Vleermuis wisselt bij lawaai van techniek om prooi te vinden

Foto Rachel Moon

De franjelipvleermuis is een luisteraar. Als de kikkers van Midden- en Zuid-Amerika gaan kwaken, spitst de franjelipvleermuis zijn oren, volgt het gekwaak en vindt zijn prooi.

Het gehoor van de franjelipvleermuis (Trachops cirrhosus) is verfijnd. De hersenen bevatten anderhalf keer zo veel gehoorzenuwen als die van een mens, terwijl het diertje maar 30 gram weegt. De vleermuis kan onderscheid maken tussen de roep van eetbare en giftige kikkers. Dat lieten biologen in de jaren 80 al zien.

Maar wat als afluisteren onmogelijk wordt, door lawaai van snelwegen en steden? Dan blijkt de vleermuis over te schakelen van luisteren naar roepen: op lawaaierige locaties vindt de franjelipvleermuis prooien met echolocatie, net als andere vleermuizen. En ook dat gaat de vleermuis goed af. Het dier kan met echo’s ‘horen’ of een kikker zijn kwaakblaas heeft opgezet of niet.

Een internationale onderzoeksgroep heeft dat nu aangetoond. Het team werd geleid door dierecoloog Wouter Halfwerk van de VU in Amsterdam. Vrijdag stond hun artikel in Science.

De biologen gebruikten in het onderzoek kwakende robotkikkers. Met een pompje konden de onderzoekers de kwaakblaas opblazen.

Zonder lawaai maakte het de vleermuizen niet uit of de kwaakblaas was opgezet, de vleermuis ging af op het geluid. Maar mét lawaai hadden de vleermuizen een duidelijke voorkeur voor kikkers met blaas. De vleermuis verwerkt dus verschillende prikkels in zijn prooikeuze, concluderen de biologen.

In de laatste seconde, vlak voordat de vleermuis toesloeg, zonden de vleermuizen de meeste echo’s uit. Ze konden de aanwezigheid van een kwaakblaas tot op zes meter detecteren.