Vegetariër-vriendelijk en betaalbaar eten in toren

Foto Maurice Boyer

De zomer heeft een flink gat in het kapitaal geslagen, dus gaan we op zoek naar leuke, betaalbare restaurants op de hoek van de straat, aan de rand van een park, of weggestopt op een industrieterrein. In die laatste categorie valt John’s Bistro, gevestigd in een oude verkeerstoren, nu omgedoopt tot de Ruimte, op een klein bedrijventerrein in Noord. In de Ruimte werken kunstenaars en andere creatievelingen. De bistro is van cateraar John Pastinaak, verzamelnaam voor twee jongens uit Amsterdam. Hij ligt op de eerste verdieping, een kantine-achtige ruimte; basic, maar gezellig. We worden vriendelijk onthaald met een boerse cider (3,50) (die waarschijnlijk al even openstaat) en de mededeling dat de nieuwe kaart (die tweewekelijks wisselt) juist deze dag ingaat. We zijn proefkonijnen en dat bevalt uitstekend.

Meteen valt op hoe vegetariërvriendelijk en on-Amsterdams geprijsd eten bij John’s Bistro is: vier gangen van kleine gerechten voor 12,50 en met een extra vlees- of visgang komt het op 16,-. Met de aantekening dat alle gangen, zoals bij een rijsttafel, tegelijkertijd op tafel komen – dat wel.

Deze keer is het menu Aziatisch getint en buitengewoon licht op de voeten: Japanse frittata met bosui en wasabimayonaise, paddenstoelen met gember, sojasaus en tomatensambal, wakamé 50/50 met sereh, rijstazijn en sesamolie, rijstsalade met seizoensgroenten, limoen en koriander en ten slotte visstoofje met kokos. Op de website stond trouwens kip vermeld, maar bij nader inzien kozen de mannen bij de groothandel voor een partij bijvangst; handig en verstandig, want anders wordt het toch maar weggegooid. We willen ook de desserts uitproberen en vullen het menu aan met tuiles met bergamotcoulis (5,-) en kaas (7,-) en verder bestellen we een fles rode wijn, Le Redole di Casanova, een stevige blend van sangiovese en canaiolo (24,-). De wijnkaart is leuk en goed geprijsd, maar bierdrinkers komen nog beter aan hun trekken met de imposante bierkaart met mooie speciaalbieren van brouwerijen als Oedipus, de Vriendschap en Two Chef’s Brewing. Pastinaak weet wel waar ie de mosterd haalt.

De frittata is niks meer en niks minder dan een omeletje, maar vanuit onze ooghoek zien we dat dit ook al rap op het menubord is gecorrigeerd. Echt Japans smaakt het ook niet – lekker is het wel.

Dat geldt ook voor de champignons, lekker hoog op smaak door de Japanse sojasaus, en de pittige gember en de tomatensambal bevalt ons zeer. De wakamé 50/50 is met de mandoline fijngesneden komkommer, courgette en venkel, het doet een beetje Rens Kroes-achtig aan, maar heerlijk is het wel. Rijstsalade hebben we sinds onze studententijd niet meer gegeten, toen zetten we zo’n beetje alle gerechten als ‘rijst met prut’ weg, maar deze is echt wonderbaarlijk lekker en past prima bij de witvis (die spotgoedkope bijvangst dus) in kokossaus met de hit-smaken limoen, Thaise basilicum en rawit (klein rood pepertje). Dit menu doet hybride aan, niet echt Japans, noch Indiaas, noch Thais; maar verdorie, wat smaakt dit goed zeg!

De kazen zijn lekker, komen met friszure bessencompote en zijn tijdig uit de koeling gehaald. De tuile is knapperig, met nu eens niet zo zoet ijs, namelijk yoghurtijs. Uit de boxen klinken vertrouwde klanken van een Franse radiozender – eigenlijk zien we weinig aanleiding om nog naar huis te gaan.

Nu ja, er moeten nog een paar puntjes op de i: het is leuk als de bediening weet wat ze serveert, een wijnkoelkast is geen overbodige luxe en het informele, studentikoze karakter maakt dat sommige essentials, zoals een opscheplepel, over het hoofd worden gezien. Tant pis. John’s Bistro is sympathiek, lekker en zo betaalbaar dat we er zeker vaker naartoe zullen gaan.

Recensent en journalist Petra Possel test wekelijks een restaurant in en om Amsterdam.