Hoe een lading cocaïne Rinus fataal werd

Cocaïnehandel

Fruithandelaar Rinus M. schnabbelde bij met de smokkel van cocaïne. Toen een lading werd onderschept en hij niet meteen kon betalen, bleek met wat voor ‘gasten’ hij zaken deed. „Laat maar zitten zeggen ze nu. Ouwe, weet u wat dit betekent?”

Ping! Het is dinsdagavond zes uur als de Blackberry van fruithandelaar Rinus M. begint te trillen. Een zakenrelatie van Rinus zoekt contact, en snel. Rinus heeft een probleem, naast de fruithandel zit hij ook in de drugssmokkel. En de dag ervoor, maandag 9 december 2013, is er in de Rotterdamse haven 300 kilo cocaïne gevonden tussen een lading ananassen uit Costa Rica. Het fruit en de drugs waren bestemd voor Rinus en twee compagnons. Hun schade bedraagt vele miljoenen euro’s.

De zakenrelatie die via een speciale beveiligde telefoon contact zoekt over het mislukte drugstransport maakt zich grote zorgen – zijn identiteit is onbekend maar op basis van de ontcijferde berichten noemen we hem De Leverancier. „Het lijkt me duidelijk dat we dingen te bespreken hebben. Hoe zit het met betalen?”, sms’t hij. „We kunnen maar beter afspreken en dit netjes afhandelen.”

Rinus vertelt dat hij „er is om het uit te leggen”. De Leverancier maakt duidelijk dat er maar een manier is om het verlies van de lading cocaïne te compenseren: „geld”. Later die avond wordt er een afspraak gemaakt voor de volgende dag via „de ping”, zoals Rinus het versturen en ontvangen van berichten zelf omschrijft. Het is negen uur geweest als Rinus zijn telefoon weglegt.

Het dispuut over de onderschepte lading cocaïne van Rinus is, zo zal achteraf blijken, het begin van een schandaal dat draait om corruptie in de Rotterdamse haven. Centrale figuur is een foute douanier: Gerrit G. Hij zorgde ervoor dat verdachte containers met drugs ongecontroleerd de haven van Rotterdam in konden komen – tegen betaling uiteraard. Een aantal criminelen maakte gebruik van de diensten van de douanier. En dat leidde tot spanningen in de Rotterdamse onderwereld. Gerrit G. was een ideale mol binnen de douane, iedere smokkelaar wilde exclusief gebruik kunnen maken van zijn diensten.

Gerrit G. zou ook de container van Rinus ongezien de haven in loodsen. Maar door een foutje in de planning kwam de container aan terwijl Gerrit op vakantie was. Het is een fout die Rinus M. uiteindelijk het leven kost. Hij wordt op 14 april 2014 doodgeschoten voor zijn woning in Steenbergen. En hij is niet het enige dodelijke slachtoffer in deze zaak. Een mysterieuze moord in Berkel en Rodenrijs op 1 januari 2014 zou ook met deze zaak te maken hebben, hoort de politie in de Rotterdamse onderwereld. In mei 2014 wordt daarom een eerste onderzoek gestart naar de gang van zaken in de haven. Een jaar later heeft de politie een goed beeld van de omvang van de drugssmokkel waarbij Gerrit G. betrokken is. Hij moet zich net als een tiental andere verdachten uit het Rotterdamse milieu dit najaar verantwoorden voor de rechtbank in Rotterdam. De eerste zaak begint maandag. Daarnaast lopen er aparte onderzoeken naar tenminste twee liquidaties die met dit conflict samenhangen.

Het onderzoek naar de dood van Rinus M. leidt naar een lid van een bende uit de omgeving van Utrecht die sinds de zomer van 2015 vastzit. Bij de aanhouding van deze groep criminelen is een enorme hoeveelheid automatische wapens gevonden en – hoogst ongebruikelijk – een speciale boekhouding van inkomsten en uitgaven. De bende zou zich naast wapenhandel beziggehouden hebben met drugshandel en het voorbereiden en plegen van liquidaties, zo vermoedt het Openbaar Ministerie. De strafzaak tegen deze groep verdachten, codenaam 26Koper, begint donderdag.

