Suiker moet en zal gezond zijn

Voedingsindustrie

Net als bij tabak en drank wil de suikerindustrie graag positief wetenschappelijk nieuws. De manipulatie begon al in de jaren vijftig.

Foto ANP / Koen Suyk

Al in de jaren vijftig besloot de Amerikaanse suikerindustrie om het voedselonderzoek te beïnvloeden. Opdat suiker niet als boosdoener voor ziekten werd aangewezen. Drie Amerikaanse gezondheidsonderzoekers schreven er deze week een uitgebreide reconstructie over in JAMA Internal Medicine.

Ze vonden onthutsend archiefmateriaal. Drie Harvardprofessoren bleken bijvoorbeeld vrij precies op te schrijven wat de suikerindustrie wilde. „Dit is zeker wat we in gedachten hadden”, schreef de Sugar Research Foundation verheugd aan voedingshoogleraar Mark Hegsted. Die zette samen met zijn Harvardcollega’s Robert McGandy en Fred Stare indertijd een overzichtsartikel in elkaar over de rol van vet en suiker bij het krijgen van hartziekten.

Onderzoek naar suiker en hartziekten deden ze af als slecht uitgevoerd. Vet en cholesterol, dáár moest de mens minder van eten. Hun artikel verscheen in 1967 in twee delen in The New England Journal of Medicine, ook toen al een prestigieus medisch-wetenschappelijk tijdschrift. De Sugar Research Foundation betaalde de hoogleraren 6.500 dollar voor het schrijfwerk. De huidige waarde daarvan is 48.900 dollar.

Eet jij te veel suiker? Doe de test.

Dat deze praktijken nog steeds bestaan, weten we. Er zijn artikelen over geschreven, documentaires over gemaakt. Dit voorjaar nog liet een Amerikaanse journalist zien hoe snoepfabrikanten een onderzoek financierden en de onzekere resultaten ombogen. De conclusie werd: ‘kinderen die snoepjes eten zijn niet zo dik als kinderen die geen snoepjes eten’. Maar oorzaak en gevolg zijn hierbij onduidelijk. En het aantal gegeten snoepjes was gebaseerd op eenmaal vragen wat er de laatste 24 uur was gegeten. Dat onderzoek kwam uit de koker van drie onderzoekers die al tientallen artikelen schreven waarmee de voedingsindustrie marketing kon bedrijven.

‘Kind van 5 eet jaarlijks eigen gewicht in suiker’: NRC checkte deze uitspraak

Het begon allemaal in 1954 toen Henry Hass, baas van de Sugar Research Foundation, een briljant idee kreeg. In een toespraak voor de Amerikaanse suikerbiettelers zei Hass dat voedingsonderzoekers steeds vaker vet in het voedsel aanwezen als oorzaak van hoge bloeddruk, hoog cholesterol, verstopte bloedvaatjes en hartziekten. Wat zou het mooi zijn, mijmerde Hass, als de Amerikaan in plaats van dat ongezonde vet suiker zou gaan eten! „Het zou een toename van een derde van de suikerconsumptie per persoon betekenen en een geweldige verbetering van de algemene gezondheidstoestand.”

Jammer genoeg doken in de jaren daarna voedingsonderzoekers op die ook suiker aanwezen als cholesterolverhogend en slecht voor het hart. Zetmeel (waarin de suikermoleculen nog chemisch aan elkaar gekoppeld zijn) zou een betere vetvervanger zijn dan suiker. We moeten die onderzoekers (vooral de Brit John Yudkin veroorzaakte last) en „andere negatieve houdingen tegenover suiker” bestrijden, schreef John Hickson eind 1965. Hickson was toen directeur onderzoek van de Sugar Research Foundation.

Zo gezegd, zo gedaan. Harvardhoogleraar Fred Stare werd aangesteld als adviseur. En Mark Hegsted en Robert McGandy, van Stares laboratorium, kregen het verzoek tegen betaling een overzichtsartikel te schrijven over wetenschappelijke artikelen „die suiker en vooral fructose aanwezen als een gevaar voor de stofwisseling”. Hegsted vroeg Hickson zelfs om die artikelen op te sturen. „De onderzoekers wisten wat de sponsor verwachtte en ze leverden”, zo vat commentator Marion Nestle, hoogleraar voeding aan New York University het resultaat samen in haar commentaar dat tegelijkertijd in JAMA Internal Medicine verscheen.

Lees ook het advies van hoogleraar voedingsleer Martijn Katan: Geef kind geen zoete dranken

Sponsoring door de voedingsindustrie, al of niet bedoeld manipulatief, ondermijnt het vertrouwen in de voedingswetenschap, schrijft Marion Nestle. „En draagt bij aan de publieke verwarring over wat we moeten eten.” Stop daarmee dus, zegt ze.

Maar de suikerlobby is maar een begin. Daarnaast bestaat er ook een olijfolielobby, een palmolielobby en een vleeslobby. De vraag is waarschijnlijk niet of maar wanneer die dezelfde status van beïnvloeders en omkopers krijgen als de farma-, tabaks-, dranken- en suikerindustrie.