Jagen

Wij zijn niet ongelukkig

Illustraties Cyprian Koscielniak

De kop ‘Jagen maakt niet gelukkig’ op de voorpagina van het katern Wetenschap (10-9) gaat wel erg kort door de bocht. Het artikel zelf gaat alleen over de historische en huidige oerjacht als voornaamste bron van levensonderhoud.

Oerjacht is niet (meer) de belangrijkste vorm van jacht; in Europa komt deze jacht al eeuwen niet meer voor. Ook de jacht voor louter het plezier of de trofee komt niet meer voor. Wel wordt er intensief gejaagd – en niet door per definitie ongelukkige jagers, zoals de NRC-kop wil.

De jacht in Europa is een ‘regulerings-jacht’, bedoeld om wildpopulaties in toom te houden om zo schade aan natuur en culturen en aan het welzijn van de soort te beperken. Gaat het om die jacht, dan kunnen we zelfs stellen dat niet-jagen ongelukkig maakt: ganzen en damherten mochten in Nederland zo lang niet bejaagd worden, dat nu alleen destructie rest. Jagers willen daar – terecht – niet aan meewerken en niet ongelukkig worden om redenen buiten hun schuld.

Ander voorbeeld. In het hele Zuid-Franse gebied gaat het jagen vooral om de regulering van het everzwijn. Door de klimaatopwarming profiteren everzwijnen immers van steeds betere 'mastjaren': eikels, kastanjes, beukennoten te over. Gezien het terrein met dichte, stugge begroeiing is die drijfjacht buitengewoon lastig. Vraatschade aan land-, wijn- en bosbouw wordt door de jagers betaald. Het is dus bikkelen.

Maar ongelukkig, nee hoor, dat zijn we hier beslist niet.