Vijf gestolen schilderijen terug, nog 19 te gaan

Kunst

Vrijdagmiddag zijn vijf in 2005 uit het Westfries Museum gestolen doeken officieel teruggegeven aan Nederland. Dat gebeurde in Kiev, waar museumdirecteur Ad Geerdink ze een dag eerder al had mogen bekijken.

Conservator Karel de Jong van het Westfries Museum in Hoorn gaf in januari 2005 uitleg bij een lijst waarin een foto van het gestolen schilderij 'Gezicht op de haven van Hoorn van Jan Claesz Rietschoof uit anno 1712'. Foto Marcel Antonisse / ANP

Twee schilderijen zaten opgerold in kleden. Toen ze daar voorzichtig uit werden gehaald, spatte van een van de twee nog spontaan een stuk verf af, waarschijnlijk van een oude restauratie. Door het verkeerde oprollen, met de verflaag naar binnen, had eerder al veel meer verf losgelaten. Twee andere doeken waren opnieuw ingelijst, die hadden kennelijk ergens aan de muur gehangen. Kleine barstjes, meer niet, een beetje verfverlies aan de randen. Nummer vijf zat in een soort papieren map, ook die had barsten en scheuren opgelopen.

Toch was het een mooie dag voor directeur Ad Geerdink van het Westfries Museum in Hoorn, donderdag in Kiev (Oekraïne). Van 24 in 2005 uit het museum gestolen werken kreeg hij er nu vijf terug. Vrijdagmiddag zijn ze, op de Nederlandse ambassade in Kiev, officieel aan hem overgedragen „door de procureur-generaal van Oekraïne en de op een na hoogste man van hun geheime dient, de SBU.”

Tekst gaat verder onder de video.

Diefstal

In de nacht van 9 op 10 januari 2005 werden in het Westfries Museum in totaal 24 schilderijen (geschatte waarde: 1,3 miljoen euro) en 70 stuks zilverwerk gestolen, het hart van de 17de en 18de eeuwse collectie. In 2014 dook voor het eerst een van de gestolen schilderijen weer op, op een Oekraïense website. Van de 19 andere werken en het zilverwerk ontbreekt vooralsnog elk spoor.

De nu teruggegeven schilderijen zijn Vrouw Wereld (1622) en Terugkeer van Jefta (1625) van Jacob Waben, een keukenstuk van Floris van Schoten, Boerenbruiloft (1671-75) van Hendrick Boogaert en Nieuwstraat in Hoorn (1784) van Izaak Ouwater. De eerste twee doeken, van Jacob Waben, zijn het minst beschadigd.

Zelf zag Geerdink de werken voor het eerst; in 2005 was hij nog geen directeur van het Westfries Museum, dat werd hij in 2009.

„Ik sta er nu naar te kijken, twee schilderijen staan op ezels, de drie zwaar beschadigde liggen op tafels. Ik had ze al vaak op afbeeldingen bekeken, en ik had ervan gedroomd hoe het zou zijn om ze in het echt te zien. Ze zijn prachtig. En het positieve nieuws is: ze zijn niet onherstelbaar beschadigd.”

Foto Westfries Museum

De teruggevonden ‘De Boerenbruiloft’ van Hendrick Bogaert, een van de kostbaarste werken die in Oekraïne opgespoord is. Foto Westfries Museum

In smoezelige kleden

Maar slikken was het ook: „We kregen ze overhandigd zoals ze waren gevonden, dus twee ervan nog in die smoezelige kleden. Ze roken naar vocht, alsof ze zo ergens uit een kelder kwamen. Ook het schilderij dat in de papieren map zat was er slecht aan toe. En dat is ook niet raar als je bedenkt hoe er de afgelopen jaren waarschijnlijk mee is gezeuld: ze hebben in kofferbakken gelegen, zijn opgeslagen in kelders, van hand tot hand gegaan.”

De vijf werken komen binnenkort terug, „een transporteur regelt nu eerst het papierwerk, tot die tijd gaan ze in een kluis”. Op 7 oktober, over drie weken, worden ze in Nederland aan het publiek getoond, in hun gehavende staat. Het Westfries Museum is vanaf dan tien dagen gratis toegankelijk, „om iedereen te bedanken die de afgelopen elf jaar met ons mee heeft geleefd”.

Tegelijk begint dan een crowdfundingactie: het herstel van de vijf schilderijen kost naar schatting zo’n 100.000 euro, „en dat heeft ons museum niet op de plank liggen”. De restauratie start half november in een apart atelier en zal via een webcam continu zijn te volgen. Bedoeling is dat in het najaar van 2017 de vijf doeken, gerestaureerd en wel, deel uit gaan maken van een expositie in het Westfries Museum over roofkunst.

De komende tijd, zegt Geerdink vanuit Kiev, „blijven ze hier hun best doen om ook de andere werken op te sporen. Dat hebben ze officieel gezegd, en dat is fijn, want dat betekent dat het een prioriteit blijft.”