Happy end voor een massagesalon

Een Chinese massagesalon die géén happy ending biedt – het blijkt een gat in de markt. Robert en Coco vonden er elkaar en hebben nu tien van zulke salons. „Mensen hebben stress en willen ontspannen.”

Francis Neslo woonde nog aan de Beukelsdijk in Rotterdam toen aan de andere kant van de straat, tegenover haar huis, een massagesalon opende. Het was 1 november 2012. In diezelfde week vonden in Amsterdam, Rotterdam en Den Haag invallen plaats in Chinese massagesalons. Ze werden verdacht van belastingontduiking, mensenhandel en seksuele diensten (happy endings, worden die genoemd).

Ook de massagesalon aan de Beukelsdijk, QoQo Massage, was Chinees. Ze hadden hem vernoemd naar de eigenares. Haar naam was in sierlijke, bijna kalligrafische letters op de ruit geschilderd.

Maar anders dan bij de massagesalons waar de invallen waren geweest, was dat raam niet geblindeerd. Je kon gewoon naar binnen kijken. Als je dat deed zag je een laag tafeltje waaraan de klanten thee dronken, in de hoek een kastje voor schoenen (die ze uittrokken als ze binnenkwamen), in de vensterbank flyers met de foto van een baby’tje. Want dat boden ze ook aan bij deze salon: babymassage. En massage voor zwangere vrouwen. Eigenlijk leek alleen de prijs op die van die andere massagesalons, niet meer dan 30 euro voor een uur masseren. Plus 5 euro als je een speciale olie wilde.

Francis Neslo (24) studeerde op dat moment nog bedrijfskunde aan de Erasmus Universiteit. Ze deed aan vechtsport en liet zich graag masseren. Kon ze hiernaartoe? De wijkagent was er al langs geweest, wist ze. En er zou een avond voor de buurt worden georganiseerd, waar je informatie kon krijgen.

Maar Francis komt pas aan het eind van dit verhaal aan het woord, dit is allereerst het verhaal van Robert Reijnders en Qiang Chen (roepnaam Coco), dat begon in januari 2012.

We zeiden hallo

Robert Reijnders (44): „Het was net uit met mijn relatie. En verder was het ook een moeilijke tijd, ik was impresario voor klassieke muziek en in dat werk had de crisis toegeslagen. Om mezelf een beter gevoel te geven ging ik naar een massagesalon. Een keer, nog een keer, weer een keer. Steeds bij Coco. Eerst praatten we niet met elkaar. We zeiden hallo, ze masseerde me en na afloop bedankte ik haar. Maar toen ik een keer een paar weken weg was geweest voor mijn werk, zei ze: ‘I missed you.’”

Coco (36): „Ik was gescheiden en hiernaartoe gekomen om te studeren, international business administration. Het masseren deed ik erbij om geld te verdienen. Ik had dat ook al gedaan in mijn eigen land, ik ben senior masseur. Maar hier was het anders, de eigenares van de salon waar ik die bijbaan had wilde dat ik happy endings deed. Dat weigerde ik. Ik verschoonde ook steeds de handdoeken en dan zei ze: weet je wel wat dat kost, al dat wassen. Ik kreeg zo mijn eigen klanten, die echt alleen voor een massage kwamen, die wisten dat het hygiënisch was bij mij en die speciaal naar mij vroegen. Maar het zinde mijn bazin helemaal niet dat het zo ging. Ze zei ook dat ik andere kleren aan moest trekken, bloter en strakker. Ik dacht: ik wil voor mezelf beginnen.”

Robert: „Ik wilde niet dat ze daar bleef werken. Dus ik zei: dat gaan we doen. Ik blijf mijn eigen werk houden, maar intussen help ik jou. We vonden een pand, waarvan we de benedenverdieping huurden. Dat richtten we in met eigen geld: goedkope meubels, zelfgenaaide gordijnen. Coco had een aantal medestudenten gevraagd of ze een bijbaantje als masseur wilden. Iedereen die daar ja op zei, gaf ze een korte cursus. Zo zijn we begonnen. ”

Coco: „Robert had eerst wel twijfels, hoor. Weet je zeker dat het gaat lopen, vroeg hij me. Ik zei: ja, mensen willen dit. Ze hebben stress en ze willen ontspannen, maar dan wel op een gezonde, frisse manier. In China had je die ontwikkeling ook gehad, vertelde ik hem.”

