Kunstmatige bevruchting van embryo

De normale bevruchting, met de versmelting van een eicel en een spermacel, kan worden overgeslagen. Dat blijkt uit een laboratoriumexperiment van een team onder leiding van embryoloog Andy Perry van de University of Bath (Nature Communications, 13 september).

De onderzoekers zetten eerst een eicel van een muis aan tot delen, door een chemische behandeling met strontiumchloride. Zo’n onbevruchte eicel deelt dan wel, maar levert geen volwaardige foetus op – hij sterft na een paar dagen. Maar het team van Perry injecteerde vlak voor de eerste deling van deze behandelde eicel een spermacel in die eicel. Dat leverde een embryo op van een paar cellen. Als de onderzoekers vervolgens deze embryo’s in een draagmoedermuis plaatsten, groeide ongeveer 10 procent uit tot gezonde muizenjongen.

Daarmee is volgens de auteurs voor het eerst aangetoond dat bevruchting an sich niet noodzakelijk is voor het verwekken van een nieuwe generatie zoogdieren. Dat vervaagt het traditionele functionele onderscheid tussen volwassen cellen, embryonale cellen en geslachtscellen. Want, redeneren ze, wat nu gelukt is met een spermacel, zou via deze methode ook kunnen slagen met een andere haploïde cel. Voor de normale voortplanting lijkt dit een omslachtige weg, maar voor onderzoek naar klonen en stamcellen komen er nu nieuwe mogelijkheden bij.

Het team van Perry stelde vast dat het DNA van de spermacel in de embryocel ‘uitgepakt’ wordt zodat het kan combineren met moederlijk DNA, wat ook bij de normale bevruchting gebeurt. Er zijn wel subtiele verschillen in de moleculen op het DNA, maar dat heeft kennelijk geen gevolgen voor de levensvatbaarheid van de muizen die eruit geboren worden.