Psychologie anno 2016

Bijna op de voorpagina van de Volkskrant: Fritz Strack vond ooit dat mensen cartoons geiniger gaan vinden als ze hun mondhoeken optrekken. Maar nu hebben andere wetenschappers de truc ook uitgeprobeerd en het lukt niet. „Alweer zo’n psychologisch lachertje”, kopte de krant. Een hoogleraar psychologie gaf als commentaar dat de psychologie in brand staat. „Het laat je achter met een leeg gevoel”, bekende een andere professor tegenover de krant.

Eerstejaars die net met psychologie zijn begonnen, zullen zich afvragen of ze een vak van en voor losers hebben gekozen. De achteruitkijkspiegel kan een antwoord geven. Hoe liep het af met studenten die een halve eeuw geleden in pakweg Nijmegen met psychologie startten? Psychologie was toen ook al populair; er hadden zich 142 nerveuze eerstejaars bij het Psychologisch Laboratorium aan de Berg- en Dalseweg gemeld. Ze werden begroet door de jonge hoogleraar Sjeng Kremers, later Commissaris van de Koningin in Limburg. Net als wat andere junioren, had Kremers een tijdje in de VS doorgebracht en daar kennis gemaakt met een harde vorm van psychologie. Gedragsleer, psychometrie en psychofysiologie. Zo moest het ook in ons land, vonden de jonge psychologie-hoogleraren; weg met de zielkunde, geen leunstoelpraat meer.

Dat brachten ze over op de eerstejaars. Onder hen waren er die later een sleutelrol zouden gaan spelen in de gezondheidszorg. Ze namen de gedragstherapie mee naar de klinieken en Riaggs. Dat schudde de boel flink op. Voor die tijd werd van bijvoorbeeld patiënten met een dwangstoornis gezegd dat ze leden aan onbehandelbare ellende. Ze sleten hun dagen in psychiatrische ziekenhuizen. Met de komst van de gedragstherapie werd hun aandoening behandelbaar en was er perspectief.

In dat cohort van vijftig jaar geleden zaten ook studenten die zich later zouden beijveren voor het gebruik van psychologische tests. Tot lang na de oorlog was schoolkeuze afhankelijk van maatschappelijke afkomst en toegang tot een baan een kwestie van ons-kent-ons. Grootschalige talentverspilling was het gevolg. Een ruime inzet van tests – waarmee eigenschappen immers geobjectiveerd konden worden – hielp om een einde te maken aan de vanzelfsprekendheid van deze cultuur. Van Fritz Strack had toen nog niemand gehoord.

Een vak van en voor losers? Je kunt ook proberen vooruit te blikken. Wat staat de huidige eerstejaars psychologie te wachten? Ook zonder Fritz Strack zullen velen emplooi vinden in de gezondheidszorg. Het zullen er zelfs meer zijn dan ooit tevoren. Want het besef breekt door dat de kosten van psychische problemen 4 procent van ons BNP bedragen en dat elke euro die je investeert in de behandeling daarvan vier euro’s oplevert.

Anderen zullen over een halve eeuw terugzien op een loopbaan in de ambtenarij. Daar zal zich een kleine revolutie gaan voltrekken. Al die overheidsinstanties proberen immers menselijk gedrag te sturen. Daarin falen ze voortdurend, omdat de psychologische uitgangspunten naïef zijn. Om daar een einde aan te maken zette de Britse regering een paar jaar geleden een club psychologen aan het werk. Opdracht aan dit Behavioural Insights Team: kom met simpele, maar kostenbesparende interventies. Het team boog zich over fiscale weigeraars, mensen die naar 112 bellen om te informeren hoe ze hun parkeerbon moeten betalen, patiënten die niet komen opdagen voor hun afspraak met de dokter en meer van dit soort kostbare overlast. Het Behavioural Insights Team bedacht een scala aan maatregelen. Ze waren gebaseerd op een nauwkeurige analyse van hoe burgers overheidsinformatie verwerken en welke keuzes ze vervolgens maken. Het leverde zo veel geld op dat vergelijkbare teams inmiddels in Australië en Canada zijn opgetuigd. Het duurt niet lang en dan maken ze ook school in Nederland.

Het cartoon-trucje van Fritz Strack? Daar heb ik het in mijn colleges nou nooit over. Wel over de theorieën van Pavlov, Skinner, Festinger, Zimbardo, Loftus en Kahneman. Ze geven een antwoord op vragen die elk verstandig mens zichzelf stelt. Wat is aangeboren, wat aangeleerd? Wat is normaal en wat niet? Wat is bewust, wat onbewust?

Bijna vergeten in het rijtje: Bob Rosenthal. De Harvard-hoogleraar is een van de ontdekkers van het principe dat wat we waarnemen vergaand wordt beïnvloed door wat we verwachten. In een beroemde studie vertelde hij onderwijzers dat zij een aantal laatbloeiers in hun klas hadden, en hij noemde hun namen. Deze leerlingen zouden binnenkort een spectaculaire leercurve gaan laten zien. Maar Rosenthal had alleen maar wat willekeurige leerlingen geselecteerd. Die vertoonden vervolgens wel een stevige toename in hun schoolprestaties. Het verschijnsel is honderden malen en in verschillende domeinen gerepliceerd. En zo is het ook met mondhoeken optrekken. Als je werkelijk denkt dat dat cartoons leuker maakt, zul je het gaan voelen. En anders niet. Wanneer het de paniekerige psychologie-hoogleraren geruststelt, kunnen we dat klassieke fenomeen in het vervolg best het Fritz-Strack-effect noemen.

Harald Merckelbach is hoogleraar rechtspsychologie aan de Universiteit Maastricht