Gebroken blade, geknakte atleet

Paralympische Spelen

Drie keer brak verspringer Ronald Hertog zijn onderbeenprothese doormidden. „Ik verloor het vertrouwen in mijn blade, dat is traumatisch.” Na twee maanden gesprekstherapie krabbelde hij op.

Foto Matthew Lewis/Getty Images

Ronald Hertog, 27-jarige verspringer, concentreert zich op de aanloop van zijn zoveelste sprong, hier op een trainingskamp in Rio Maior, Midden-Portugal, ter voorbereiding op de Paralympische Spelen van Rio. Vlak voor hij zijn dribbel begint, visualiseert hij met vinnige handbewegingen het beenritme dat hij moet maken om tot een goede sprong te komen. Langzaam aanvangen, snelheid maken en dan de crux, tak-tak, de voorlaatste pas en de afzet.

Nu kan hij het verschil nog maken, niet zozeer in de kleur van de medaille – hij is te goed voor brons maar niet sterk genoeg voor goud – maar vooral in de prestatie die hij neer zal zetten. Zijn wereld draait erom het maximale uit zichzelf te halen. Daar wijkt alles voor. „Ik ben gewoon beroepsatleet.”

Het was een turbulent jaar in de carrière van Ronald Hertog. Drie keer brak zijn onderbeenprothese doormidden precies op het moment dat hij wilde afzetten. Hertog was in de winter zoveel beter geworden – zowel in spierkracht als in springtechniek – dat het carbon vibre het momentum van zijn afzet niet meer kon verwerken. Een harde knal, de splinters vlogen door de lucht, zijn lichaam werd op een onnatuurlijke manier de verspringbak in geslingerd. Fysiek hield hij er niets aan over, maar mentaal wel – „ik verloor het vertrouwen in mijn blade, dat is traumatisch.” Het kostte hem twee maanden intensieve gesprekstherapie met een mental coach om weer op zijn materiaal te leren bouwen.

Samen met prothesebouwer Frank Jol lichtte hij zijn blade door. Hertog heeft er zelf ook kijk op; hij studeerde fijnmechanica. Bovendien wil hij het verlengstuk van zijn lichaam doorgronden, tot in detail. Zijn blade werd wat buigzamer, wat minder stijf. Sindsdien ging het niet meer mis.

Zijn vertrouwen is hersteld, overduidelijk. Wat een verschijning, negentig kilo spier en onverzettelijke wilskracht. Met ferme klappen slaat hij het zand van zijn bezwete schouders – dat zit daar door de vorige sprongen die hij maakte. Het werkt als een oppepper, en dat kan hij gebruiken. Hertog is moe, na vier achtereenvolgende dagen van krachttraining, sprinten, eindeloos veel sprongen op volle snelheid. Maar hij wil zo graag nog sneller en hoger en verder.

Tegen de grond stampen

Hij passeert het markeringspunt voor de start van zijn aanloop. De spikes van zijn schoen en van zijn blade grijpen in het tartan van de atletiekbaan. Zijn linkerarm slaat hij verder uit naar voren, want zijn lichaam is door het ontbrekende gewicht van zijn rechteronderbeen wat uit balans.

De voorlaatste pas is het belangrijkst, die moet hij kort maken, als het ware met veel kracht tegen de grond stampen, zodat hij zichzelf bij zijn afzet met de blade lanceert. Eenmaal in de lucht gooit hij zijn borst naar voren, zijn benen naar achteren. Dan hangt hij een fractie in de lucht, vol overgave, om vervolgens zijn benen zo ver mogelijk naar voren te trappen.

Achter elkaar springt hij zo over zeven meter. Tevreden kijkt hij naar zijn afdruk in het zand. Soms kan er een kleine glimlach af.

Zijn trainer Guido Bonsen ziet het ook. „Jezus, wat een lekker sprongetje”, roept hij Hertog toe, trots. Zijn pupil is klaar voor Rio.

