Dong wil de grootste zijn én blijven

Windenergie

Ze hebben al 17 windparken op zee gebouwd in Europa en zijn nog lang niet verzadigd. „Hoe groter de schaal, des te lager de kosten ”, is het devies van Dong Energy. Na Borssele I en II aast het Deense bedrijf nu ook op de volgende aanbesteding.

Foto Dong Energy

Vals spel? Slimme trucs? Samuel Leupold, baas van de windenergie van het Deense Dong Energy, windt zich bijna op. „Tegen mensen die beweren dat wij onder de kostprijs hebben geboden om de opdracht binnen te halen, zeg ik: wij zouden nooit onder de kostprijs kunnen bouwen. We hebben een beursnotering, dat zouden onze bestuurders nooit toestaan.”

In juli bleek Dong de aanbesteding te hebben gewonnen van de eerste twee kavels van het nieuwe windpark op zee voor de kust van Zeeland, Borssele I en II. Niet alleen het bod verraste de markt volledig – 7,27 eurocent per kilowattuur (kWh) was veruit de laagste kostprijs ooit – maar ook het feit dat Dong in totaal 21 biedingen had gedaan, riep vragen op.

Het riekte naar een slimmigheidje: wie biedt er nou 21 keer op twee kavels? Maar wie dat zegt, heeft volgens Leupold niet begrepen hoe de aanbesteding precies in elkaar zat. Marktleider Dong wilde de opdracht per se binnenhalen en heeft met de 21 biedingen ieder risico willen uitsluiten dat het naar een ander zou gaan, is zijn antwoord.

Maar inmiddels heeft minister Kamp van Economische Zaken (VVD) de spelregels wel zo aangepast dat een partij met maximaal zes biedingen mag komen. Kennelijk was de tactiek van Dong– ook al hield het zich formeel aan de regels – niet helemaal de bedoeling geweest van de overheid, die miljarden aan subsidie beschikbaar stelt voor wind-op-zee.

De komende twee weken volgt de aanbesteding voor twee nieuwe kavels van het windpark Borssele. Of Dong de markt opnieuw weet te verrassen, is niet zeker. Andere partijen hebben hun lesje intussen geleerd. Vattenfall, de Zweedse moeder van het Nederlandse Nuon, heeft deze week het record van Dong verbroken met een bod van 6 cent per kWh voor de aanleg van een windpark vlak voor de Deense kust. Shell, dat samen met Eneco en Van Oord een consortium heeft gevormd, is ook niet van plan om zich nog een keer te laten aftroeven door de Denen. En er zijn nog meer gegadigden.

De miljardenstrijd op zee is in volle gang. Nederland legt 3.500 MW offshore windparken aan om te kunnen voldoen aan zijn duurzaamheidsverplichtingen. Duitsland, Denemarken en het Verenigd Koninkrijk waren al volop bezig. Wind op zee is een razendsnelle groeimarkt en biedt de traditionele energiebedrijven die dat inzien, een kans op een tweede leven.

Van olie naar wind

Dong – Danish Oil and Natural Gas – is er daar één van. Tot 2009 hield het bedrijf zich voornamelijk bezig met de winning van olie en gas op de Noordzee. Na een fusie in 2006 was daar ook de productie van stroom bijgekomen. Het was de tijd dat regeringen zich zorgen maakten dat er onvoldoende stroom zou zijn om de economische groei bij te houden. In Europa werd de ene kolencentrale na de andere gepland.

Plannen voor de bouw van een supermoderne kolencentrale van 1.600 MW in Duitsland, blijken bij nader inzien het keerpunt te zijn geweest, vertelt Jakob Askou Bøss, directeur strategie binnen Dong. „We beseften dat een kolencentrale die nog 40 jaar mee moest niet de toekomst was, de toekomst was groen. In 2007 had de EU nieuwe doelen gesteld voor 2020: 20 procent duurzaam opgewekte energie, 20 procent reductie van broeikasgassen en 20 procent energiebesparing.”

Het plan voor de kolencentrale verdween in de prullenbak. Economisch was dat een logische keuze: de stroomprijzen waren aan het dalen door een overproductie van kolen- en gascentrales. De subsidies die de verschillende landen beschikbaar stelden voor de overstap naar groene opwekking, lonkten.

dongprojecten

Vlak buiten Kopenhagen ligt het windpark Middelgrunden. Dong is voor de helft eigenaar, de andere helft is in handen van een burgercoöperatie in de hoofdstad. De 20 windmolens van 2,5 MW staan in een curve opgesteld op zware betonnen funderingen. Het park heeft een capaciteit van 50 MW. In 2000, toen het park werd aangelegd, was dat een record. Maar dat is allang niet meer zo. Borssele krijgt straks een vermogen van 1400MW. Hogere molens met grotere turbines erop. Vorige week plaatste Dong voor het eerst een turbine van 8 MW in een park in de Ierse Zee. De lengte van de rotorbladen is inmiddels meer dan verdubbeld.

