‘Tweemaal zo duur? Oh, dat is historisch bepaald’

Waarom is een bezoekje aan de poli in Zaandam bij een hartritmestoornis bijna tweemaal zo duur als in Amstelveen? Het blijkt om een erfenis uit het verleden te gaan.

Foto Lex van Lieshout/ANP

Trendbreukje in de zorgsector. Ook de belangrijkste hoeder van gezonde concurrentie is na negen jaar geëxperimenteer met ‘vrije prijzen’ door de bocht. De Autoriteit Consument & Markt maakte vrijdag bekend dat de ziekenhuistarieven openbaar moeten worden gemaakt: tot de hoogte van het maximale eigen risico (885 euro) en niet door de ziekenhuizen maar door de zorgverzekeraars omdat zij de rekeningen innen.
Dan kunnen patiënten zich vooraf beter vergewissen van (onbegrijpelijke) prijsverschillen.

Zoals op dit moment tussen Amstelveen en Zaandam.

Want waarom is een bezoekje aan de poli in Zaandam bij een hartritmestoornis bijna tweemaal zo duur als in Amstelveen? Deze week kwam het antwoord van het Zaans Medisch Centrum. Het blijkt om een erfenis uit het verleden te gaan.

“De verzekeraar maakt met elk afzonderlijk ziekenhuis een afspraak over het maximaal te besteden bedrag voor al hun verzekerden tezamen”, legt een woordvoerder van het ziekenhuis uit. “De verzekeraar maakt daarbinnen afspraken met het ziekenhuis over de prijzen van behandelingen, maar deze worden dus niet op kostprijs berekend.” Neen, die zijn “historisch bepaald”, iets wat veel doet denken aan het concept van de natte vinger.
Dus soms valt het in Zaandam duurder uit, soms goedkoper. En, haast de woordvoerder zich eraan toe te voegen, gemiddeld zijn we een goedkoop ziekenhuis.
Tsja. Statistieken.

Wie met zijn hartritmestoornis naar Zaandam gaat, is dus in één klap 350 euro kwijt. In Amstelveen, 30 kilometer verderop, ben je onder de 200 euro klaar. Historisch bepaald.

Er valt overigens vooralsnog geen trend te ontdekken in de gehanteerde ziekenhuistarieven. Uit de facturen die u met ons deelde, blijkt dat het Zilveren Kruis zijn staaroperaties bij het Vlietland Ziekenhuis (Schiedam) 10 procent goedkoper inkoopt dan CZ. En CZ koopt weer 9 procent goedkoper in dan Ohra bij het Haagse Haga Ziekenhuis als het gaat om kleine ingrepen bij huidkanker of voortekenen daarvan.

deelname

Collectieve bezigheidstherapie

Marijke Linthorst, een van de (voormalige) senatoren die Schippers’ wetsvoorstel over vrijeziekenhuiskeuze tegenhielden, volgt het NRC-onderzoek met veel belangstelling en nam contact met ons op. Ze is zich na haar periode in de Eerste Kamer gaan verdiepen in de techniek. “Sindsdien heeft het onderwerp ‘zorg’ mij niet meer losgelaten”, zegt ze.

Onder de vleugels van de Wiardi Beckman Stichting, het wetenschappelijk bureau van de sociaal-democraten, bestudeert ze nu de mechanismes in het huidige stelsel en publiceert ze daarover. Ook zij concludeert dat ziekenhuizen voornamelijk onderhandelen over het totaalbudget en niet over individuele tarieven. Daarbij kunnen sommige hogere tarieven gecompenseerd worden door lagere tarieven van andere behandelingen. Er speelt een hoge mate van toeval mee.

Maar als dat zo is, redeneert Linthorst, waarom houden wij dan dat hele complexe systeem van diagnosebehandelcombinaties nog in de lucht? “Wat is in deze situatie dan nog de waarde van het vastleggen en coderen van alle verrichtingen? Inzichtelijkheid is een groot goed. Maar als er vervolgens niets mee gebeurt verdient het aanbeveling om te onderzoeken of we wel op deze weg moeten doorgaan. Het kan toch niet zo zijn dat we zo veel tijd (en dus geld) spenderen aan een collectieve bezigheidstherapie.”

Toen er nog geen vrije prijzen waren, was er een toezichthouder die alle tarieven vaststelde. Die moesten inzichtelijk en bedrijfseconomisch goed onderbouwd zijn, memoreert de voormalige senator. En daarin slaagde de toezichthouder redelijk, meent zij.
En nu? “Tarieven zijn niet inzichtelijk, niet evenwichtig en bedrijfseconomisch niet goed onderbouwd.”