Zo komen in het verhaal over het tragische einde van Rinus M. twee veelbesproken strafzaken samen. Wie was Marinus Nicolaas M., 68-jarige fruithandelaar uit Steenbergen? En waarom moest hij dood?

Die gasten weten alles

NRC reconstrueerde de laatste weken van het leven van Rinus M. op basis van dossiers, de openbare behandeling van strafzaken en gesprekken met betrokkenen en nabestaanden. Belangrijkste bron is een proces verbaal waarin de communicatie is uitgewerkt die werd gevonden op de beveiligde telefoon van Rinus M.

Ping! Woensdag 11 december, een dag na de eerste confrontatie met De Leverancier, gaat rond drie uur ’s middags opnieuw de telefoon. Nu meldt zich iemand anders, ook zijn identiteit is onduidelijk maar op basis van de ontcijferde gesprekken noemen we hem De Bemiddelaar. Hij noemt Rinus „Ouwe” en om zeker te weten of hij de goede persoon aan de lijn heeft, vraagt hij waar ze elkaar voor het laatst hebben gesproken.

Als Rinus inderdaad Rinus blijkt te zijn, zegt De Bemiddelaar: „Goed je te spreken Ouwe. Vergeet niet. Sta samen met u in hetzelfde schuitje en sta aan uw kant. Het is wel belangrijk dat u gewoon goed communiceert met die gasten. Wat heeft u nu besproken met die gasten?” Rinus reageert onmiddellijk: „Dat is een probleem. Hij wil mijn vertrouweling niet spreken. Niemand is gebaat bij nog meer ellende.” Rinus wil „gewoon goede afspraken maken” over de financiële afwikkeling. Hij moet enkele miljoenen euro’s bij elkaar zien te scharrelen.

„Ik ga echt mijn best doen”, zegt De Bemiddelaar die uitlegt dat hij zich niet te veel met de kwestie kan bemoeien om te voorkomen dat hij zelf in de problemen komt. Uit de gesprekken blijkt dat De Bemiddelaar zowel contact heeft met Rinus als met De Leverancier. De Bemiddelaar waarschuwt om niet thuis te verblijven omdat De Leverancier zijn adres weet. „Die gasten weten alles van jullie. Sorry maar ik moest dat geven, anders was ik de lul. Dus neemt u voorzorg als u begrijpt. Die gasten zijn gek. Zorg voor een oplossing.”

Een uur later laat De Leverancier van zich horen. „Hebt u nagedacht wat u de beste oplossing vindt?”, vraagt hij. Rinus hoeft daar niet over na te denken: „Financieel los ik het op. Maar ik moet van jou wel de kans krijgen.” Rinus is bang dat hij in de gaten wordt gehouden door de politie. „Daarom wil ik een neutraal persoon met je laten praten.” De Leverancier geeft hem een dag. „Morgen kan ik alvast een stukje geld laten brengen”, schrijft Rinus.

„Ok”, meldt De Leverancier, „meld me wel eerst hoeveel je gaat geven.” Dat belooft Rinus: „Ik ben vanavond niet te bereiken. Meld me morgen.” Aan het eind van de middag stuurt De Bemiddelaar een boodschap. „Goed nieuws, Ouwe”, schrijft hij. „Pas op en laten we contact houden. Komt hopelijk allemaal goed.” De Bemiddelaar blijkt dan ook een eigen belang te hebben. „Vraagje: denkt u dat wij in het onderzoek naar boven komen?”

Twee dagen na het verlies van de lading cocaïne lijkt Rinus M. zijn zaakjes onder controle te krijgen, ondanks de dreigende woorden van zijn leverancier. Hij weet dat hij moet betalen, en snel. Grote vraag: hoe komt Rinus aan de miljoenen die hij nodig heeft?

Geen dure auto’s voor de deur

Rinus M. leidde geen opvallend leven. Hij woonde in een zeer bescheiden huurwoning in een typische jaren-zestigbuurt aan de rand van Steenbergen. Voor de deur ook geen grote dure auto’s. Rinus reed in een Franse middenklasser – een nieuwe, dat dan weer wel.

