Beducht voor opstand, matigt Brussel de toon

In Bratislava verzamelen zich vandaag de 27 Europese regeringsleiders onder leiding van Donald Tusk (en zonder de Britse premier); woensdag sprak Jean-Claude Juncker in het Parlement zijn jaarlijkse ‘Staat van de Unie’ uit. De pers ziet graag rivaliteit en richtingenstrijd; ‘EU in crisis, voormannen verdeeld’, kopte het FD. Inderdaad denken de Pool Tusk en de Luxemburger Juncker anders over Europa’s politieke toekomst, maar dat is geen verrassing. Veel opvallender is de koerswending die zij beiden uitdragen – Europa moet beschermen. Europese-Raadsvoorzitter Tusk zegt het expliciet. In een krachtige uitnodigingsbrief voor de Bratislavatop, dinsdag verstuurd, waarschuwt hij Merkel, Rutte en de anderen: „Mensen verwachten dat hun leiders hun leefruimte beschermen en hun veiligheid waarborgen. Als het gevoel groeit dat wij die verantwoordelijkheid verzaken, zullen ze alternatieven zoeken en die ook vinden.” Oftewel, de Britse kiezersopstand kan zich elders herhalen. Conclusie: „We moeten het evenwicht herstellen tussen de behoefte aan vrijheid en aan veiligheid, tussen de noodzaak van openheid en van bescherming.” Aangezien de EU groot werd van grenzen openen, kansen bieden en ruimte scheppen is dit een scherpe inhoudelijke draai.

Maar Juncker maakt dezelfde wending. Ook hij gebruikt woorden als ‘beschermen’, ‘verdedigen’, ‘weerbaar maken’ en ‘onze manier van leven waarborgen’. Ook hij focust op immigratie, terrorisme en globalisering. Beiden zetten 200 extra grenswachten in om de regering in Sofia te helpen bij de bewaking van de Bulgaars-Turkse grens bovenaan de verlanglijst. Verscherpte grenscontroles aan de buitengrenzen, ook voor EU-burgers, is een andere nieuwigheid, die moet helpen IS-aanhangers met Belgisch, Frans of Nederlands paspoort te onderscheppen. Inzake globalisering pleitte Juncker opmerkelijk genoeg wel voor ratificatie van het handelsakkoord met Canada maar – in een toespraak van een klein uur – liet hij het veel belangrijkere TTIP met de VS ongenoemd. Ook zijn krachtige geluid tegen Chinese staaldumpingpraktijken toont gevoel voor zorgen bij veel Europese kiezers over open grenzen. Dit nieuwe evenwicht tussen vrijheid en bescherming past naadloos bij de stilletjes bijgestelde positie van de Nederlandse regering.

Behalve de inhoud doen ook vorm en stijl ertoe. Mogelijke kritiek op de pretentieuze naam ‘Staat van de Unie’, ooit door het Parlement bedacht, ontmijnde Juncker woensdag door te zeggen: „Dit is niet de Verenigde Staten van Amerika, waar de president een State of the Union toespraak geeft aan beide Huizen van het Congres en miljoenen burgers elk woord volgen, live op televisie.” De Commissieman wilde tegen parlementariërs in Straatsburg hetzelfde kunnen zeggen als tegen regeringsleiders in Bratislava. Terwijl hij vorig jaar passievol losging van de tekst, was hij nu ingetogen en scriptvast. Jammer voor de emotie in de zaal, maar de stijl paste bij de boodschap. In het huidige getij herwint de Commissie haar gezag niet met Brusselse zendingsdrang en confrontatie, maar met zakelijkheid en binding. Ook bij Tusk zit de boodschap deels in de vorm. Want waarom moet iedereen naar de hoofdstad Slowakije? Omdat een top in Bratislava zichtbaar maakt dat ‘Brussel’ zich niet aanziet voor ‘Washington’. Een symbolische rem op centralisatie.

Ook zoiets zei Juncker woensdag: „Europa werkt alleen als toespraken die ons project verdedigen niet alleen in dit eerbiedwaardige Huis, maar ook in de Parlementen van al onze lidstaten worden gehouden.” Bij de Algemene Beschouwingen volgende week kan onze minister-president Rutte – die trouwens sinds het Britse referendum veel positiever over Europa klinkt – hier meteen mee beginnen.

Luuk van Middelaar is politiek filosoof in Brussel. Deze column is wekelijks.