Fanatiek rouwbeklag

Elsbeth Etty grasduint door de stapel nieuw binnengekomen boeken en geeft haar eerste indruk. „Klik-klak-ballen, Hot Pants, Broodje Aap. So 70.”

In 1987 kwam de toen al 52-jarige feministische critica Vivian Gornick met een diep doorleefde en briljant geschreven persoonlijke geschiedenis, Fierce Attachments, een schoolvoorbeeld van de memoir als literair genre. De (uitstekende) vertaling, Verstrengeld [1] heeft bijna twintig jaar op zich laten wachten, wat laat zien dat het boek niets aan zeggingskracht heeft verloren en met recht door Amerikaanse recensenten als klassieker wordt beschouwd. Beschrijvingen van Gornicks jeugd in een joods en communistisch arbeidersmilieu in de Bronx worden afgewisseld met even pijnlijke als toegenegen dialogen van de volwassen schrijfster met haar moeder tijdens wandelingen door Manhattan.

De door fanatiek rouwbeklag over haar dode man bezeten moeder en de naar bevrijding hunkerende dochter voeren een levenslange tweestrijd. Deze relatie kwalificeren als haat-liefdeverhouding zou geen recht doen aan de subtiliteit waarmee het verhaal wordt verteld. Gornick toont de kwetsuren van de zogenaamd fatsoenlijke, door mannen diep gekrenkte joodse arbeidersvrouwen in de Bronx zonder te oordelen over hun bekrompenheid en egoïsme. In Verstrengeld ontbreekt elke retoriek.

Klik-klak-ballen, Willempie, Kabouters, kantoortuin, Aage M. en de thermische lans, Hot Pants, Broodje Aap – het is maar een greep uit de meer dan vijftig verschijnselen en begrippen die historicus Wilbert Schreurs in even zoveel korte opstellen beschrijft in So 70 [2].

Geboren in 1960 en dus opgegroeid in de jaren zeventig verbindt Schreurs het wereldbeeld van zijn tienerjaren met de interventies van Neerlands Hoop, Dolle Mina’s, Van Kooten en de Bie, André van Duin, Roel van Duyn en vooral de televisie en de reclame.

Amusant is het zeker, deze opsomming van trends die komen en gaan. En ook wel eens blijven. Of deze nostalgie ook jonge lezers iets zegt? Waarschijnlijk is dit type geschiedschrijving daarvoor te fragmentarisch. Schreurs heeft niet de pretentie allerlei oorzakelijke verbanden te leggen of context te bieden. Maar grappig is het wel – en de Interrail-kaart moet terug!

Zonder rampspoed valt er niets te melden [3], heet de postuum verschenen bundel verhalen en gedichten van de in 2015 overleden auteur Frans Pointl. Vrolijk word je niet van zijn brieven aan een fictieve vriend over zijn bestaan in het Amsterdamse Dr. Sarphatihuis. Hij woont er in een bezemkast, schrijft hij, en wordt slecht verzorgd door liefdeloos personeel. ‘Het stoffelijk overschot leeft nog’, een verhaal over een totaal verlamde man in een aangrenzende kamer, is ook op hem zelf van toepassing.

Vooral Pointls gedichten zijn vervuld van een intense doodswens: ‘en altijd/ dat verterend kistverlangen’. In een vers voor zijn ‘amper bereikbare vriend Euthan’ smeekt hij om euthanasie. Uit het voorwoord van Pointls biograaf David de Poel valt op te maken dat die wens werd ingewilligd. Na zijn dood schilderde Sylvia Willink voor de eregalerij van het Letterkundig Museum een fraai portret van de schrijver met zijn twee katten, dat het omslag van deze bijzondere bundel siert.

Rampspoed tekende lange tijd ook het leven van Carla van Dokkum, geboren in 1943 als kind van een joods echtpaar dat in Sobibor werd vergast. In Eigenlijk heet ik Tsiwja [4] vertelt ze over haar jeugd bij christelijke pleegouders die haar weigerden af te staan aan overlevenden van haar joodse familie. Over haar hoofd werd er een strijd gevoerd waar ze niets van begreep. Uit zelfbehoud koos ze partij voor haar pleegouders, hoewel ze zich bij hen nooit thuis voelde.

Op 11- jarige leeftijd kwam ze er achter dat ze joods is en Tsiwja (Hebreeuws voor hertje) de Swarte heet. Haar kille pleegmoeder vertelde dat haar ouders vermoord waren door de nazi’s en dat ze daarom niet mocht omgaan met haar klasgenootje Ebbe Rost van Tonningen, zoon van de notoir antisemitische ‘zwarte weduwe’. Ze moest de vriendschap verbreken, wat ze niet wilde. Eigenlijk heet ik Tsiwja is het strak gecomponeerde en sober geschreven verslag van de zoektocht naar zichzelf.