Robert: „Net in die tijd had je de invallen in massagesalons. Dus het was belangrijk dat we lieten zien dat we anders waren. Ik praatte met de buren, met de wijkagent. We flyerden dat we ook baby’s masseerden.”

Coco: „Collega’s van mijn vorige salon zeiden: je bent gek dat je geen happy endings doet, 20 euro extra voor vijf minuten werk. Laat het anders in elk geval één van je masseurs doen, mannen willen dat nu eenmaal. Maar ik wilde het niet.”

Robert: „Coco nam haar eigen klanten mee, dus in het begin hadden we vooral mannen. Maar dat veranderde snel. Nu is bijna tweederde van onze klanten vrouw. Wat we ook veel zien: een man en een vrouw die samen komen, soms zelfs met de kinderen.”

Coco: „We gingen van tien uur ’s morgens tot middernacht open. Mensen die werken in de horeca of in de zorg willen na afloop graag nog even ontspannen.”

Robert: „Na een jaar konden we een tweede salon openen. En het jaar erna de derde.”

Coco: „In mijn eigen land had ik al bedrijfjes, ik heb in de IT en in personeelszaken gewerkt. Ik weet wat ondernemen is. Daarom weet ik ook: je kan het bij een klant maar één keer goed doen. Als een klant niet tevreden is krijg je geen tweede kans. Dus je moet goed zijn. Onze klanten vertelden hun vrienden over de salon. En die vertelden het weer aan hun vrienden. Zo zijn we gegroeid.”

300 kilo was

Robert: „Vlak nadat we onze salon hadden geopend heb ik haar ten huwelijk gevraagd.”

Coco: „Ik zei tegen hem: ik ben saai, ik wil alleen maar hard werken. Ik ga niet eens naar de film omdat ik dan te lang stil moet zitten. Dat is waarom mijn ex van mij gescheiden is, haha.”

Robert: „Precies een jaar later zijn we getrouwd, 24 december 2013. Nu hebben we een zoontje van twee. En Coco’s Chinese dochter is ook bij ons komen wonen, Arlene. Die is negen.”

Coco: „Ik zei tegen mijn ex-man: jij krijgt het geld en het huis als ik mijn dochter terugkrijg. Hij koos voor het geld.”

Robert: „We groeien nu snel als bedrijf. In het begin deden we zelf de was en nam ik de telefoon op. Nu hebben we 300 kilo was per dag, daar hebben we een eigen wasserette voor ingericht. Er is een personeelsmanager gekomen, een medewerker voor marketing en communicatie, mensen die de telefooncentrale bemannen. En we hebben nu handboeken: voor de etiquetteregels die we hanteren, voor de beginnende werknemer, voor de controle op kwaliteit, voor de organisatie van de salon. Daar moet je je aan houden als je franchisenemer wilt worden. En je moet dezelfde olies gebruiken, hetzelfde behang, dezelfde handdoeken.”

Coco: „Het is een droom. Een eigen merk, dat had ik nooit kunnen denken.”

Robert: „We hebben denk ik een formule gevonden die er nog niet was, tussen de foute salons en de grote wellnesscentra in. Intussen zijn we wel iets duurder dan in het begin, 35 euro. Daarvan betalen we onze masseurs net wat meer dan het minimumloon. We willen de komende tijd in het hele land massagesalons gaan openen. Met franchisenemers, maar ook met eigen kapitaal. Alle franchisenemers die we nu hebben zijn ofwel klant geweest bij ons of ze waren masseur. We hebben nu tien salons, over anderhalf jaar moeten het er veertig zijn.”

Vier jaar na de opening van QoQo Massage aan de Beukelsdijk heeft Francis Neslo „ik denk wel honderd keer” een massage gehad bij Coco. „Ik zag haar ’s morgens om tien uur binnenkomen. En dan werkte ze door tot middernacht.”

Wat haar ook aansprak: „Ze zijn klein begonnen, met eigen kapitaal. Daar ben ik voorstander van, zo doe ik het ook. Eigen geld, hard werken en alles wat je verdient weer in de zaak stoppen.”

Zelf runt Francis Neslo een dansschool, Got2Groove. Daarnaast wil ze nu franchisenemer worden van een QoQo in Rotterdam.

Wat je noemt een happy end(ing).