hand hebben gewerkt. De burger dreigt zich af te keren van de belastingheffende overheid.

Volgens emeritus hoogleraar Leo Stevens zijn er de afgelopen jaren veel ondoordachte en opportunistische regelingen ingevoerd. Foto David van Dam

Voor de belastingparagrafen van verkiezingsprogramma’s is het wat aan de late kant – de meeste daarvan zijn al op weg naar de drukker. Maar met het boek dat Leo Stevens afgelopen week lanceerde wil de voormalig hoogleraar fiscale economie onmiskenbaar van invloed zijn op het politieke debat over de nationale belastingwetgeving. Dat blijkt alleen al uit de titel van het boek, dat hij samen met CPB-onderzoeker Arjan Lejour schreef: Geloofwaardig belasting heffen.

Het huidige belastingstelsel heeft volgens de auteurs immers „in hoge mate ingeboet op haar geloofwaardigheid”, waarschuwt Stevens (71). Daar moet het volgende kabinet na de Tweede-Kamerverkiezingen van maart wat aan doen. „Op diverse punten is fiscaal herstelbeleid dringend nodig”, schrijft hij in het voorwoord van het boek.

Ironisch genoeg is Stevens van datzelfde huidige belastingstelsel de geestelijke vader. Het werd in 2001 door toenmalige staatssecretaris van Financiën Willem Vermeend ingevoerd. Leo Stevens was diens bijzondere adviseur bij die laatste grondige herziening van het Nederlandse belastingsysteem.

Dat stelsel – met z’n drieboxenstructuur voor mensen in loondienst en met een eigen huis, voor ondernemers met een eigen bedrijf en voor inkomen uit vermogen – is nog altijd een „prima te hanteren” bouwwerk, vindt Stevens, die in 2008 tot Kroonlid in de SER werd benoemd. Maar inmiddels is het niet langer opgewassen tegen de veranderde economische en maatschappelijke omstandigheden. Het land is een diepe economische crisis verder, de rente staat historisch laag en de arbeidsmarkt is ingrijpend veranderd ten opzichte van vijftien jaar geleden.

Daarbij heeft de huidige belastingwetgeving door fiscaal beleid van verschillende kabinetten volgens Stevens ongelijkheid in de hand gewerkt. Hij wijst op de verschillen in de fiscale behandeling van freelancers versus werknemers in loondienst, van ondernemers met een eenmanszaak versus die met een bv, van gezinnen met één werkende ouder versus gezinnen met twee kostverdieners, tussen kleine spaarders versus mensen met grotere vermogens. „Er is op verschillende niveaus schadelijke scheefgroei ontstaan.”

Een belastingstelsel – dat is Stevens’ hoofdwaarschuwing – dat door belastingplichtigen niet wordt vertrouwd, is gevaarlijk. Het leidt tot sociale ongelijkheid, frustratie en polarisatie. „We moeten al alle zeilen bijzetten om de samenleving bij elkaar te houden”, zegt de nog altijd zeer productieve emeritus hoogleraar in zijn werkkamer-aan-huis in het Brabantse Prinsenbeek. „Dus moet je een geloofwaardig belastingstelsel hebben. We moet vermijden dat de gewone burger zich afkeert van de heffende overheid.”

Hoe komt het dat het huidige belastingstelsel, uit uw koker, inmiddels zo slecht functioneert?

„Allereerst zijn daar de vele toeslagen, die er in de loop der jaren zijn bijgekomen. Die zijn bedoeld om alle mogelijke uitgaven wat te verzachten: kinderopvang, huur, ziektekosten – echt van alles. Maar ze zijn op een ongewenste manier vervlochten met de inkomstenbelasting. Belastingheffing en inkomensondersteuning vragen om een afzonderlijke aanpak.

„Je zult de toeslagenfabriek niet alleen moeten versoberen en minder geld rondpompen, maar ook op grotere afstand zetten van het belastbaar inkomen. Bepaalde fiscale aftrekposten horen niet thuis in het toeslaginkomen. Is het logisch dat een zzp’er met hetzelfde loon als een werknemer in loondienst een aanmerkelijk hogere toeslag krijgt wegens zijn zelfstandigenaftrek? Dat is toch raar?

„Daarnaast zijn er de laatste jaren vele ondoordachte, nogal opportunistische regelingen ingevoerd. Goed bedoelde maatregelen om de crisis te bezweren, maar die de geloofwaardigheid van de belastingheffing ernstig hebben aangetast. Denk aan het inkomensafhankelijk maken van de arbeidskorting en de algemene heffingskorting. Dat is om verschillende reden heel erg onverstandig geweest.”

Om welke redenen?

„Dat gaat in mijn ogen om niets anders dan het camoufleren van de belastingdruk. Het kabinet heeft, ik vermoed om electorale redenen, niet het toptarief willen verhogen. Terwijl dat is wat je zou moeten doen als je wil dat hogere inkomensgroepen meer belasting betalen. Dat is transparanter, eerlijker en eenvoudiger. Nu heeft men via deze inkomensafhankelijke maatregelen de belastingdruk op hoge inkomens stiekem via de achterdeur verhoogd. Daardoor voelen deze groepen zich belazerd en ik snap dat.

