Piepjong en prof

Lucie Horsch (17) en Noa Wildschut (15), beiden uit een muziekfamilie, zijn uitzonderlijk getalenteerd. Van beiden verschijnt het debuutalbum op een groot label.

Violiste Noa Wildschut (15) en fluitiste Lucie Horsch (17) Foto Merlijn Doomernik

Het contact loopt via de ouders. Zo jong zijn fluitiste Lucie Horsch en violiste Noa Wildschut nog net wel. Al is dat vooral een praktische kwestie, want Lucie en Noa reizen al jaren zelfstandig door Europa en de Verenigde Staten voor concerten, lessen, een interview met The Guardian of een tripje met vriendinnen.

Jong talent is in de klassieke muziek net zo gewoon als in de topsport. Om de top te halen is vroeg beginnen noodzaak. Op concoursen zie je dat terug: negenjarigen die Liszt spelen met speels-gretige vingervlugheid, violisten van zestien die technisch gesproken bijna ‘af’ zijn als ze aan het conservatorium beginnen. Albums maken? Is óók vrij gewoon, want een album is een visitekaartje, een potentiële sleutel naar optredens. Maar meestal zijn dat albums op kleine labels, waarvan de artiesten de kosten (deels) zelf dragen.

Foto Warner Classics

Noa Wildschut ondertekende vorige week haar album-contract bij Warner. Foto Warner Classics

Jong getekend worden door een groot internationaal label en wereldwijd verspreid en gepromoot worden – dat is nog wel degelijk heel bijzonder.

Tot die eredivisie zijn blokfluitiste Lucie Horsch en violiste Noa Wildschut deze zomer beiden doorgedrongen. Allebei werden ze al twee jaar geleden (door respectievelijk Decca en Warner) benaderd, beiden vonden ze zichzelf toen nog te jong. „We wilden liever rustig aan doen”, zeg Noa. „Natuurlijk is een cd nooit definitief; het is een momentopname”, zegt Lucie. „Maar toch. Je wilt wel boven de materie staan.”

lucie-horsch-cover-3000x3000

De debuut-cd van Lucie wordt dezer dagen geperst in de fabriek, „iets waar ik me veel wilds bij voorstel”, lacht ze. Ze is er blij mee, zoals ze ook blij is met het portret op de albumcover met een hip rood baretje. „Toen er voor het eerst sprake was van een album, was dat niet-muzikale aspect een van de dingen waar ik over moest nadenken. Die shoot kostte me een dag, terwijl ik het liefst gewoon muziek wil maken. Maar het doet er wél toe hoe je overkomt. Ik geef ook geen concerten in spijkerbroek.”

Muzikaal is het ongedwongene in elk geval behouden gebleven. De spontane, intelligente muzikaliteit spat van de opname af. „Ik mocht het repertoire zelf kiezen”, zegt Lucie. „Het werd Vivaldi – muziek die ik veel gespeeld heb en waarin ik me zeker voel. Wat dat betreft was het óók fijn te mogen werken met een ensemble van hele goede musici, met wie ik bijna allemaal al eerder had samengewerkt. Mijn vader deed ook mee, ik voelde me op mijn gemak. Dat hoor je, denk ik.”

Het debuutalbum van Noa Wildschut wordt in november opgenomen. Ze ondertekende het contract vorige week, mét champagne (die ze zelf niet mocht drinken). Het album, dat in september 2017 verschijnt, is gewijd aan Mozart: het Vijfde vioolconcert in A en Adagio K. 261 met het Nederlands Kamerorkest en de Sonate K. 454 met haar oom, pianist Yoram Ish-Hurwitz. „Ik heb altijd van Mozart gehouden”, zegt ze. „Zijn muziek is levendig, leuk om te spelen en geeft me een schoon en puur gevoel. Juist omdat ik jong ben en het mijn eerste cd is, vond ik dat eerlijke en pure een belangrijk criterium.”