Voormalig AD-journalist John Nijssen, inmiddels maker van de Steenbergse Courant, woont hemelsbreed nog geen honderd meter verderop in dezelfde buurt. „Hij was mij nog nooit opgevallen”, zegt Nijssen. Zijn verhaal past bij het beeld dat Rinus’ vrouw Corrie van hem schetst. „Rinus was een teruggetrokken man. Als hij op een feestje was, vroegen ze vaak of er iets was omdat hij zo stilletjes voor zich uit zat te kijken. Dat was gewoon zijn karakter.”

Rinus en Corrie zijn geboren Rotterdammers. Als ongetrouwd stel trokken ze in de jaren zeventig naar het uiterste puntje van West-Brabant, op de grens met Zeeland en Zuid-Holland. Uiteindelijk streken ze neer in Steenbergen waar ze al ruim 25 jaar wonen. Samen met zijn broer Ferry had Rinus een bedrijf dat fruit importeerde. Maar, zo vertelt zijn vrouw Corrie, Rinus legde zijn handen ook wel eens op een partij kleding. „Dan had hij in een keer een hele voorraad broeken of jasjes.” En sinds 2013 had hij een winkel in Ruitersportartikelen in Steenbergen.

Maar die stille, teruggetrokken Rinus M. had dus een andere kant. Misdaadjournalist Hendrik-Jan Korterink achterhaalde in het archief van de Brabantse krant BN/DeStem een stuk over ene Marinus M. die in het midden van de jaren negentig veroordeeld werd in een xtc-zaak. Voor zijn bijrol in die zaak kreeg Rinus een celstraf, weet Corrie. „Rinus zei dat hij er niks mee te maken had en de boel alleen maar schoonmaakte”, zegt ze. „Het klinkt stom maar ik geloofde dat.” Misdaadjournalist Korterink stelt, op basis van anonieme bronnen, dat Rinus tijdens zijn celstraf andere criminelen heeft leren kennen en daar ook zaken mee is gaan doen.

In het dossier van de zaak rond de douanier zitten aanwijzingen dat Rinus al eerder betrokken is geweest bij cocaïnesmokkel. Begin 2013 zou een partij van 200 kilo cocaïne van Rinus zijn gepakt in Zuid-Amerika. Daardoor had hij schulden. De lading cocaïne van 300 kilo die in Rotterdam is onderschept zou zijn bedoeld om een deel van die schulden af te lossen. Corrie wist hier allemaal niks vanaf, zegt ze. „Hij was vaak in de weer met die telefoons. Hij had er wel vijf.” Maar ze zocht er niks achter. „Ik ben zo stom geweest, zo stom.”

Geef me tijd

Ping! Donderdagmiddag 12 december begint de beveiligde telefoon van Rinus weer te trillen. Het is geen goed nieuws. De Leverancier blijkt woest te zijn op Rinus die heeft laten weten dat hij meteen 50.000 euro kan betalen. „Dit is een heel onrespectvol aanbod. Op deze manier wordt het een principekwestie en mag je het geld houden.”

„Ik wil niet disrespectvol zijn”, schrijft Rinus terug in een poging de boel te de-escaleren. „Het is wat ik heb. Er wordt druk aan hogere bedragen gewerkt. Een oplossing komt.” De Leverancier stuurt Rinus een onnavolgbare berekening die eindigt met het getal 2.371.944. Dat is het bedrag dat Rinus verschuldigd is. „Over berekening gaan we het zeker eens worden”, meldt Rinus. „Ik wil alleen begin maken met betalen. Geef me tijd.”

Het ongeduld over Rinus neemt die middag snel toe, zo blijkt. „We hoeven geen boodschappengeld, we hebben een exacte berekening gestuurd wat we moeten krijgen.” Ook De Bemiddelaar maant Rinus: „Ouwe, even serieus. Ik geef nu een advies. U gaat er nooit uitkomen als u niet gaat betalen. Die 50.000 is zo dom om dat tegen hen te zeggen. Dat is een zware belediging voor die mensen.”

