Ineens zijn er cadeautjes voor iedereen

Flexibiliteit

Na moeilijke jaren kan het kabinet nu gul zijn. Maar wie de laatste begroting van Rutte II goed leest, ziet dat er allerlei begrotingsregels worden overtreden.

Foto ANP / Bas Czerwinski

Honderd miljoen voor arme kinderen, 200 miljoen voor de politie, 300 miljoen voor het leger en ruim een miljard euro voor meer koopkracht voor lage inkomens.

De begroting die het kabinet komende dinsdag zal presenteren – en vrijdagmiddag al uitlekte – biedt cadeautjes voor iedereen. Rutte II komt met al die miljarden door omdat het goed zou zijn en omdat het kan. Letterlijk schrijft de hoofdauteur van de Miljoennota, minister Dijsselbloem (Financiën, PvdA): het kabinet trekt ruim 1,5 miljard euro uit „om de economie krachtiger te maken, te investeren in defensie en veiligheid kansen voor kinderen”. Daarbovenop komt nog 1,1 miljard „voor reparatie van koopkracht zodat we de crisis steeds verder achter ons te kunnen laten”. Anders dan vorig jaar – toen de belastingverlaging van 5 miljard vooral naar lage en middeninkomens ging – mag nu iederéén van de herstellende economie profiteren. En dus krijgen ook ouderen en minima er wat geld bij.

Volgens Dijsselbloem is deze laatste begroting van dit kabinet – in maart volgend jaar zijn er Tweede Kamerverkiezingen – niet alleen ruimhartig maar ook robuust en verantwoord. „Nederland is sterk uit de crisis gekomen”, waardoor „de overheidsfinanciën beter in balans” gekomen zijn. Het overheidstekort – het verschil tussen inkomsten en uitgaven – is in de huidige kabinetsperiode behoorlijk gedaald: van 3,9 procent van het bruto binnenlands product in 2012 tot 1,1 procent in 2016. Gaf het kabinet vorig jaar nog ruim 12 miljard meer uit dan het binnenkreeg, nu lonkt een begrotingsevenwicht. Ook de staatsschuld beweegt de goede kant op.

Einde van de Zalmnorm

Bemoedigende cijfers. Ze moeten rechtvaardigen dat het kabinet dat in de eerste regeringsjaren zo zwaar heeft moeten saneren, in het laatste begrotingsjaar ook kan uitdelen en zelfs wat van die bezuinigingen kan terugdraaien. Maar wie dieper op de Prinsjesdagstukken inzoomt, ziet dat de vaak zo zuinig overkomende minister van Financiën zich in zijn laatste jaar van zijn flexibele kant laat zien. De eigen begrotingsregels worden met voeten getreden.

Bij het aantreden in 2012 formuleerde Rutte II elf stellige begrotingsregels die het kabinet ertoe moest dwingen het zogeheten trendmatige begrotingsbeleid te blijven hanteren. Deze ‘Zalmnorm’, naar Dijsselbloems verre voorganger Gerrit Zalm, moet budgettair ad hoc-beleid voorkomen.

Op tenminste drie punten worden die eigen begrotingsregels nu overtreden. Zo voldoet de begroting voor 2017 nog altijd niet aan alle Brusselse normen voor lidstaten uit de eurozone. Terwijl begrotingsregel 1 van Rutte’s regeerakkoord luidt: „We houden ons aan Europese begrotingsafspraken.”

Toch is de staatsschuld is nog niet hard genoeg geslonken om aan de Brusselse richtlijn van 60 procent van het bbp te voldoen. Daarnaast mogen de collectieve uitgaven volgens het Europese stabiliteitspact niet harder stijgen dan de groei van de economie. „Dit is op basis van de huidige beleidsuitgangspunten niet het geval”, noteert het Centraal Planbureau droogjes in de vrijdag eveneens uitgelekte Macro Economische Verkenning.

Een in het politiek debat vaak terugkerend begrotingsbegrip is het ‘uitgavenkader’. Daarmee is voor de gehele kabinetsperiode per beleidsterrein een plafond gesteld aan de groei van de overheidsuitgaven. Strikt genomen mag het kabinet binnen die beleidsterreinen ook niet schuiven. Dus een meevaller in de zorg mag niet worden gebruikt voor een investering in onderwijs of justitie. Daar gaat het dit jaar – en trouwens ook in eerdere jaren – mis.

De meeste souplesse toont Dijsselbloem in het uitgavenplafond als geheel. Dat wordt zonder veel toelichting zomaar met 2,2 miljard verhoogd. Onder de tabel waaruit dat blijkt staat het cryptische zinnetje: „Zowel in 2016 als in 2017 sluit het uitgavenkader, na aanpassing voor het pakket voor 2017.”

Anders gezegd: we schieten eigenlijk door onze begrotingsgrenzen heen, maar door die wat op te rekken blijven we netjes binnen de lijntjes. En nog eens exact ook: de forse overschrijdingen op gebieden als defensie en huurtoeslag worden precies gecompenseerd door meevallers op de zorguitgaven en sociale uitkeringen.

Een half jaar voor de verkiezingen is het voorstelbaar om wat creatief boekhouden op dit hoge niveau toe te staan. Maar prudent is anders. Het is niet ondenkbaar dat het kabinet volgend jaar al wel aan de Europese begrotingsrichtlijnen zou voldoen als het de eigen regels strikt had nageleefd.

Het kabinet kan zich de vrijheid om buiten z’n eigen boekje te gaan permitteren. Andere partijen zullen er niet of nauwelijks op aanslaan. Tegen zoveel prettige beleidsvoornemens – voor defensie, voor justitie, voor gepensioneerden, voor lage inkomensgroepen, voor arme kinderen, voor eenverdieners – is weinig effectieve oppositie te voeren.