Door de inkomensafhankelijke heffingskorting en de grotere beperkingen daarvan voor eenverdieners wordt hun achterstand ten opzichte van tweeverdieners steeds groter.”

Een van de pijnpunten van het huidige boxenstelsel is de vermogensrendementsheffing in box 3. Het fictieve rendement van 4 procent waarover 30 procent belasting wordt geheven is met de huidige lage rentestand niet erg fair meer.

„Dat is inderdaad onrechtvaardig. Het klopt echt niet meer. Destijds kozen we op goede gronden voor een fictief rendement van 4 procent. Daarbij pleitte ik wel dat dat percentage niet in beton gegoten zou zijn maar flexibel moest zijn, bijvoorbeeld door een voortschrijdend gemiddelde te hanteren. Daar heeft men niet voor gekozen. Als de economische omstandigheden veranderen moet je het beleid willen aanpassen. Nu is dat dringend nodig. Een spaarder die nog geen 1 procent bij zijn bank krijgt wordt belast voor 4 procent. Ik begrijp dat hij dat niet pikt.”

Vorig jaar besloot staatssecretaris Wiebes (Financiën, VVD) om dit met ingang van 2017 aan te passen. Verschillende soorten vermogens zullen verschillend worden belast, maar het blijft op basis van een fictief rendement. De juiste stap?

„Nee, dat is een merkwaardige vlucht naar voren. Er wordt aan de bestaande fictie een extra fictie toegevoegd: dat grote vermogens meer rendement maken dan lage vermogens. Risicomijdende beleggers met een flink vermogen zijn daarvan de dupe. Wiebes kan het bestaande systeem beter nog even intact laten tot de Belastingdienst kennelijk wel in staat is om het daadwerkelijke genoten rendement op vermogen te meten. Dat dit zo moeilijk is, begrijp ik overigens niet. In het buitenland gebeurt dat nu al en ook banken stellen jaarlijks het rendement van hun vermogende klanten netjes vast. Waarom zou onze fiscus dat dan niet kunnen?

„Om spaarders te ontzien zou de vrijstelling aan de onderkant wel wat verder verhoogd mogen worden [die ligt volgend jaar op 25.000 euro, red.].

„In de discussie over de vermogensrendementsheffing riep Wiebes dat hij het percentage niet wilde aanpassen aan de lagere rentestand, omdat dan de belastingopbrengst te laag zou worden. Zo mag je echt niet redeneren. Je moet willen heffen over het echte inkomen op vermogen. Je mag dat niet fictief gaan ophogen omdat er anders te weinig wordt opgehaald. De grondslag moet rechtvaardig zijn.”

Waarom denkt u dat de grondige herziening van het belastingstelsel die Wiebes van plan was vorig jaar is mislukt?

„Het is erg teleurstellend dat het kabinet een grote kans uit de handen heeft laten vallen. Er was 5 miljard beschikbaar als smeerolie om een ingrijpende belastingherziening soepel te kunnen laten verkopen. En waarom? Er was gezamenlijk overleg maar uiteindelijk zei iedereen om electorale redenen: laten we die 5 miljard maar uitgeven aan lastenverlichting. Waarbij elke partij, zeker de one issue-partijen, heel sterk benadrukten dat hún achterban zichtbare voordelen moest krijgen.”

„Het resultaat was een koopkrachtcorrectie waar geen enkele structurele hervorming van uitging. Dat maakt toekomstige hervormingen alleen nog maar moeilijker en daarmee is maatschappelijke schade veroorzaakt.”

„Wiebes heeft er hard aan gewerkt, maar heeft zich als werktuigbouwkundige misschien onvoldoende gerealiseerd dat behalve de werkbaarheid van zijn plannen er ook voldoende bezieling moest zijn. De exacte regels van de mechanica gelden niet voor fiscale politiek.”

Gelooft u dat met het nu nóg meer versnipperde politieke landschap een noodzakelijke belastingherziening in een volgend kabinet nog wel mogelijk is?

„Zeker. In technische zin kan het. De plannen liggen voor het oprapen – ze staan ook in ons boek. Ik zeg: begin er gewoon aan; het kan echt. Het zal stapje voor stapje gaan, niet in een keer. Dat is juist beter. Want als je alles in één keer op de schop neemt wordt het onoverzichtelijker en dat maakt het lastiger om er maatschappelijke en politieke steun voor te krijgen.

„Door de toenemende versplintering in de samenleving zie je dat het juist heel erg nodig is om gezamenlijk iets concreets tot stand te brengen. Het huidige kabinet heeft laten zien dat grote projecten met wisselende meerderheden wel degelijk kunnen lukken, denk aan hervormingen in de zorg en op de arbeidsmarkt. Laat het toekomstige kabinet, welke partijen daar dan ook in gaan zitten, dat nu ook op fiscaal gebied doen.”