Dan meldt De Leverancier zich weer: „We hebben alles in een keer betaald. Als jij het in twee keer betaalt is dat redelijk genoeg.” Rinus zegt dat hij maandag duidelijkheid kan geven. „Ik wil het snel met je afwikkelen.” De Leverancier accepteert het aanbod van Rinus: „In orde. Maandag een duidelijker antwoord zodat we weten waar we aan toe zijn. Ondanks de ellende wens ik je een goed weekend.”

Rinus krijgt dus vier dagen de tijd om dik twee miljoen euro bij elkaar te scharrelen. Hij vestigt zijn hoop op zijn twee medefirmanten. Ze hebben met zijn drieën het transport opgezet. Ze krijgen „normaliter een derde van de winst” schrijft hij aan De Bemiddelaar. „Je kan niet alleen maar winnen.” De Bemiddelaar is het met Rinus eens: „Zorg dat hij zijn portemonnee trekt. En geen gekke onzinbedragen. Doe wat van u verwacht wordt.”

Op basis van later onderzoek heeft de politie wel een vermoeden wie die twee andere firmanten zijn. Het gaat om Dennis van den B., een man uit Berkel en Rodenrijs die eerder betrokken is geweest bij oplichting. En René F., een crimineel uit het Rotterdamse milieu die al sinds het begin van de eeuw betrokken is bij drugssmokkel.

Maak dat u daar weg komt

Ping! Maandagmiddag 16 december meldt De Leverancier zich bij Rinus: „Hallo, ik wacht op antwoord.” Rinus meldt zich drie uur later. „Wij kunnen definitief aan grote geldbedragen komen half februari”, schrijft hij aan De Leverancier. „Ben nog bezig om het sneller te doen maar ons geld zit vast in diverse bedrijven die we gebruiken. Ik kan morgen een ton op laten halen.” De reactie van De Leverancier is kort. „Plak er een nul aan vast, anders hoeven we niet meer te praten.”

De Leverancier wil binnen 24 uur 1 miljoen euro, en Rinus heeft het niet. Het leidt tot grote zorgen bij De Bemiddelaar. „Even serieus”, schrijft hij aan Rinus. „U heeft toch niet gezegd dat het geld vast zit tot februari?” Dat klopt, schrijft Rinus en hij wil het graag toelichten. De Bemiddelaar zegt dat hij Rinus niet langer de hand boven het hoofd kan houden. „Deze mensen maken geen grappen. Laat maar zitten zeggen ze nu. Ouwe, weet u wat dit betekent? Fuck. Maak dat u daar weg komt. Dat is mijn advies. Ik kan nu niks meer voor u doen.”

Rinus probeert de rust te bewaren: „We moeten allemaal ons redelijke verstand gebruiken”, schrijft hij aan De Bemiddelaar. „Als de zaak gaat escaleren is iedereen de pineut. Daar zit de recherche op te wachten.” Dan krijgt Rinus het allerlaatste bericht van De Leverancier: „U mag het geld houden. Het is al afgeschreven. We leven van dag tot dag meneer. Februari is nog ver weg.”

Op zaterdag 11 januari 2014 wordt duidelijk wat De Leverancier bedoelde. Eind van de middag wordt Rinus voor zijn huis in Steenbergen beschoten door een man die nooit is gevonden. Rinus wordt met een beenwond afgevoerd naar het ziekenhuis.

Was dit een waarschuwing van De Leverancier? Een laatste poging om duidelijk te maken dat Rinus nu echt moest betalen? Of was het een mislukte liquidatiepoging? Het zijn vragen waar vooralsnog geen antwoord op is. Na de schietpartij laat Rinus een camera bevestigen aan de voorgevel van zijn woning. De vrouw van Rinus is zeer aangedaan over alles wat er met haar man is gebeurd. „Ik weet het ook allemaal niet”, zegt Corrie geëmotioneerd.

Voor de politie is de schietpartij in Steenbergen op dat moment ook een raadsel. Laat staan dat de link wordt gelegd met de onderschepte partij cocaïne. Daar komt pas in de loop van het voorjaar verandering in, als blijkt dat er een verband bestaat tussen de aanslag op Rinus M. en een andere raadselachtige moord op 1 januari 2014. Toen is de 44-jarige GGZ-directeur Rob Zweekhorst doodgeschoten terwijl hij zijn twee honden aan het uitlaten was.