Plezier en ernst

Dat juist Noa en Lucie de uitzonderingen zijn in wie platenmaatschappijen nog wél investeren, wekt geen verwondering. Van blokfluitiste Lucie vind je op YouTube al fragmenten uit 2008. Toen was ze negen. Haar uitvoering van Brahms’ Hongaarse dans nr. 5 op het Prinsengrachtconcert van 2011 zou je ieder kind willen laten zien, omdat er zo’n ontroerende mix van plezier en ernst van uitgaat.

Violiste Noa kerfde haar naam in de herinnering toen ze als negenjarige met Janine Jansen duetten van Sjostakovitsj speelde en met haar intuïtieve, compromisloze spel de indruk wekte minstens tien jaar ouder te zijn. Omroep NTR wijdde de documentaire Noa 11 aan haar en volgt haar nog voor een tweede documentaire, die wordt uitgezonden als volgend jaar het album uitkomt.

Wat treft, bij beiden, is dat het geen typische wonderkinderen zijn, maar het omgekeerde. Dat ze als kinderen niet wonderlijk zijn, maar normaal. Maar ook dat ze als musici weinig kinderlijks uitstralen. Ze zijn professionals, alleen heel jonge. Als er iets wonderlijk is, is het dát.

Noa is de dochter van Arjan Wildschut, altviolist in het Radio Filharmonisch Orkest en Liora Ish-Hurwitz, violiste en viooldocent. „Toen ik twee was koos ik voor de cello”, vertelt ze. „Die is groter dan een viool, dus stoerder. Maar als mijn zus viool studeerde, zat ik er altijd vol bewondering naast. Eigenlijk wilde ik óók gewoon viool.”

Vanaf haar vierde kreeg ze vioolles van Coosje Wijzenbeek, uit wier pedagogische kweekvijver het merendeel van de Nederlandse violisten jonger dan 40 afkomstig is.

Wanneer ik als kind soms even geen zin had, zeiden mijn ouders: als je nu even studeert, kun je daarna buiten spelen

Lucie is de dochter van cellisten: haar vader Gregor Horsch is solocellist van het Koninklijk Concertgebouworkest, moeder Pascale Went is freelance celliste. Lucie koos toen ze vijf was voor de blokfluit. „Mijn ouders zagen het als een opstapje naar een ‘echt’ instrument. Maar ik ben koppig. De blokfluit ís mijn echte instrument.”

Handigheid

Vanaf toen ging het geleidelijk. „Als je ergens handigheid in krijgt, geeft dat voldoening. Dus ga je verder, studeer je een beetje harder.” Op haar elfde werd Lucie met blokfluit toegelaten bij Walter van Hauwe aan het Conservatorium van Amsterdam waar ze toen ook met piano begon bij Marjès Benoist. Noa woont in Hilversum en studeert ook in Amsterdam, bij Vera Beths.

Het hielp zeker, vinden beiden, dat ze thuis werden gestimuleerd. Lucie: „Wanneer ik als kind soms even geen zin had, zeiden mijn ouders: ‘als je nu even studeert, kun je daarna buiten spelen’. Inmiddels is het fijn dat ze me serieus nemen en ook echt begrijpen, omdat ze zelf musici zijn.”

Noa: „En mijn ouders leerden me hoe ik moest studeren. Inmiddels heb ik dat niet meer zo nodig. Maar ik heb nog steeds het fijne gevoel dat ze er zijn. Als ik hulp nodig heb, kan ik die vragen. En dan snappen ze precies waar ik het over heb.”

Nog een ding hebben ze gemeen: voor sport is geen tijd. Het paardrijden, tapdansen, en schaatsen van vroeger – ze komen er naast vijf uur muziekstudie per dag en school niet meer aan toe en lachen daar smakelijk om. Maar het omslagpunt blijft duister. Wanneer wordt je instrument van een hobby je leven? Is dat überhaupt een keuze? Of komt ineens het besef dat je geen musicus wordt, maar het al was?

