Het anonieme stemvee graast nog volop in Tweede Kamer

nrcvindt

Prinsjesdag is niet alleen de dag dat de regering de begroting voor het nieuwe jaar presenteert, het is tevens de opening van het parlementaire jaar. Voor veel leden van de Tweede Kamer zal volgende week waarschijnlijk hun laatste jaar beginnen. Zet de trend van de afgelopen keren door dan zal de gekozen volksvertegenwoordiging na de verkiezingen van 15 maart 2017 wederom fors zijn vernieuwd.

Er kan natuurlijk tot die datum van alles gebeuren, maar vooralsnog ziet het er naar uit dat de Tweede Kamer niet voortijdig wordt ontbonden als gevolg van een kabinetscrisis en dus de gewone, wettelijke termijn volmaakt. Dat is op zich al een prestatie; de laatste keer dat dit gebeurde was veertien jaar geleden. Maar of er de afgelopen jaren ook sprake was van een optimaal functionerend parlement valt te betwijfelen.

Het was afgelopen donderdag precies vijftig jaar geleden dat een groep van 36 bezorgde Nederlanders zich met een Appèl richtte tot iedere „medeburger” die ongerust was over „de ernstige devaluatie van onze democratie”. De aanklacht van toen, doet een halve eeuw later verrassend vertrouwd aan. Zo lijkt de meerderheid van het parlement nog altijd meer betrokken bij het bestendigen van de coalitie dan met het behartigen van de belangen van de kiezers, zoals destijds ook al werd vastgesteld.

Een idee voor een nieuwe democratie? Schrijf mee! Oproep: Schrijf uw eigen appèl voor een nieuwe democratie

En de leden van de Tweede Kamer? „U en de parlementariër zijn vreemden voor elkaar”, zei het Appèl in 1966. Het was de voorbije vijftig jaar niet anders. Integendeel. Het gros van de Tweede Kamer – binnengekomen op de slippen van de lijsttrekker – opereert in de anonimiteit en hoeft in de praktijk hooguit verantwoording af te leggen aan de partij maar niet aan het volk dat hij vertegenwoordigt.

Hét grote nieuws uit de Tweede Kamer was deze week de aanvaarding van een initiatiefwetsvoorstel van D66 over donorregistratie. De kleinst mogelijk meerderheid kon ontstaan doordat er sprake was van een zogeheten ‘vrije stemming’. Veelzeggend is dat zo’n vrije stemming, waarbij ieder Kamerlid voor zichzelf een eigen afweging maakt en niet wordt onderworpen aan fractiedwang een hoge uitzondering is.

Politiek is macht vergaren. Daarbij hoort – zeker in het geval van coalities met krappe meerderheden – ook stemdiscipline. Maar dat zou voor de hoofdlijnen moeten gelden. In de gegroeide praktijk is het ‘uit de boot vallende Kamerlid’ echter een hoge uitzondering geworden. Met als gevolg dat bij de regeringsfracties geen sprake is van een controlerende, maar een instemmende macht. Het stemvee graast nog volop in de Tweede Kamer.

Desondanks heeft de Tweede Kamer het nog heel druk. Te druk. Een blik op de agenda laat een oneindige reeks onderwerpen zien die zijn toegelaten om plenair te worden besproken. Het varieert van een debat over het alcoholslot tot en met het vertrek van Nederlandse rozenkwekers naar Afrika.

Zeven jaar geleden deed de stuurgroep parlementaire zelfreflectie van de Tweede Kamer de aanbeveling dit soort door de Kamer zelf geïnitieerde debatten drastisch te beperken; het aantal is alleen maar toegenomen. Het causaal verband lijkt duidelijk: waar de hoofdzaken onwrikbaar vastliggen moet het gemiddelde Kamerlid zich manifesteren op de bijzaken.

Komende week de laatste Prinsjesdag en het daaraan gekoppelde grote politieke beleidsdebat. Een uitstekende gelegenheid voor de Tweede Kamer om vooral ook kritisch naar zichzelf te kijken.