Het worden zijn derde Spelen. Die van Beijing kwamen te vroeg. Het was pas vijf jaar na het auto-ongeluk waarbij hij zijn rechteronderbeen verloor. Nooit heeft hij zich willen schikken in het lot van een gehandicapte. Hij wilde zo snel mogelijk weer door, voor het ongeluk was hij „knetterfit”.

Via lotgenotencontact kwam hij bij een loopgroep in Hoorn waar hij leerde rennen, leerde sprinten en leerde speerwerpen, het onderdeel waarop hij zich in Beijing plaatste. Hij werd er vierde. Voor Londen 2012 kwalificeerde hij zich opnieuw met de speer, maar toen stond hij met een kapotte schouder aan de start en hadden artsen hem afgeraden mee te doen als hij ooit nog fatsoenlijk wilde werpen.

Twee weken eerder was het gewricht uit de kom geschoten. Maar hij deed het toch – „dit zijn wel de Paralympische Spelen” – en hij won de bronzen medaille. Hij was nadien ook meteen speerwerper-af. Alles in die schouder is zo’n beetje kaduuk – gewrichten, zenuwen, spieren.

Ter bevordering van zijn beweeglijkheid sprong hij wat ver. Hij bleek er talent voor te hebben. Zoveel talent dat hij met zijn prothese mee kon doen tussen de valide sporters. En dat deed nogal wat stof opwaaien. Aanvankelijk niet. Toen hij vier jaar geleden zes meter haalde, kraaide daar niemand naar – hij deed nog niet mee om de prijzen. Maar in augustus 2015 werd Hertog in het Olympisch Stadion van Amsterdam Nederlands kampioen, met 7,47 meter. Hij versloeg alle valide springers, waaronder Ignisious Gaisah, de topfavoriet. En toen kwamen de negatieve geluiden.

De wereld op z’n kop

Dit jaar mocht Hertog zijn titel niet verdedigen – het is gehandicapte atleten niet langer toegestaan aan reguliere wedstrijden mee te doen. De Nederlandse Atletiekunie nam een besluit over van de internationale atletiekfederatie IAAF waarin staat dat atleten zelf moeten aantonen geen wezenlijk voordeel te hebben van hun blade. „Dat is de wereld op z’n kop”, vindt Guido Bonsen. „Ze hebben de bewijslast bij de atleet neergelegd. En die kan dat nooit betalen. Als ik morgen een ton zou krijgen, zou het me nog niet lukken.”

De situatie van Hertog doet denken aan die van de inmiddels gevallen Zuid-Afrikaan Oscar Pistorius, geboren zonder benen. Sporttribunaal CAS kwam al in 2008 tot de conclusie dat niet onomstotelijk valt vast te stellen dat hij voordeel haalde uit zijn twee blades. Hij deed als eerste paralympische atleet ooit mee aan de Olympische Spelen van Londen in 2012, op de 400 meter, waar hij tot de halve finale reikte.

Voordeel tijdens vluchtfase

Hertogs Duitse concurrent en topfavoriet voor paralympisch goud Markus Rehm, die een persoonlijk record heeft van 8,40 meter, kreeg het voor elkaar om onderzoekers van grote universiteiten in Colorado, Tokio en Keulen zijn casus te laten bestuderen. Ze ontdekten dat Rehm voordeel heeft van zijn prothese tijdens de vluchtfase van een sprong, maar juist nadeel bij de aanloop.

De IAAF was niet op tijd overtuigd om Rehm toe te laten tot de Olympische Spelen van Rio, maar hij zou inmiddels goede gesprekken hebben gevoerd met IAAF-leden om zich te kwalificeren voor de WK atletiek van volgend jaar. En dat is ook hoopvol voor Ronald Hertog.

Het is gek: Hertog heeft al jaren een A-status van sportkoepel NOC*NSF die gelijk is aan die van valide atleten. Op de atletiekbaan wordt hij alleen niet zo gezien. „Maar ik ben gewoon beroepsatleet”, herhaalt hij na de training, terwijl hij met zijn linkervoet op zijn blade gaat staan en er lucht uit laat ontsnappen.

De prothese zuigt vacuüm op de plek van zijn stomp. „Ik train me helemaal de tering. Dit is mijn werk.”