Lucie: „Er was geen concreet moment waarop ik serieus werd. Ik heb altijd meegedaan aan concoursen, concerten gegeven. Een blokfluit staat dicht bij je, letterlijk, dat versterkt de band. Het is een verlengstuk van mijn stem, dus van mij. Dat kwetsbare vind ik aantrekkelijk. Als ik nerveus ben, hoor je dat meteen.”

Wat moet ik tegen mijn vrienden zeggen? ‘Sorry jongens, klassieke muziek is interessanter dan pop?’ Dat vind ik namelijk wel, al ben ik óók fan van Adele

Dierenarts wil ze niet meer worden. „Maar ik heb nog wel veel interesses naast de muziek.” Dit jaar doet ze eindexamen gymnasium in negen vakken. Daarnaast studeert ze piano – en drong daarmee ook al door tot een concoursfinale. Een studie filosofie of klassieke talen; ze sluit het niet uit. „Mijn probleem is dat ik interesses makkelijk opvat, maar moeilijk loslaat”, lacht ze. De blokfluit en de piano blijven, „dat is een zekerheid”. En hoewel de combinatie zwaar is, helpt het één het ander ook. „Pianospelen is op een bepaalde manier enger. Zo’n ding waar je naartoe moet lopen. Als blokfluitist ben ik daar flexibeler van geworden. En op de piano snap ik door de fluit beter hoe ik moet fraseren.”

Leerplichtambtenaar

Noa nam andere beslissingen dan Lucie. Doordat ze voor concerten vaak in het buitenland is en veel school miste, heeft ze toestemming de lessen verder online te volgen. Ze is overgestapt van vwo naar 5 havo en heeft net van de leerplichtambtenaar toestemming gekregen haar eindexamen over 2 jaar te verspreiden.

Stoppen met een normaal schoolleven was lastig, maar „school is nu niet mijn eerste prioriteit”, zegt ze eerlijk. „Ik leer ook van de reizen die ik maak en de ontmoetingen die daaruit voortkomen. Natuurlijk mis ik de dagelijkse omgang met vriendinnen. Maar er zijn genoeg musici met wie ik vrienden ben. En ik spreek zo vaak als kan af met de vriendinnen van mijn vorige school.”

Praten ze met vrienden ook over klassieke muziek? Lucie: „Wat moet ik dan zeggen? ‘Sorry jongens, klassieke muziek is interessanter dan pop?’ Dat vind ik namelijk wel, al ben ik óók fan van Adele.”

Noa: „Klassieke muziek is gelaagder.”

Lucie: „Maar ik wil geen bekeerling zijn, dat werkt averechts. Met mijn vrienden luister ik liever naar hún muziek. Ik nodig ze soms wel uit voor mijn concerten. Oh, speel je zó! Dan vinden ze het wél cool.”

Noa: ,,Wat meespeelt is dat zo weinig mensen met klassieke muziek in aanraking komen. Ik was laatst in Brazilië op een school voor sloppenwijkkinderen waar alle kinderen een strijkinstrument hadden leren spelen. Ik heb voor hen en met hen gespeeld en dan zie je hoe muziek blij kan maken.”

Studeren in de huiskamer

Hun toekomst is nú, zeggen beiden. Lucie: „Ik hoop vooral dat ik genoeg tijd blijf vinden om niet te hoeven kiezen tussen de piano, de fluit en de rest. Ik ben altijd bang dingen te missen. Ik studeer zelfs in de huiskamer, omdat ik óók wil horen wat daar allemaal wordt besproken. Mijn bosje blokfluiten ligt in de keuken. Eén voordeel: ik kan me nu overal concentreren.”

Noa toert naast haar lessen bij Vera Beths regelmatig rond met de Mutter Virtuosi, een collectief van getalenteerde jonge violisten rondom de Duitse violiste Anne-Sophie Mutter, die haar protegés ook coacht. „Spelen in zo’n ensemble, andere vormen van kamermuziek, soleren – ik vind het allemaal even leuk”, zegt ze. „Ik probeer vooral te genieten van wat ik doe. Maar dat voelt niet als een voornemen. Dat gaat vanzelf. Omdat dit leven mijn droom is.”