Oud-president Ciampi was de ‘defibrillator’ van Italië

Vrijdagmorgen is Carlo Azeglio Ciampi (95) overleden. Hij loodste Italië de eurozone binnen, bracht rust, en zorgde ervoor dat iedereen weer het volkslied zong.

Ciampi in 2009. Foto Luca Bruno/AP

Hij is de man die de Italiaanse voetballers weer aan het zingen kreeg. Die, tegen Duits verzet in, zijn land met vaste hand richting euro heeft gestuurd. Een onwrikbaar baken van stabiliteit in de jaren negentig, de woeligste periode uit de recente Italiaanse geschiedenis. Carlo Azeglio Ciampi, een kleine, introverte man met een onverzettelijk karakter, was een gigant.  Gouverneur van de Centrale Bank, de eerste niet-politicus sinds de oorlog die premier werd, en later een president die, afkerig van iedere neiging tot populisme, zich verder ontwikkelde tot een van de meest populaire leiders.

Toen zijn dood, op 95-jarige leeftijd, vrijdag bekend werd, overheerste het woord ‘trots’ in de koppen op de Italiaanse websites. “De president van de hervonden trots en van de soberheid”, schreef de Corriere della Sera. En ook: de “defibrillator” van een land dat jarenlang bijna voortdurend in een staat van verhoogde agitatie verkeerde.

Volkslied

Ciampi was een technicus met een grote aandacht voor symbolen. Om een land goed te laten functioneren is ook zelfvertrouwen nodig, vond hij. Decennia lang werd iedere vorm van nationalisme afgedaan als een oprisping van fascistische gedweep met de grootsheid van Italië, zoals in de eerste helft van vorige eeuw onder Mussolini. Nadat Ciampi in 1999 tot president was gekozen, herstelde hij de nationale feestdag (2 juni) in ere en besteedde veel aandacht aan nationale symbolen als de vlag, het presidentiële paleis en de erflaters uit het verleden.

Italië heeft meer zelfbewustzijn nodig, zei hij. Meer ‘wij’-gevoel in een land waar familie en vrienden meestal voor gaan. Met die gedachte zorgde hij ervoor dat Italianen hun volkslied weer gingen zingen. De tekst, een bombastisch negentiende eeuws gedicht, is volledig gedateerd. Maar het is wel óns volkslied, zei Ciampi. Het is aan hem te danken dat de meeste Italianen de tekst weer uit volle borst meezingen.

Dienaar van de staat

In de drie topfuncties die hij heeft vervuld, heeft Ciampi zich steeds als een sobere maar rigoureuze “dienaar van de staat” opgesteld. Hij was van 1979 tot 1993 gouverneur van de Italiaanse Centrale bank, een roerige periode met veel financiële schandalen bij banken en twee dramatische crises van de lire, in 1985 en 1992. Ciampi zorgde er in die jaren voor dat de banden tussen de Centrale bank en het ministerie van Economische Zaken, lees: de politiek, werden doorgesneden.

Toen in 1992 een reeks corruptie- en maffiaschandalen leidden tot de instorting van een politiek bestel dat een halve eeuw had standgehouden, was de Centrale bank een van de weinige instituties waarin Italianen nog vertrouwen hadden. Daarom kreeg Ciampi in 1993, toen alles op losse schroeven leek te staan, het verzoek om premier te worden, in een poging verdere chaos te voorkomen.

Hij deed dat uitstekend en begon aan een ingrijpend programma van privatisering – een manier ook om de greep van politieke partijen op de economie te verslappen. Omdat links dacht bij verkiezingen te kunnen winnen, kwam er na ruim een jaar een einde aan zijn premierschap. Maar links liet zich verrassen door mediamagnaat Silvio Berlusconi. Die werd premier, voor een paar maanden maar, en de politieke verwarring hield aan. Toen Romano Prodi in 1996 de verkiezingen won en het primaat van de politiek herstelde, was Ciampi de aangewezen persoon om minister van Financiën te worden.

Geloofwaardigheid

Hij stond voor de door velen onmogelijke geachte taak om Italië de eurozone binnen te loodsen. In harde onderhandelingen met de Duitsers vocht hij voor een haalbare koers voor de lire in het Europees stelsel van wisselkoersen. Zijn landgenoten wist hij ervan te overtuigen dat het offer van een forse eurobelasting het waard was om monetair aansluiting te kunnen houden bij andere Europese landen.  En als iemand aarzelde over de haalbaarheid, haalde hij een grafiekje uit zijn zak waarop te zien was hoe de rente die Italië moest betalen op zijn enorme staatsschuld, het grootste blok aan het been, daalde naarmate de geloofwaardigheid van de regering in Rome steeg.

Dat was zijn grote forte: zijn persoonlijke geloofwaardigheid. De technicus Ciampi hield zich verre van politieke spelletjes, zette het algemeen belang voor alles, en koerste met een bijna onitaliaanse effectiviteit en onbuigzaamheid af op de doelen die hij zich stelde. Daarom werd hij in 1999 bijna bij acclamatie tot president gekozen. Dat hij toen al 79 was, vond vrijwel niemand een bezwaar. Deze “dienaar van de staat” bleek ongekend populair, want zoveel mensen van zijn kaliber heeft Italië niet gehad.