Creatief rekenen met het eigen risico

Een thema bij de aankomende verkiezingen: door het eigen risico zouden veel mensen zorg mijden. Maar is dat wel zo? Onderzoek biedt weinig duidelijkheid.

Een wachtkamer van een huisartsenpraktijk. Foto Bart Maat / ANP

‘Zorg mijden is het nieuwe spook in de zorg’, zei Fleur Agema (PVV) ooit in een Kamerdebat. En deze week dook dit spook weer op, in een onderzoek naar de effecten van het eigen risico op het zorggebruik. In dat onderzoek meldt TNS NIPO dat 10 procent van de mensen dit jaar zegt dat ze om financiële redenen zorg hebben gemeden of uitgesteld.

Maar het onderzoek had zijn beperkingen: het ging om een enquête, niet om een wetenschappelijk experiment. En het onderzoek bood weinig inzicht in de ernst van het probleem. Een van de argumenten voor het instellen van een eigen risico was immers dat mensen zich bewuster zouden worden van hun zorggebruik, met lagere kosten tot gevolg. Het was dus juist de bedoeling dat mensen minder zorg zouden gebruiken.

Naar de gevolgen van het eigen risico zijn meerdere onderzoeken gedaan, maar over het percentage mensen dat hierdoor afziet van zorg bestaat nog weinig duidelijkheid. Rudy Douven, wetenschappelijk medewerker van het Centraal Planbureau, laat weten dat het CPB er geen zicht op heeft. Beleidsadviesbureau Ecorys verklaarde vijf jaar geleden in een evaluatie van het eigen risico dat het lastig is de gedragseffecten ervan te onderzoeken. In Nederland is, naast de enquêtes van TNS NIPO, wel een aantal pogingen gedaan de zorgmijders in kaart te brengen. Onderzoeksinstituut Nivel publiceerde vorig jaar een onderzoek waaruit bleek dat 3 procent van de Nederlanders om financiële redenen niet naar de huisarts gaat (terwijl die niet valt onder het eigen risico).

Nu willen beleidsmakers natuurlijk graag weten bij wie het mijden van zorg schadelijk is (de zogeheten ‘zorgwekkende zorgmijders’) en bij wie niet. Er is alleen een probleem: de onderzoekers kunnen dat onderscheid niet maken. Daardoor is het volgens Ecorys onduidelijk ‘of het verplicht eigen risico niet alleen overbodige, maar ook noodzakelijke zorg afremt’. Rudy Douven van het CPB noemt dit „een uitermate lastig empirisch probleem”.

Dan is er nog de eveneens politiek relevante vraag naar de kosten en baten van het eigen risico. Volgens het CPB-onderzoek Zorgkeuzes in kaart levert het eigen risico 3,7 miljard euro op; daarnaast schatte het CPB dat het zorggebruik zonder het remmende effect van het eigen risico met 600 miljoen euro zou toenemen.

Volgens tegenstanders van het eigen risico staan daar kosten tegenover: mensen die zorg mijden zullen klachten ontwikkelen waarvan de genezing meer zal kosten. „Een spotgoedkope maagzuurremmer van 30 cent voor een pakje wordt straks een peperdure maagperforatie”, zoals Fleur Agema het in het debat formuleerde. Maar ook hiernaar is nog niet veel onderzoek gedaan. Volgens het rapport van Ecorys is in de beschikbare literatuur geen effect gevonden van eigen betalingen op de gezondheid van verzekerden. Tegelijk verwijst het rapport naar een Canadees onderzoek waaruit bleek dat het zorggebruik na invoering van een eigen betaling steeg ‘omdat verzekerden onvoldoende gebruik maken van de benodigde medicatie’.

Er is, kortom, acht jaar na de invoering van het eigen risico nog onvolledige en imperfecte informatie over de effecten ervan. Dat wordt lastig discussiëren, in aanloop naar de verkiezingen.