Hij bracht Silicon Valley naar Nederland

Arthur del Prado (1931-2016) Oprichter ASMI

Arthur del Prado was dé pionier van de Nederlandse chipindustrie. Een doorzetter.

Zoon Chuck del Prado heeft zijn vader in 2008 opgevolgd als topman van ASMI. Arthur bleef grootaandeelhouder. foto Evelyne Jacq

Op 84-jarige leeftijd overleed vorige week Arthur del Prado, een van de grondleggers van de Nederlandse hightechindustrie. Zijn familie heeft zijn overlijden, op 9 september, zaterdag bekendgemaakt.

Del Prado heeft in de jaren zestig ASMI opgericht en stond in de jaren tachtig samen met Philips aan de wieg van ASML, dat met zijn lithografiemachines nu de Hollandse hightechindustrie op sleeptouw neemt.

Wat Frits Philips was voor elektronica, was Arthur del Prado voor de wereld van de halfgeleiders: een ondernemer met lef en doorzettingsvermogen, die al in een vroeg stadium geïnspireerd was door de prille chipindustrie in Silicon Valley.

Del Prado was een wereldburger. Hij werd in 1931 geboren in Nederlands-Indië en moest zich in zijn eentje als puber redden in een Jappenkamp. Na hereniging met zijn familie in Nederland ging hij studeren, onder meer in de Verenigde Staten.

Al in 1958, de tijd dat een computer nog een hele kamer in beslag nam, bouwde Del Prado vanuit Naarden en later Bilthoven aan een Europees netwerk voor toeleveranciers aan chipfabrikanten. Dat was het begin van Advanced Semiconductor Materials International (ASMI, opgericht in 1968) waar hij uiteindelijk tot 2008 de leiding had. Daarna stelde hij zijn zoon Chuck aan als topman, een beslissing die hij als grootaandeelhouder kon afdwingen.

Philips

Arthur del Prado legde samen met Philips het fundament van ASML, een hightechbedrijf dat nu goed is voor een jaaromzet van 6,3 miljard euro. De omzet van ASMI bedraagt nu 1,6 miljard euro.

Voor een buitenstaander is het verwarrend, het verschil tussen ASMI (soms met, soms zonder de I van International) en ASML (met de L van Lithografie). Beide bedrijven werken aan wafers, de ronde platen waaruit chips gemaakt worden. Simpel gezegd: ASMI maakt de wafers panklaar voor het lithografieproces dat de ASML-machine uitvoert. Daarna zorgt een andere divisie van ASMI er voor dat de chips uit de wafer gezaagd worden en klaar gemaakt voor gebruik.

Arthur del Prado was een charmante man met durf, herinnert de nu 91-jarige Wim Troost zich, die Philips’ lithografietak losweekte van het moederbedrijf. „We hadden sinds eind jaren zeventig al drie pogingen gedaan om onze lithografietak onder te brengen in een joint venture met Amerikaanse fabrikanten. Dat ging telkens niet door, omdat ze in Eindhoven niet snel genoeg reageerden. Toen we uiteindelijk gingen praten met ASMI, in Bilthoven, zei Arthur: ‘Geef me een half uurtje om de financiën te regelen’. En na dat half uur was de deal in principe rond.”

Een paar jaar later trok ASMI zich noodgedwongen terug uit ASML. Del Prado kon niet genoeg kapitaal opbrengen voor de torenhoge ontwikkelingskosten in de lithografiemarkt en Philips kreeg weer het meerderheidsaandeel in handen. Wat de samenwerking ook in de weg stond, was dat ASMI op een andere manier zaken deed met chipmakers dan ASML. Del Prado had gehoopt technologie van Philips’ NatLab te kunnen gebruiken voor zijn eigen ASMI. Dat ging minder makkelijk dan gedacht.

Wim Troost: „De lithografiewereld is complex, maar Del Prado was wel een ondernemer die de halfgeleiderindustrie overzag en snel kon en wilde handelen. Iets dat bij Philips destijds compleet ontbrak.”

Kwajongen

Het lef van Arthur del Prado wordt vaak geroemd. Van ‘katjong’ (kwajongen, zoals hij zichzelf soms noemde) werd hij een captain of industry maar verloor niet zijn karakter.

„Arthur was een man van principes. Hij durfde iets nieuws te doen, ging daar helemaal voor en trok zich er weinig van aan wat de buitenwereld daarvan dacht”, zegt Bob Pinedo, de Nederlandse oncoloog die in de jaren tachtig bevriend raakte met Del Prado. „Arthur hoorde dat ik een aanbod had gekregen om in Amerika te gaan werken, maar vond dat ik in Nederland moest blijven.” Het was een rare gewaarwording, vertelt Pinedo, toen hij op een avond een lege zaal in het Concertgebouw binnenwandelde en Del Prado over hem hoorde praten met een andere investeerder.

Ze wilden de talentvolle oncoloog niet naar Amerika laten vertrekken en sponsorden uiteindelijk het VUmc Cancer Center Amsterdam. Het was Del Prado die zijn eigen geld daarin stak en anderen over de streep trok hetzelfde te doen.

De filantropie mondde uit in een vriendschap, met een gemeenschappelijke liefde voor Amerika en reizen. Del Prado was een man die graag en vaak in Azië kwam. „Zeker geen typische Nederlander, maar een man van de wereld”, aldus Pinedo.

In 2008 raakte Del Prado in gevecht met activistische aandeelhouders die probeerden ASMI op te splitsen en Chuck del Prado als topman te laten vervangen. De zaak kwam zelfs voor de Ondernemingskamer, nadat ASMI een beschermingsconstructie had opgeworpen om de coup van de aandeelhouders af te wenden. Uiteindelijk bleef Chuck del Prado aan het roer, na een moeizaam bereikt compromis. Arthur del Prado bleef grootaandeelhouder.

Bob Pinedo: „Als zulke dingen hem raakten, dan liet hij dat niet merken. Arthur was sterk en was een man met uithoudingsvermogen. Onze gesprekken gingen meestal niet over de chipindustrie maar over mijn werk. Arthur was namelijk iemand die ook buiten zijn vakgebied geïnteresseerd was. Het viel mij altijd weer op hoe goed hij zich inlas.”