Van sekssymbool naar rolmodel

Film

De beroemde actrice Claudia Cardinale was gisteren in Vlissingen. Ze kreeg de Grand Acting Award van Film by the Sea. En ze was bij Nederlandse première van de gerestaureerde wraakwestern Once Upon a Time in the West.

Claudia Cardinale: „De truc is om van binnen sterk te zijn en je niet te conformeren aan wat anderen in je willen zien.” Foto Fjodor Buis

Het is diva-dag op Film by the Sea, het festival voor boekverfilmingen en voorpremières in Vlissingen dat elk jaar bijzondere gasten weet te strikken. En dit jaar is er de diva Claudia Cardinale (78). Ze krijgt de Grand Acting Award van het festival, eerder onder meer uitgereikt aan Morgan Freeman, Ben Kingsley en Jan Decleir. De zon is speciaal voor haar uit zijn schulp gekropen als ze een fotoshoot heeft op het terras van een van de hotels aan de boulevard, en de zee verandert elke minuut van kleur, zodat elke foto een andere achtergrond krijgt. Als je een diva bent, doet zelfs de natuur z’n best om je te laten stralen.

Cardinale is hier ook voor de Nederlandse première van de digitaal gerestaureerde wraakwestern Once Upon a Time in the West (1968) van Sergio Leone, waarin ze de kersverse weduwe speelt van een man die door een paar van de gruwelijkste schurken uit de filmgeschiedenis vermoord is. Het is een van de weinige westerns met een vrouw in de hoofdrol, zegt ze. „Dat was ook het bijzondere eraan. Een vrouw, en al die mannen die om haar, en om mij op de set, heencirkelden. En zij had ze allemaal nodig om erachter te komen wie de moord op haar man op zijn geweten had.” Met Jason Robards, die de gentlemanschurk Cheyenne speelt, kreeg ze net als in de film een speciale band: „Zo’n zachtaardige man.”

Van het werken met Sergio Leone herinnert ze zich vooral nog een ding: „De muziek! Die had hij al laten componeren voordat we gingen draaien. Hij liet ons de muziek horen die bij ons eigen personage hoort, waardoor het acteren voor mij een heel muzikale ervaring werd. Als ik aan die film terugdenk, hoor ik eigenlijk alleen nog maar de muziek.”

Cardinale speelt in de film twee klassieke vrouwenrollen ineen: een voormalige hoer en de loyale echtgenote die ze wil zijn. Met haar wilde haren, woeste kohl-omrande ogen, onverzettelijke mond, en, natuurlijk, dat met diamanten zweetdruppeltjes beparelde decolleté. Een jongensdroom die alleen in film kan bestaan. Een meisjesdroom. Voor een tijd die seksueel nog vrijgevochten moest worden. Haar wilde je zijn. Haar wilde je bezitten.

Als je met haar zit te praten, schittert deze ongetemde Jill nog steeds in haar ogen. Net als alle andere rollen die ze speelde. Cardinale heeft zich altijd tegen cosmetische ingrepen uitgesproken en misschien is ze daarom wel zo vitaal gebleven, en is het zo makkelijk om bij het zien van haar gezicht de tijd te vergeten. Het heeft ook te maken met haar stoerheid natuurlijk. Met die vuurspuwende ogen! Legio zijn de verhalen over hoe ze altijd haar eigen stunts deed. „Ik was een wilde”, zegt ze daarover. „Ik hou van gevaar, van avontuur. Van fysieke uitdaging.”

Vorig jaar was ze nog te zien in het Sarah Jessica Parker-vehikel All Roads Leads to Rome, als een weerspannige oma die haar familie ontvlucht om in Rome met haar jeugdliefde in het huwelijk te treden. En ze heeft in de tussentijd alweer twee nieuwe Italiaanse films gedraaid. Maar het zijn de films uit de jaren zestig die haar haar iconische status bezorgden: 8 ½ van Federico Fellini en Il gattopardo van Luchino Visconti, beiden uit 1963. „In Il gattopardo zat iedereen te wachten tot ik met Burt Lancaster naar bed zou gaan.”

De beide films konden niet meer verschillend zijn. Van een zwart-witte surrealistische verkenning van artistieke faalangst en de verhouding tussen regisseur, actrice en hoofdpersoon, tot een groots opgezet kostuumdrama, dat het negentiende-eeuwse Sicilië tot in al zijn kleurenpracht reconstrueerde. Fellini portretteerde haar in 8 ½ als de ideale vrouw, een imaginair wezen, de muze van filmmaker Guido, grotendeels zonder tekst, als een zwijgend symbool van schoonheid.

Ze werden min of meer tegelijkertijd opgenomen. „Fellini wilde dat ik blond, was, van Visconti moest ik donker haar hebben. Ik heb heel wat uren bij de kapper gezeten om mijn haar nu eens de ene, dan weer de andere kleur te laten verven. Bovendien waren ze heel verschillend. Bij Visconti was het alsof we theater aan het maken waren. Fellini had geen script, alles werd geïmproviseerd.”

Hoewel ze misschien wel 200 verschillende vrouwenrollen heeft gespeeld, is ze nooit op één type vast te pinnen geweest. Haar toenemende feminisme vond in de film geen plaats. Het motiveerde haar wel bij haar werk als goodwill ambassador van UNESCO, zegt ze. Na haar Italiaanse films vertrok ze naar Hollywood waar ze in bizarre misdaadkomedies als The Pink Panther (1963) en Blindfold (1965) met Rock Hudson was te zien. Maar Hollywood verveelde haar al snel, en vooral de neiging om acteurs te typecasten. Dus ging ze weer terug naar Europa, waar haar meest opmerkelijke rol die van het liefje van Klaus Kinski was in Werner Herzogs Fitzcarraldo (1982), een krankzinnige film over de al even krankzinnige waargebeurde geschiedenis van een rubberbaron die na de mislukte bouw van de spoorweg over de Andes het plan heeft opgevat om een stoomboot over de bergen te tillen en een operahuis in het midden van de jungle te bouwen. Maar eigenlijk houdt ze er niet van om over het verleden te praten. Ze herinnert zich de highlights uit haar leven in afgemeten zinnen. Herzog vindt ze een „intelligente man”, Kinski was „doodsbang” voor haar. En van de nachtmerrie-shoot herinnert ze zich alleen nog „het avontuur”. Voor haar geen valse nostalgie.

Als ik haar vraag hoe ze de filmindustrie en de filmgeschiedenis heeft weten te overleven, en zich van sekssymbool tot rolmodel heeft weten te transformeren, lacht ze doorrookt: „Ik heb mezelf nooit als sekssymbool gezien. Dat is het geheim. De truc is om van binnen sterk te zijn en je niet te conformeren aan wat anderen in je willen zien. Weet je waarom ik er zo van hou om te blijven werken? Omdat je steeds maar weer nieuwe levens kunt leiden, en daarbuiten iemand kunt zijn waar niemand greep op heeft.” En weg is ze weer, terwijl de glitters op haar trui een lichtspoor achterlaten.