Bankiers versus psychologen: 1-0

Ik heb wel eens met een potlood tussen mijn tanden gezeten om te zien of ik daar vrolijker van werd. Of citroengeur in onze keuken verspreid om de schoonmaaklust van onze kinderen te stimuleren. Maar, helaas...

Het is groot nieuws in de psychologiewereld: zeventien onderzoeksgroepen hebben een beroemd experiment van Fritz Strack en zijn collega’s uit 1988 herhaald. Proefpersonen moesten een glimlach opwekken door een pen tussen hun tanden te houden. Strack stelde destijds vast dat dit een positief effect op het humeur heeft. Je gezichtsuitdrukking beïnvloedt je gevoelens. Maar in de replicaties van het onderzoek werd niets gevonden.

Zogenaamde ‘Registered Replication Reports’ (RRR’s) zijn de laatste jaren populair geworden in de psychologie. Hierbij herhalen verschillende onderzoeksgroepen op precies dezelfde manier experimenten uit het verleden. Geregeld, zoals in het geval van Strack, leidt dit ertoe dat theorieën die tot voor kort gangbaar waren, op de helling kunnen.

Een eerder slachtoffer dit jaar was het ‘ego depletion’-effect van Roy Baumeister en zijn collega’s uit 1998: na een taak die wilskracht vergt, scoren proefpersonen slechter op een andere taak waarbij ook doorzettingsvermogen nodig is. Baumeisters conclusie: wilskracht is een eindige hulpbron die op kan raken als je er meer van gebruikt. Conclusie van de replicatie: „If there is any effect, it is close to zero.”

Misschien is dat wel het grote probleem met dit soort psychologische experimenten. Als er al een effect is, is het heel klein. Wel leuk om over te schrijven in een column of een boek, maar niet iets om serieus toe te passen in de praktijk, op het werk of thuis.

Ik noemde al mijn experiment thuis met het schoonmaakmiddel. Het effect van schoonmaakgeur op de onbewuste poetsneigingen van mensen werd in 2005 beschreven door Nederlandse onderzoekers. De deelnemers aan hun proef ruimden onder meer hun etensresten beter op wanneer er in de testruimte een citroenfrisse geur hing. Ik rook een kans.

Maar in onze keuken hing niet alleen de lucht van het schoonmaakmiddel, er hing ook de geur van de hond, de kat, het broodrooster en onszelf. De schoonmaakgeur kwam simpelweg niet boven die ‘ruis’ uit.

Ook in wat serieuzere experimenten binnen bedrijven heb ik dezelfde les geleerd. Een werkomgeving is geen ‘cleane’ experimentele ambiance, maar een rommelige omgeving waar de hele dag door allerlei prikkels op je afkomen. Via klanten, collega’s, managers, je computer en je smartphone. De waan van de dag maakt korte metten met de meeste goede bedoelingen.

Wie iets wil bereiken in het managen van zichzelf of anderen, komt er daarom niet met subtiele technieken. Je moet eerder denken aan eenvoudige, stevige interventies, die je langere tijd volhoudt. Zoals het samen afspreken van concrete doelen en het zeer frequent, zichtbaar monitoren van de progressie.

In dat opzicht is de recente fraude bij de Amerikaanse bank Wells Fargo onbedoeld een dolkomische casus. Het management stimuleerde de verkoop van extra producten aan bestaande klanten met targets, bonussen en dreigementen. Gevolg: duizenden medewerkers openden spookrekeningen waar klanten niets van wisten. Natuurlijk is dat schandalig. Maar op zulke grote effecten zijn ze in de psychologie stiekem stikjaloers.

Ben Tiggelaar is gedragsonderzoeker, trainer en publicist. Hij schrijft elke week over management en leiderschap.