Neemt het uitgaansgeweld weer toe?

Reportage uitgaansgeweld

Politie en gemeente deden veel om geweld in uitgaansgebieden tegen te gaan. En nu viel er opeens een dode op de Wallen.

Rembrandtplein, vrijdagavond laat, vorige week. Foto David van Dam

Onverwacht smijt een dronken man zijn vriendin tegen het zijraam van café De Nachtwacht op het Rembrandtplein. Een duw. Een priemende vinger. Wat gescheld over en weer. Wat begon als een woordenwisseling, ontaardt in een heftige ruzie. Pleinhosts Mohamed (31) en Thimoty (28) – ze willen om veiligheidsredenen niet met hun achternaam in de krant – zijn in staat van opperste alertheid. Wat te doen: eropaf, of nog even wachten?

In een fractie neemt het tweetal een beslissing: observeren op afstand. De juiste keus: twee minuten later steekt het koppeltje flikflooiend het plein over. Niks aan de hand. „Een ruziënd stelletje”, constateert Thimoty droog.

Volgens gastheren Thimoty en Mohamed – sinds een jaar aanwezig op het plein om bezoekers welkom te heten, ruzies te sussen en te zorgen voor een gezellige en prettige sfeer – lopen ruzies niet altijd af met een sisser. „Vroeger was het vier à vijf keer raak op een avond”, zegt Thimoty. Mohamed: „Dat waren echt grote vechtpartijen.”

Twee weken geleden vochten een 32-jarige tegelzetter en zijn vrienden tegen een groep Roemenen in de rosse buurt. Over en weer vielen klappen. De tegelzetter raakte ernstig gewond en belandde in het ziekenhuis. Een dag later overleed hij aan zijn verwondingen. De man liet een vrouw en twee kinderen achter.

Bij het OLVG – een fusie van het Onze Lieve Vrouwe Gasthuis en het Sint Lucas Andreas Ziekenhuis, met twee locaties relatief dichtbij het centrum – komen elk weekend de slachtoffers van vechtpartijen binnen. Vooral op „klassieke stapavonden”: donderdag-, vrijdag- en zaterdagavond is het raak. Gemiddeld: tien tot dertien gewonde mensen per weekend; 676 op jaarbasis.

Sommigen zijn heel ernstig gewond, zegt Michiel Gorzeman, hoofd spoedeisende hulp bij het OLVG. Van gebroken handen tot snijwonden. Verwondingen aan het hoofd, hersenletsel, zware kneuzingen. „Ze komen met afschuwelijke snijwonden binnen, met de littekens daarvan loop je de rest van je leven rond.” Volgens Gorzeman is het aantal slachtoffers van uitgaansgeweld in Amsterdam de laatste vijftien jaar „licht toegenomen”. Een verklaring ervoor heeft hij niet.

Of echt sprake is van een toename in het uitgaansgeweld in Amsterdam is moeilijk te zeggen, aldus een woordvoerder van de politie Amsterdam. „Het is niet eenvoudig aan die cijfers te komen.” Wat wel bekend is: „Het is qua bezoekers drukker geworden en er is zeker veel inzet door de politie en gemeente geweest.”

Het Openbaar Ministerie Amsterdam heeft evenmin zicht op het aantal verdachten dat bij de rechter verschijnt voor geweldsdelicten tijdens stapavonden. Een woordvoerder: „Die cijfers kunnen we niet ophoesten.” Uitgaansgeweld wordt bij het OM niet afzonderlijk geregistreerd, zegt hij. Strafartikelen, waaronder mishandeling en openlijk geweld, wel, „maar daaraan kunnen we niet aflezen of dit gerelateerd is aan het Amsterdamse uitgaansleven”.

Nemen geweldsincidenten tijdens het uitgaan landelijk al jaren af, in Amsterdam is daar weinig zicht op. De jongste cijfers dateren van 2011 en komen uit een onderzoek naar geweld in het Amsterdamse uitgaansleven. Tussen januari 2006 en half juni 2011 waren 5.347 personen betrokken bij 2.805 geweldsincidenten in op en rondom Leidseplein, Rembrandtplein en Wallen.

Wat veroorzaakt uitgaansgeweld? En: hoe voorkom je het?