Na lang speuren en twijfelen blijkt dat de dood van Zweekhorst een vergissing is geweest. Het echte doelwit was Rinus’ vermoedelijke medefirmant Dennis van den B., een man die qua postuur gelijkenis vertoont met Zweekhorst. Dennis woonde in dezelfde buurt en liet ook regelmatig zijn hond uit.

Een jaar later vertelt Dennis van den B. aan twee infiltranten van de politie, die onder valse voorwendselen vriendschappelijke banden hebben aangeknoopt met hem en zijn vriendin, dat hij zaken heeft gedaan met Rinus. Dennis wordt door de politie ook gezien met Ferry M., de broer van Rinus. Die wordt ook verdacht van betrokkenheid bij het mislukte drugstransport.

Later komt ook de derde firmant bij het transport in beeld: René F., een oude bekende in het Rotterdamse drugsmilieu. Maar in de onderwereld is niets wat het lijkt. René F. meldde zich in eerste instantie als informant bij de politie nadat hij tijdens een ruzie met weer een andere drugssmokkelaar was neergeschoten. Op advies van de politie vertrok René F. naar het buitenland. Hij zou op een dodenlijst staan, net als Dennis van den B. en Rinus M. Maar inmiddels onderzoekt de politie of deze René F. een dubbelrol heeft gespeeld. Het vermoeden bestaat dat hij Dennis van den B. wilde laten vermoorden. Dat zou betekenen dat René F. de opdrachtgever is van de vergismoord op Rob Zweekhorst. Saillant detail: René F. heeft tegen de politie verteld dat hij een speciale telefoon aan Rinus M. heeft gegeven.

Schutters en spotters

In het voorjaar van 2014 komt de politie min of meer toevallig op het spoor van een man die mogelijk betrokken is bij de mislukte aanslag op Rinus: Jaouad W. Als de politie in een ander moordonderzoek huiszoeking doet bij de vriendin van Jaouad wordt in haar woning onder andere een TomTom gevonden. Daarin staan een aantal opmerkelijke adressen: het adres van het bedrijf van Rinus in Fijnaart en het adres van de plek in Moerstraten waar na de moord op Rinus de uitgebrande vluchtmotor is gevonden.

In het kasboek van de bende waarvan Jaouad W. lid is, vindt de politie bedragen die zouden zijn betaald aan schutters en spotters, mensen die de gangen van potentiële slachtoffers in kaart brengen. En wat staat er in dat kasboek op 15 april 2014: 15.000 euro uit voor spotter. Het is onvoldoende bewijs om Jaouad W. te vervolgen voor de betrokkenheid bij de schietpartijen op Rinus M., maar de gevonden informatie zegt volgens justitie wel iets over de „gedragingen” van Jaouad W. Hij wordt samen met acht andere verdachten vervolgd voor grootschalig wapenbezit en het voorbereiden van onderwereldmoorden. Die strafzaak begint donderdag.

Op dinsdagochtend 14 april doet Rinus M. tegen tien uur de voordeur van zijn huis dicht. Hij loopt met een tas naar zijn auto die aan de overkant van de straat staat geparkeerd. Rinus gaat boodschappen doen voor Corrie. Ze heeft een lijstje voor hem gemaakt. „Rinus was alles voor me”, vertelt Corrie. Ze is ernstig ziek. „Hij was een goede man.”

Vlak nadat Rinus de deur heeft dichtgetrokken hoort Corrie schoten. Ze loopt nog naar de voordeur om hem weer binnen te laten. Maar het is te laat. Als ze de deur opendoet ziet ze haar man op de grond liggen. De schutter kijkt haar nog in de ogen voordat hij er op een gestolen scooter vandoor gaat. „Hij had het pistool nog in zijn hand”, vertelt Corrie. Rinus wordt ter plekke gereanimeerd maar overlijdt later die dag in het ziekenhuis. Hij zou vier dagen later 69 jaar zijn geworden.