Op een garnaaltje kauwt hij 25 keer

Illustratie Irene Goede

Woensdagavond, je komt bijna te laat voor gitaarles. Je eet zó snel dat je vergeet te kauwen. Je vader waarschuwt nog: „Niet zo schrokken!” Maar het is te laat. Verslikt.

Het is niet eerlijk. Mensen moeten kauwen om hun eten fijn te malen. Geduldig kaken heen en weer bewegen, kiezen tegen elkaar, nog een keertje die kaken op en neer, en dan pas slikken. Wat een gedoe.

Was je maar een vogel, dan kon je eten in één keer naar binnen slokken. Niet vergeten om af en toe een hapje grind te nemen. Wat, grind? Ja, vogels hebben kleine steentjes in hun maag om eten klein te krijgen, zonder te kauwen. Biefstuk met kiezels. Dat klinkt toch niet erg lekker.

Een vis dan! Als vis mag je toch gedachteloos slokken? Klopt! Vissen kauwen niet met hun kaken. Maar: veel vissen hebben een setje tanden achterin hun keel waarmee ze hun voedsel pletten. Een beetje griezelig is dat wel, tanden in je keel.

Kauwende vissen zijn er niet. Of beter gezegd: bijna niet. In de Amazonerivier is net een vis op kauwen betrapt. Het is een rog. Een rog met een lange naam: de pauwoogstekelrog. De rog heet zo vanwege de vlekken op zijn vinnen. Net pauwenogen, moet iemand hebben gedacht.

Biologen ontdekten dat deze rog kauwen toen ze etende roggen filmden met een supersnelle camera. Normaal kun je aan een rog niet zien dat hij eet. Zijn bek zit aan de onderkant van zijn platte lijf. Als de rog omhoog zwemt kun je het zien: een wit lachebekje, net een spookje.

De biologen filmden de roggen daarom vanaf de onderkant, in een glazen aquarium met lekkere roggenhapjes. De roggen spreidden hun brede vinnen over het hapje uit en begonnen te smakken: twee kaken maalden heen en weer, heen en weer. Net als bij ons.

Op een vis kauwden de roggen zo’n 11 keer. Op een garnaaltje 25 keer. Maar het langst kauwden de roggen op insecten: wel 35 keer. In het wild eten pauwoogstekelroggen veel insectenlarven. Die hebben een taai en stevig pantser om hun zachte lijfje. De rog kauwt zich geduldig door dat pantser heen.

Op één vraag hebben de biologen nog geen antwoord gevonden: zouden roggen met haast zichzelf wel eens verslikken?