De keuzedwang van D66

juttachorus0

Van dichtbij heb ik iemand met een ernstige nierziekte meegemaakt. Een man, nog voor zijn pensioen, zat met zijn hoofd in zijn handen, terwijl zijn bloed langzaam vergiftigde. In het blaadje van de Nierstichting zag hij maandelijks de namen staan van de dialysepatiënten die het niet hadden gehaald.

Zijn broer bood hem een nier aan. Zonder dat iemand hem dat gevraagd had. Hij liet zijn bloedgroep en zijn genetisch materiaal in het ziekenhuis onderzoeken en nam het besluit. Daar werden weinig woorden aan vuil gemaakt – al was de ernstig zieke man intens gelukkig met dit blijk van liefde.

Waarom beviel het me dan niet hoe Pia Dijkstra en Alexander Pechtold elkaar deze week in de armen vielen nadat haar Donorwet door de Tweede Kamer was aangenomen? De gebarsten stem waarmee Dijkstra zei „dat we die patiënten zien op de wachtlijst die overlijden”. En daarna, weloverwogener: „Bij sommige mensen leeft het misverstand dat ik iedereen dwing om orgaandonor te zijn. Dat is absoluut niet aan de orde. We dwingen mensen om een keuze te maken.”

De sentimentaliteit beviel me niet, maar dat kan nog persoonlijk zijn. Wat me vooral benauwde: de dwang, het paternalisme van een politicus, van een partij die mij er niet van kunnen overtuigen dat mijn organen bij hen in goede handen zijn. Dat zou trouwens geen enkele partij onder welke omstandigheden ook kunnen doen.

Ja, er bestaat een schaarste aan organen voor ernstig zieke mensen, maar die schaarste is er ook nog steeds in een land als België, waar sinds 1986 een ‘ja, tenzij’-clausule bestaat. En de solidariteit neemt alleen maar af, volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek een van de redenen dat er zo weinig organen worden gedoneerd.

Solidariteit moet vrijwillig zijn. Zoals oud-minister Wouter Bos onlangs in de Volkskrant zei:

„Het mooie van de oorspronkelijke vormen van solidariteit was dat mensen het gevoel hebben dat ze niet voor een ander betalen, maar voor zichzelf: ik word ook oud, ik kan ook ziek worden. Solidariteit werkt als er een sterk fundament onder ligt van welbegrepen eigenbelang.”

Haal mensen over, prikkel ze om een keuze te maken, maar dwing ze niet. Iedereen heeft het recht om niet over zijn dood te hoeven nadenken. Het recht om te twijfelen. Het recht om van mening te veranderen als de omstandigheden daarom vragen.

De niertransplantatie kon niet doorgaan, doordat de zieke man voortijdig overleed. Of de donornier hem had kunnen redden, niemand die het weet. Wel weet ik dat de nier vrijwillig was aangeboden door iemand die op dat moment, onder die omstandigheden, zijn nier wilde aanbieden. Het was alleen te laat.

Jutta Chorus (j.chorus@nrc.nl; Twitter: @JuttaChorus) schrijft op deze plek een wisselcolumn met Tom-Jan Meeus.