Breekt Formule 1 nu wel door in Amerika?

Autosport

Amerikanen zijn dol op auto’s en topsport, maar de Formule 1 heeft hen nooit kunnen bekoren. Met een nieuwe (Amerikaanse) eigenaar van de sport gloort hoop op een doorbraak. „We willen voordeel trekken uit de mondiale voetafdruk van deze sport.”

De Duitse F1-coureur Sebastian Vettel in 2014 op het Circuit of the Americas in Austin. Foto Eric Gay/AP

De VS kennen één jaarlijkse Formule 1-race. Bovendien timmert een gloednieuw Amerikaanse team aan de weg. Dus wanneer het circus, inclusief de dit seizoen debuterende F1-renstal van Gene Haas, volgende maand neerstrijkt op het Circuit of the Americas in Austin, Texas, zou je massale belangstelling verwachten. Het land is immer dol op auto’s en topsport.

Maar de toegangskaarten zijn nog niet uitverkocht. Of tv-netwerk NBC kan rekenen op solide kijkcijfers is evenmin zeker, want de autosport ploetert in de VS. De race-ovalen van de IndyCar- en Nascar-competities trekken steeds minder bezoekers, kijkers en sponsors.

„De enige grote markt die nog nauwelijks geëxploiteerd is”, zo omschrijft expert Matthew Walthert de Amerikaanse Formule 1-race-wereld in een gesprek. Hij schrijft en spreekt met passie over de Formule 1 en Amerika als ‘jammerlijk achterland’ in deze tak van sport. „Het is de grootste consumentenmarkt ter wereld. Kom op!”

Braakliggend terrein

Morgen wordt de Grand Prix van Singapore gehouden, de eerste race sinds bekend werd dat Liberty Media de nieuwe eigenaar wordt van de Formule 1. Maar Amerikaanse race-fans en analisten kijken verder dan dit weekeinde. Ze hopen op een doorbraak in de VS, nu de race-competitie in handen komt van een onderneming met diepe wortels in kabeltelevisie, live-evenementen én de Amerikaanse topsport. Een zo goed als braakliggend terrein met gigantisch potentieel: zo ziet ook topman John Malone van Liberty Media de VS. Worden de VS eindelijk een serieuze markt voor de Formule 1, nu Malone er 4,4 miljard dollar (3,9 miljard euro) in heeft gestoken?

Chase Carey (62) blijft topman bij de entertainmentgigant 21st Century Fox uit Los Angeles, terwijl hij de Formule 1 gaat besturen met Bernie Ecclestone (85), die er al decennia aan het roer staat. In gesprek met autosport.com zei Carey dat uitbreiding in Noord-en Zuid-Amerika hoog op het verlanglijstje staat. Maar Europa blijft ‘van kritiek belang’. De Formule 1 is van oudsher een Europese aangelegenheid en op dat fundament wil de nieuwe eigenaar voortbouwen, benadrukte Carey, die in zijn eerste media-optredens duidelijk niet over wilde komen als grijpgrage Amerikaan zonder historisch besef en respect voor traditie. „We willen voordeel trekken uit de mondiale voetafdruk van deze sport”, zei hij diplomatiek.

Amerikaanse aarzeling valt wel te begrijpen. De nu wegzakkende autosport is nooit zo groot geweest als basketbal (NBA), American football (NFL) en honkbal (MLB). Niemand kan de daling precies verklaren, maar de Nascar-races worden zo slecht bezocht dat de organisatie al jaren geen bezoekersaantallen meer naar buiten brengt. Bekend is wel dat de kijkcijfers dalen, terwijl de belangstelling voor een grote sport als American football stijgt.

Wellicht is de traditie van het rijden van honderden ronden op een ovalen circuit niet meer van deze tijd. Volgens Matthew Walthers is sprake van over-verzadiging van de sportmarkt. „De kijker heeft te veel om te bekijken, op te veel schermen, via te veel media.” De sportliefhebber moet elke dag kiezen en de autosport legt het af.

Toch, al jaren fantaseren liefhebbers van de autosport van een Formule 1 aan de oostkust – New York City? – of in westelijk Californië. Als reusachtige ‘mediamarkten’ zijn de kuststeden geliefd onder sponsors en de netwerken die sport live uitzenden. Zo heeft Los Angeles net een bestaande footballclub (de Rams) overgehaald om naar deze stad te verhuizen vanuit St. Louis.

Van meer dan één serieuze Formule 1-race is het nooit gekomen; een Amerikaans team is er in geen dertig jaar geweest. Geen investeerder durfde het aan. In 2012 werd er wel een nieuw circuit buiten Austin aangelegd, en het heeft lof gekregen van coureurs en fans. Maar toen vorig jaar bekend werd dat Texas het budget voor de Amerikaanse Grand Prix met 20 procent omlaag wilde schroeven, klonk gemopper. Verpestten de Amerikanen het nu alweer? In 2005 was er immers het fiasco rond Michelin-banden in Indianapolis, die het ovalen circuit niet aan bleken te kunnen. Als gevolg was het F1-avontuur in die aloude race-stad een paar jaar later voorbij. „Het amateur-uurtje moet echt ten einde komen”, schreef Matthew Walthert eind vorig jaar over de geldkwestie in Texas. „Ze wisten precies wat het ging kosten toen ze een contract met ons tekenden”, zei Ecclestone afgemeten.

Liberty Media beschikt wél over het geld, de kabelnetwerken en de expertise om de Formule 1 uit te bouwen. Als evenement om bij te wonen, om live op de tv te zien, en via sociale media te volgen. Chase Carey staat te springen om de racecompetitie de 21ste eeuw in te trekken: „Er zit marketingpotentieel in het Formule 1-verhaal. Laten we het gereedschap gebruiken dat waarschijnlijk nog niet voldoende uitgebuit is.” In vakblad The Hollywood Reporter werd hij omschreven als ‘de maestro van de monetarisering van de sportrechten’.

Rijke eigenaar op afstand

Ook honkbalteam Atlanta Braves en Live Nation, dat concerten en andere live-gebeurtenissen organiseert, zijn in handen van Liberty. Voor honkbal heeft John Malone weinig belangstelling getoond. hij is de rijke eigenaar op afstand. Maar de ervaring met Live Nation kan Liberty helpen om de Amerikaanse Formule 1 op te bouwen in spektakels die het beste van een Bruce Springsteen-optreden combineren met de massale Nascar-feesten van weleer.

De Amerikaanse traditie van ‘parity’ (pariteit, gelijkheid) in de topsport zou ook een injectie kunnen geven aan de Formule 1. Het basketbal en football hechten aan het principe dat de beste jonge spelers stelselmatig terechtkomen bij de slechtst presterende clubs. De verliezers van het afgelopen seizoen hebben de eerste keuze uit de poel van nieuw talent, zodat schlemielen in korte tijd kampioen kunnen worden. Bovendien worden er grenzen gesteld aan wat clubs mogen uitgeven aan spelers. Zo wordt voorkomen wat de F1 en het Europese voetbal plaagt: het team met de diepste zakken wint in beginsel, zeges en titels zijn te koop

„Het is denkbaar dat de nieuwe Amerikaanse eigenaar een Amerikaanse stijl kan invoeren”, zegt Matthew Walthert. „Het zou goed zijn voor de competitie.”