De giraf in de kosmos

Vandaag niet over 17, maar over de giraffe. Biologen hebben ontdekt dat er niet één, maar vier giraffesoorten zijn.

Een goed moment om te laten zien dat giraffes heel wiskundig zijn. Vooral de Somalische en de Noordelijke giraffe. Dat zit hem in hun vlekken. Die zijn als bruine puzzelstukjes op een wit vel tegen elkaar geschoven. Elk stukje is een veelhoek. Op een giraffe vind je drie-, vier-, vijf-, zes- en zevenhoeken.

Stel dat je een stapel van die veelhoeken kreeg, en dat je die allemaal netjes aan elkaar moest passen. De giraffe lost zo’n puzzel dus zonder nadenken op. En als je het eenmaal weet, zie je de veelhoekpatronen overal.

In het klein: leg een plakje kurk onder een supersterke microscoop. Hup, giraffenpatroon. In het groot: loop over kurkdroge, gebarsten klei. Kijk: giraffenpatroon. Thuis: doe een klein laagje zeepsop (bellenblaas) in een kom en zet er een glaasje in (bodem beneden). Vang zoveel mogelijk bellen en belletjes onder het platte glas. En kijk, ze kruipen naar elkaar, vervormen en ha: giraffenpatroon.

Elke keer als bellen een zijkant met elkaar delen, wordt die zijkant recht, met afgeronde hoeken. Onder het glas zie je daar een doorsnede van (alsof je een plakje schuim bekijkt dus). Hoe meer buren, hoe meer rechte zijkanten met ronde hoeken.

Zo’n veelhoekschuim bestaat ook in het supergroot. De miljarden sterrenstelsels in het heelal zijn namelijk niet kriskras verspreid. Het lijkt of ze op vliezen plakken: de vliezen van een heelal-zeepsop. Anders: in elk plakje kosmos, vind je een reusachtig giraffenpatroon.