„En we zetten de molens allang niet meer op betonnen funderingen” , legt Leif Winther uit. „Tegenwoordig worden de stalen buizen de grond in getrild.” Winther is verantwoordelijk voor een deel van de Deense windparken. We varen over een rimpelloze zee. Kopenhagen zomert na. De windmolens staan stil, eentje draait achteruit. „Die is bezig met een servicebeurt.”

Dan steekt er een briesje op en komen de turbines stuk voor stuk in beweging. Winther veert op: „Kijk, nu gaan ze stroom produceren, de elektriciteitscentrales in de stad gaan een tandje lager draaien.” Het is het subtiele spel tussen de windmolens die op het ritme van de wind draaien en de elektriciteitscentrales die ervoor moeten zorgen dat de spanning op het net gehandhaafd blijft.

Vertilt Dong zich niet?

Middelgrunden werd in een curve gebouwd, bij latere windparken werden de turbines in een ruit opgesteld, inmiddels is het een ‘feestjurk’: een combinatie van een curve en een ruit die wat weg heeft van een patroon voor een jurk. Volgens Winther kan daarmee optimaal gebruik worden gemaakt van de heersende windrichtingen. Hoe meer wind in de wieken, hoe hoger de opbrengst.

Of Borssele ook een ‘feestjurk’ krijgt is nog niet duidelijk. Ook over het type turbine is volgens de baas van de winddivisie, Leupold, nog geen besluit gevallen. „Nu we de aanbesteding binnen hebben, gaan we in onderhandeling met de toeleveranciers: turbinebouwers, kabelleggers, buizenbouwers.”

De sprong die Dong sinds Middelgrunden heeft gemaakt is gigantisch: van 50 MW naar ruim 3 GW nu, goed voor het stroomverbruik van ruim 4 miljoen huishoudens. In Denemarken, het Verenigd Koninkrijk en Duitsland heeft het bedrijf inmiddels 17 windparken aangelegd. Er liggen al opdrachten voor een verdubbeling van de productie de komende jaren.

„Wij beseffen dat schaal de belangrijkste factor is om de kosten omlaag te brengen. Wij zijn marktleider en dat willen we blijven”, zegt Leupold. Natuurlijk wil Dong daarom ook graag de nieuwe aanbesteding voor Borssele III en IV winnen, geeft hij meteen toe. „Dat zou de kosten nog verder naar beneden brengen.”

dongengery

Er lopen nu zes bouwprojecten in Europa, met Borssele erbij zeven. Daarnaast wil Dong de Amerikaanse markt op – waar de regering ambitieuze plannen heeft voor offshore wind, en zelfs in Taiwan wil het aan de slag. Dreigt Dong zich niet te vertillen? Leupold: „We zijn ons bewust van dat risico, daarom gaan we niet verder dan zes projecten tegelijk. We hebben er eenvoudig de mankracht niet voor. Een van de zes projecten is bijna af, daarna kunnen we met Borssele beginnen.”

Financieel dekt het bedrijf – dat de projecten op de eigen balans financiert – zich in door telkens de helft van een nieuw windpark te verkopen aan een langetermijnbelegger. De investeringstak van Lego is in verschillende parken partner van Dong. Ook de grote Nederlandse pensioenuitvoerder PGGM participeert in een offshore windpark in de Ierse zee. Het geld dat Dong zo ophaalt wordt meteen in een volgend project gestoken. Het groeimodel is een gesloten systeem dat nog niet teleur heeft gesteld.

Intussen pruttelt de olie- en gastak ook nog door. Sterker nog, in 2015 was de brutowinst van olie en gas nog 1,3 miljard euro, tegen 0,8 miljard uit wind. Maar de investeringen in olie en gas zijn drastisch teruggedraaid. Driekwart – van de 2,5 miljard in 2015 – gaat nu naar wind. De omslag van olie en gas naar duurzame energie is ook in het bedrijfsresultaat bijna een feit. Bøss: „Wind zal dit jaar goed zijn voor ongeveer de helft van de winst van de hele groep.”