Politieke taal steeds rechtser

Politieke taal

De afgelopen tien jaar domineerde ‘rechts’ taalgebruik het debat in de Tweede Kamer, zo blijkt uit NRC-onderzoek. Toch zijn alle partijen wel ‘sociaal’.

Ben je een rechtse politicus, dan spreek je over harder straffen, grenzen dicht, 130 op de snelweg en zo weinig mogelijk belasting. Ben je een linkse politicus, dan heb je het over de rijken aanpakken, asielzoekers knuffelen, rekeningrijden en daders die ook slachtoffer zijn.

De woorden van rechts, de woorden van links – het is heel overzichtelijk. We gaan ze volgende week allemaal voorbij zien komen bij de Algemene Beschouwingen, het belangrijkste politieke debat van het jaar.

Toch?

Nou, nee. Het ligt een stuk gecompliceerder met de taal die politici gebruiken. Op verzoek van NRC bekeken onderzoekers van de Universiteit van Amsterdam het woordgebruik van linkse en rechtse politici. Ze doorzochten de Handelingen van de Tweede Kamer in de afgelopen tien jaar op een reeks ‘linkse’ en ‘rechtse’ woorden. We kozen daarbij voor een links-rechts-verdeling van de partijen op sociaal-culturele onderwerpen, omdat de komende verkiezingscampagne vermoedelijk vooral gaat over immigratie, veiligheid en identiteit.

Wat blijkt uit het onderzoek? Vooral rechtse woorden hebben het debat in de Tweede Kamer het afgelopen decennium gedomineerd. Linkse partijen gebruikten veel rechtse woorden, maar rechtse partijen nauwelijks linkse. Plat gezegd: links lullen is uit.

Natuurlijk, er bestaat nog steeds onversneden linkse taal. Neem uitdrukkingen als ‘collectief’, ‘solidariteit’ en ‘eerlijk delen’. Die worden veel en veel vaker gebruikt aan de linkerkant van het politieke spectrum. Maar diezelfde linkse partijen gebruiken óók vaak woorden die je intuïtief bij rechts zou indelen, zoals ‘ondernemen’ en ‘belasting’. Woorden als ‘veiligheid’ en ‘opsluiten’ – associatie: conservatief, law and order – worden zelfs vaker gebruikt door links dan door rechts, zo blijkt.

Omgekeerd nemen rechtse partijen amper links vocabulaire over. ‘Eerlijk delen’? Gebruikt rechts zelden. ‘Tweedeling’, in de samenleving, op de arbeidsmarkt of tussen etnische groepen? Hoor je rechts amper over praten. ‘Verheffen’? Idem dito.

Er is één grote uitzondering: het woord ‘sociaal’. Dat gebruikt rechts ook ontzettend vaak – vaker zelfs dan ‘belastingen’ of ‘eigen verantwoordelijkheid’. Blijkbaar wil iedere Nederlandse politicus, of hij nou links is of rechts, graag benadrukken dat hij sociaal is. Een rechts woord als ‘aanpakken’ wordt ook ‘over links’ ingezet: je kunt straattuig aanpakken, maar ook de ongelijkheid in de zorg.

Een interessant geval is het woord ‘afbraak’. Dat is van oorsprong een woord uit de SP-school: Emile Roemer verzet zich, net als zijn voorganger Jan Marijnissen, fel tegen wat hij ziet als de afbraak van de verzorgingsstaat door opeenvolgende kabinetten. Maar de laatste jaren heeft hij concurrentie gekregen van de PVV. De partij van Geert Wilders gebruikt het woord bijna net zo vaak.

Typisch CDA, zou je zeggen

Wat je daar ziet, is de groeiende vermenging van linkse en rechtse begrippen. Dat komt door ‘hybride’ partijen als PVV en 50Plus, die linkse standpunten hebben over economie en zorg, en rechtse over immigratie, integratie en veiligheid. Ook in hun taalgebruik gebruiken zij een mix van ‘linkse’ en ‘rechtse’ woorden – méér dan de traditionele linkse en rechtse partijen.

Je ziet die vergroeiing ook terug bij een begrip als ‘normen en waarden’, dat hoog op de agenda staat voor de komende verkiezingscampagne. Typisch een uitdrukking van het CDA, zou je zeggen, of anders ChristenUnie of SGP. Maar nee: in de Tweede Kamer is het de PVV die als kampioen-gebruiker uit de bus komt. Ook verrassend: het woord ‘fatsoen’ wordt het meest gebruikt door de SP.

De dominantie van ‘rechts’ taalgebruik wordt in één oogopslag duidelijk als je de meest gebruikte woorden per partij bekijkt. Behalve ‘sociaal’ duiken slechts een handjevol linkse woorden op, en dan ook nog bij kleine partijen: ‘beschermen’ bij de Partij voor de Dieren, ‘verbinden’ bij ChristenUnie en SGP. Een traditioneel links woord als ‘gelijkheid’ werd de afgelopen tien jaar slechts mondjesmaat door linkse partijen gebruikt.

Het woord ‘vrijheid’ was een lastige. Is dat van links of van rechts? Misschien wel van allebei, want geen politicus die tegen vrijheid is. Uiteindelijk kozen we toch voor rechts: sinds Pim Fortuyn hebben rechtse partijen het woord nadrukkelijker geclaimd dan linkse – het meest nog wel de Partij voor de Vrijheid. Dat zie je ook in het onderzoek: rechts gebruikte het woord de laatste tien jaar vaker dan links.

Als een politicus een woord gebruikt, betekent dat overigens niet meteen dat hij het wereldbeeld onderschrijft dat ermee verbonden is. Zo hebben SP’ers het best wel vaak over ‘eigen verantwoordelijkheid’ – maar zelden in positieve zin. De boodschap is bijna altijd: dit verfoeide VVD-concept is slecht voor de mensheid.

Toch wordt een politiek woord grosso modo vaker gebruikt door issue owners dan door tegenstanders, zegt informaticus Maarten Marx van de Universiteit van Amsterdam, die de zoekmachine ontwierp waarmee dit onderzoek is gedaan. Al moeten we enige vertekening op de koop toenemen.

Ten slotte nog twee opvallende bevindingen.

Bij de PvdA is de traditionele worsteling tussen principes en macht fraai zichtbaar: het gebruik van het sociaal-democratische woord ‘solidariteit’, zo zie je in de grafieken, stijgt wanneer de partij in de oppositie zit en daalt wanneer ze regeert.

En dan het woord ‘slachtoffer’. Bij wie hoort dat? De rechtse VVD vindt dat we in Nederland te veel begrip hebben voor daders en te weinig voor slachtoffers. De rechtse PVV vindt dat nog eens in het kwadraat. Toch gebruiken linkse partijen het woord ‘slachtoffer’ vaker dan rechtse partijen – met de PvdA op nummer één.