Ook fiscale constructies hollen de natiestaat uit

©

Soms kun je je behoorlijk vergissen. In april lekten de ‘Panama papers’ uit – ik dacht dat die nauwelijks voor ophef zouden zorgen. Dat er onder de wereldeconomie een netwerk schuilt waar geld zich anoniem verplaatst naar het punt met de laagste belastingheffing, wist ik. Dat belastingontduiking daarbij een grote rol speelt, ook. Onder de deelnemers in deze schimmige wereld bevinden zich uiteraard politici, ondernemers en allerlei corrupt volk met verkeerd geld. Dus ik schatte de Panama-rel op één, hooguit twee dagen voorpagina-aandacht en beklaagde de eindredacteur die er een nieuwskop boven zou moeten zetten. ‘Mens deugt niet, ontduikt fiscus’ zoiets. Volgende primeur graag.

Maar deze week hield de Tweede Kamer dus een serieuze hoorzitting over fiscale constructies – er wordt zelfs overwogen een mini-enquête te houden. Die Panama papers bleken een omslagpunt – het gevoel is ontstaan dat het nu genoeg is. Fiscale concurrentie tussen landen, waarom ís dat eigenlijk en hoeveel boter ligt er op ons hoofd? Het besef is gegroeid dat globalisering de belastinggrondslag van landen uitholt en dus de natiestaat verzwakt. De enigen die nog belasting betalen zijn straks zij die niet op papier naar Panama kunnen verhuizen, maar sitting duck voor de fiscus zijn, thuis in de Geraniumstraat.

Belastingconstructies zijn, zo bezien, de zoveelste aanslag op de identiteit van burgers. Zie verder onder migratiegolven, ‘Nederland weer van ons’, Zwarte Piet moet blijven en het bederf van de polder door de radicale islam. De politieke marge voor fiscale zelfbediening is dus sterk ingekrompen.

Het Verenigd Koninkrijk werkt al aan plannen om fiscale adviseurs die constructies verkopen die de rechter vervolgens afkeurt, een boete van 100 procent van de niet betaalde belasting op te leggen. Dat zal ze leren! Deze juristen worden aangeduid als ‘facilitators’ dan wel ‘enablers’. Die zitten voortaan in dezelfde categorie als bij ons de leveranciers van groeilampen aan de wietsector – criminele dienstverleners. Dat vraagt wel enige aanpassing van het zelfbeeld, in de City en dus ook op de Zuidas. Morele en politieke maatstaven winnen terrein – of iets ‘legaal’ is, kan er ook op duiden dat die wetten niet meer deugen.

Van no taxation without representation waarmee de Amerikaanse kolonie zich van het Verenigd Koninkrijk wist te bevrijden, zijn we nu aangeland bij no taxation and no representation. Hoe krijgt de politieke democratie greep op de internationale economie is één van de grote vraagstukken van nu.

Nu was ik onlangs te gast bij een debatmiddag over het ‘morele kompas’ van de bedrijfsjurist bij grote internationale bedrijven. In hun omgeving veranderen juridische normen in hoog tempo, morele kaders zijn vaak lokaal en cultureel bepaald en de wispelturige publieke opinie wordt een steeds groter probleem. Nu leidt opereren in meerdere rechtsstelsels tegelijk sowieso al tot pragmatische keuzes. De vrijheid om zelf te bepalen wat ‘deugt’ en wat niet is vaak niet al te groot. Eén bedrijf had na een omkoopschandaal in een buitenland radicaal schoon schip gemaakt en kreeg sindsdien dan ook „geen enkele order meer”. Dat betekent dus je personeel terug de armoe insturen – is dat dan moreel wel oké? Roept u maar.

Andere bedrijven kiezen in een corrupte omgeving van meet af aan voor een ethisch beleid. Zij accepteren dan een geringer marktaandeel, in de hoop dat ‘goed voorbeeld goed doet volgen’ en het rendement later komt. Ethiek als investering.

Aan codes of conduct had niemand gebrek, aan integriteitssessies ook niet. Dreigde het bestuur toch laakbare keuzes te doen, dan kon je als general counsel proberen om je te distantiëren, te ‘escaleren’ door de Raad van Commissarissen in te lichten („dat kun je één keer doen”), of hopen dat deze CEO net zo snel vertrekt als de vorige. En dan de schade managen.

De bedrijfsjurist als burgemeester in oorlogstijd – oplossingen had niemand. Behalve dan je eigen fatsoensnormen: kan ik dit thuis uitleggen. Veel is het niet, maar meer dan niks is het wel.