Wapenstilstand in Syrië heeft effect, maar wankelt

Burgeroorlog Syrië

In Syrië vallen even geen burgerdoden door het bestand dat Rusland en de VS sloten. Maar veel hoop dat dit zo blijft, is er niet.

Foto Reuters / Ammar Abdullah

De wapenstilstand in Syrie wankelt. De uitvoering loopt vast op de weigering van het regime-Assad om humanitaire hulp vanuit Turkije toe te laten. De betrokken partijen beginnen elkaar verwijten te maken. Ondertussen wacht Jabhat Fatah al-Sham, het voormalige filiaal van Al-Qaeda in Syrië, geduldig af tot het strijd weer losbarst. Of is het bestand nog te redden?

Sinds de deal tussen de Verenigde Staten en Rusland maandag van kracht werd, is de strijd grotendeels gestaakt. Donderdag zijn er geen burgerdoden meer gemeld. De volgende stap is dat hulpkonvooien toegang krijgen tot de belegerde gebieden. De Verenigde Naties hebben veertig vrachtwagens met hulp klaar staan in een stuk niemandsland aan de Turks-Syrische grens, maar het regime weigert hen toestemming om te vertrekken.

„De regering, ik herhaal de regering, zou toestemmingsbrieven sturen”, zei de speciale gezant voor Syrië, Staffan de Mistura, op een persconferentie in Genève. Maar die „hebben we niet ontvangen”. Hij noemde dit „zeer teleurstellend” en zei dat de Russen dit gevoel delen.

Bondgenoten

Maar De Mistura vertelde niet in hoeverre Moskou zijn Syrische bondgenoten onder druk zet om zich aan de afspraken te houden. Het regime heeft er weinig belang bij om de belegeringen van tientallen steden en wijken met honderduizenden burgers op te heffen: het gebruikt honger als wapen om het verzet te breken en rebellengroepen tot overgave te dwingen.

Tot nu toe loopt alle humanitaire hulp via Damascus en dat wil het regime graag zo houden. Want zo kan het grotendeels bepalen wat waarheen gaat. Bovendien vloeien er tientallen miljoenen dollars van het VN-hulpprogramma naar bedrijven en personen die nauw gelieerd zijn aan het regime. President Al-Assad heeft altijd geweigerd dat hulpkonvooien vanuit Turkije het land binnenkwamen, ook al waren Aleppo en andere noordelijke provincies op die manier makkelijker te bereiken.

Er is nog een ander probleem. De hulpkonvooien die bestemd zijn voor Aleppo moeten via Castello Road, de noordelijke toegangsweg, de stad binnenkomen. De VS en Rusland hebben afgesproken dat het regime en de rebellen zich van deze fel betwiste frontlinie terugtrekken. Dit is tijdens de eerste dagen van het bestand echter niet gebeurd. Het wederzijdse wantrouwen is groot.

Donderdag meldde het Russische leger dat het regime zijn troepen, artillerie en andere wapens had teruggetrokken ten noorden van Castello Road, zoals was afgesproken. Maar generaal Vladimir Savsjenko, hoofd van het Russische Verzoeningscentrum, zei dat de oppositie zich tot nu toe niet heeft teruggetrokken. Hij heeft Moskou om toestemming gevraagd de terugtrekking ongedaan te maken als de rebellen zich niet aan de afspraken houden.

Verbaal gordijn

De Russen hebben ook kritiek op de VS. Het Russische ministerie van Defensie stelde in een verklaring dat Washington een „verbaal gordijn” optrekt om te verhullen dat de VS hun deel van de afspraken niet uitvoert.

„Alleen het Syrische leger heeft de wapenstilstand in acht genomen, terwijl de door de VS geleide ‘gematigde’ oppositie het aantal beschietingen van woonwijken juist heeft opgevoerd.”

Moskou vindt ook dat de VS de ‘gematigde’ rebellengroepen te weinig onder druk zetten om zich terug te trekken uit gebieden waar Jabhat Fatah al-Sham (voorheen: Jabhat al-Nusra) aanwezig is. Ook dit is een voorwaarde voor het slagen van het bestand. Met name de Amerikanen zagen de deal als een kans om de oppositie en de extremisten te scheiden. Dan zou Jabhat Fatah al-Sham ook makkelijker te bestrijden zijn.

Maandag moeten al deze problemen zijn opgelost. Dat is de deadline die de VS en Rusland hebben gesteld voor de eerste fase van de wapenstilstand: de gevechten moeten zijn geluwd, de belegerde gebieden moeten noodhulp krijgen en de oppositie moet zich hebben gedistantieerd van de jihadisten. Dan zullen de VS en Rusland een gezamenlijk commandocentrum opzetten om hun luchtaanvallen op Islamitische Staat en Jabhat al-Nusra te coördineren.

Maar op dit moment is het zeer de vraag of het daar van zal komen.