Volgens Hans Boutellier, hoogleraar veiligheid en burgerschap aan de Vrije Universiteit, is uitgaansgeweld een „botsing van verschillende sferen”. Boutellier onderzocht met collega’s alcoholgebruik en geweld in het Amsterdamse uitgaansleven. In die situaties, zegt Boutellier, lopen verschillende normatieve plekken dwars door elkaar heen. Zo hangt in een disco bijvoorbeeld een „heel losse sfeer” en wordt binnen „veel meer getolereerd”, zegt Boutellier, dan buiten. „Als je je op straat hetzelfde gedraagt als in de disco, kan dat voor confrontaties zorgen. Helemaal als drank of drugs in het spel zijn. Je kan op het strand in je zwembroek lopen, maar als je die in de Kalverstraat draagt, is dat een raar gezicht.”

Een advies voor de gemeente Amsterdam: „Beschouw het uitgaansgebied als een festivalterrein waar horeca, politie en handhaving nauw met elkaar samenwerken. Daardoor sluiten verschillende sferen beter op elkaar.”

Proeftuin

Dat advies vormde een jaar geleden de inspiratie voor de gemeente om een driejarige proef op het Rembrandtplein te starten: ‘Gastvrij en veilig Rembrandtplein’. Doel: het aantal incidenten op en rond het plein terugdringen.

Op het stadhuis van Amsterdam rolt projectleider Pieter Walinga een grote plattegrond uit met daarop het Rembrandtplein. Dit is zijn „proeftuin”. Rode mannetjes bezetten de toegangswegen naar het plein. Straten die traditioneel slecht verlicht waren, zijn geel gekleurd om aan te geven dat ze extra verlichting behoeven. Op en rond het plein staan extra afvalbakken.

„Het aantal incidenten bleef maar toenemen. Permanent ME-busjes en grote bouwlampen. Maar niets hielp.” Met aangename verlichting, minder fietsen op en rondom het plein, duidelijker routebeschrijving van en naar het station, uitgebreid schoonmaakwerk, strakkere handhaving van het alcoholverbod en inzet van pleinhosts moet het verblijf op het plein een „prettiger ervaring” worden. Bijvangst: minder geweld.

Of het werkt? De eerste cijfers, over het tweede halfjaar van 2015, lijken positief. De geluidoverlast op en rond het plein is afgenomen. En er zijn minder geweldsincidenten. De trend lijkt zich in 2016 door te zetten, zegt Walinga.

Op het Rembrandtplein lopen pleinhosts Lorraine en Randell hun vaste ronde. Ze schudden handen met de portiers en groeten joviaal het uitgaanspubliek. Ook volgens het tweetal werkt de „festivalbenadering”. Lorraine: „Voorheen belden we elk weekend wel een paar keer de politie.” Randell: „Nu denken ruziezoekers: ‘Hey, dat zijn de hosts. Stoppen.’ ” Want: vechten is een „momentopname”, zegt Randell. „als het lukt die woede meteen te stoppen, ben je al heel ver.”

Daarvoor hebben deze hosts zo hun trucjes en technieken. Als mannen ruzie hebben, spreekt Lorraine hen aan. „Mannen tonen vaak machogedrag tegenover andere mannen.” En de nepdrugsverkopers, die regelmatig toeristen bedreigen, beroven en voor een nare sfeer op het plein zorgen? Die worden als er iets gebeurt in sommige gevallen door Randell benaderd. „Het zijn veel jongens uit mijn eigen buurt. Ze luisteren beter naar mij dan naar de politie.” 

Ruziezoekers worden herkend aan „norm-afwijkend gedrag”. Luidruchtig. Expres tegen onbekenden aanbotsen. Een snelle manier van lopen. Mannen die „met hun borst heel erg vooruit lopen”. Aandachtvragers. Het zijn signalen dat er iets aan de hand is, en signalen spelen de pleinhosts door aan de politie of handhaving. In pleinhost-jargon: „Je voelt gewoon een verstoring.”

Die verstoring komt altijd op een vast moment. „Het valmoment”. Tussen 3 en 4 uur ’s ochtends, als de kroegen hun deuren sluiten, slaat meestal de vlam in de pan op het Rembrandtplein. Randell: „De prettige sfeer slaat in één klap om.”

Dat is ook deze vrijdagavond het geval. Het is even voor drieën als een kleine man voor Cinema Club/Café door twee politieagenten ruw tegen de grond wordt gewerkt. Handboeien gaan om zijn polsen. Een politiewagen komt aangereden, stopt, en laadt de man in. Een beveiliger op afstand: „Hij zocht ruzie in de bar en had twee messen bij zich.”

Of de pleinhosts wel eens bang zijn? Lorraine schudt haar hoofd: „Soms voel je wel die adrenaline.”

Randell: „Ik blijf altijd rustig.”