De verkiezingscampagne is al begonnen

Verkiezingen

De verkiezingscampagne is begonnen, nu al. De strategieën verschillen nogal. Een ding is duidelijk: voorlopig geen persoonlijke aanvallen.

Foto ANP / Jerry Lampen

Spindoctors en politici op het Binnenhof moesten het afgelopen week steeds weer uitleggen. Gingen ze de verkiezingscampagne echt een half jaar volhouden, in dit tempo? Dat worden de kiezers toch heel snel zat?

Want tel alles even bij elkaar op. Afgelopen weken was er al controversiële taal. Premier Mark Rutte riep ‘pleur op’ en ‘tuig van de richel’ over jongeren die overlast veroorzaakten. Daar spraken de fractievoorzitters dan weer schande van, in een debat dinsdag. Dat duidden de journalisten weer, in strategische termen.

Er was zelfs al een inhoudelijk stormpje. Ineens vonden allerlei partijen het best een goed idee om de hoogte van het eigen risico in de zorg flink naar beneden bij te stellen, liefst naar nul. Voorpagina’s van kranten werden leeggeruimd.

Komende week zal het weer net zo gaan. Dinsdag, Prinsjesdag, presenteert het kabinet de plannen voor volgend jaar. Daarna zijn de Algemene Politieke Beschouwingen: het debat met de premier in de Tweede Kamer. Alweer zo’n prachtige gelegenheid om zichzelf te laten zien. Of om af te gaan natuurlijk. Dus ja, bij alle partijen zeggen ze nu: de campagne is begonnen.

Tegelijk zegt dat helemaal niks. De meeste partijen zijn altijd al bezig om in beeld te blijven bij kiezers. Ze raadplegen echt niet alleen in verkiezingstijd ‘focusgroepen’. Dat zijn burgers die vertellen wat ze van politiek weten. Bij peilingen kijken ze allang niet meer alleen naar stemvoorkeur, maar continu ook naar bekendheid van politici en hoe sympathiek ze gevonden worden.

Intussen denken de partijen heel verschillend over hun strategie, met nog zes maanden te gaan tot de Tweede Kamerverkiezingen op 15 maart volgend jaar.

Nu werken aan je bekendheid

Relativerende geluiden zijn te horen bij coalitiepartij PvdA, maar ook bijvoorbeeld bij de kleine Staatkundig Gereformeerde Partij. Nederlanders houden zich helemaal niet bezig met politiek of verkiezingen. En ze bepalen ook nog eens heel kort van te voren op wie ze gaan stemmen. Dus alsjeblieft, laten we het een beetje rustig aan doen.

Bij de opening van het parlementaire jaar daagde PvdA-fractievoorzitter Diederik Samsom de media uit om op één kilometer afstand van het Binnenhof eens rond te vragen over de campagne. Daar is geen mens met verkiezingen bezig, zei hij. „Ik gun Nederland nog een paar maanden vrijwaring van verkiezingskoorts.”

Andere partijen horen dat meewarig aan. Natuurlijk zegt de PvdA dat, reageren ze, want die partij moet de lijsttrekker nog kiezen en dat gebeurt pas in december.

D66 en GroenLinks redeneren anders: juist omdát Nederlanders niet met politiek bezig zijn, moet je hun aandacht nu al proberen te krijgen. GroenLinks houdt allerlei meet-ups met leider Jesse Klaver en D66 koopt ruimte in op Facebook. Ook de VVD is fanatiek op sociale media.

Onderzoek geeft hun gelijk: lang niet iedereen kent de politieke leiders. Onderzoeksbureau Ipsos peilde afgelopen zomer de bekendheid van fractievoorzitters. Iedereen, 91 procent, kent Geert Wilders (PVV). Van Klaver wist nu 60 procent van de ondervraagden wie hij was, „ook al is het alleen van naam”.

Iemand als Halbe Zijlstra, toch fractievoorzitter van de grootste regeringspartij, ‘scoort’ maar 67 procent. Leiders van kleinere partijen hebben nog minder bekendheid: 29 procent weet wie Gert-Jan Segers van de ChristenUnie is. Hij is ook het kortst partijleider van iedereen: sinds november vorig jaar.

Een omslag in het debat

Het debat over de Miljoenennota volgende week zal zich dus al gauw verbreden. Het wordt een afrekening met de afgelopen vier jaar en meteen een blik vier jaar de toekomst in. Zoals fractievoorzitter Gert-Jan Segers van de ChristenUnie zegt: „Het is nu tijd voor de campagne met een grote C. De vraag waar je als politieke partij heen wilt met Nederland.”

De oppositiepartijen zijn vrijer om hun eigen verhaal te vertellen dan de coalitie. VVD en PvdA zullen elkaar nog vriendelijk moeten bejegenen. Dat zal veranderen, maar zover is het nog niet. ‘Daar kan je maar beter niet te vroeg mee beginnen’ denken ze bij beide partijen. Want Nederlanders waarderen het als het kabinet ‘gewoon’ zijn werk doet en het land bestuurt.

Ook andere partijen denken dat kiezers redelijkheid en samenwerken belangrijk vinden. Daarom smeedden ze afgelopen maanden allerlei verbondjes. De SP kwam vrijdag met GroenLinks met een plan om inkomens te nivelleren. Eerder kwamen PvdA en GroenLinks met een klimaatwet. En CDA en PvdA werkten samen aan een wet die regelt dat grote internationale bedrijven hun kleine toeleveranciers op tijd betalen.

Alleen de PVV van Wilders doet nergens aan mee.

En wat verstaat Gert-Jan Segers eigenlijk onder een campagne voeren met een kleine c? „Elkaar vliegen afvangen, harde taal uitslaan.” Gemeen doen past slecht bij een partij als de ChristenUnie. Maar bij de grotere partijen waarschuwen ze al: de tijd van persoonlijke aanvallen, de echte verkiezingshysterie, die komt nog wel. Na de kerstvakantie, denken de meeste spindoctors. Zoals eentje zegt: „Dan gaan de handschoenen uit.”