Volkskrant in beroep na verlies kort geding over voorpagina

De Volkskrant wil een second opinion van een andere rechter omdat de krant van mening is dat de uitingsvrijheid belangrijker is.

De voorpagina in kwestie. De Volkskrant

De Volkskrant gaat in beroep tegen een uitspraak van de rechter dat de krant 1.500 euro schadevergoeding moet betalen aan een man wiens foto op de voorpagina stond.

Volgens de rechter heeft de Volkskrant de privacy van de man, Mohammed Rashid, geschonden en weegt het belang van de vrijheid van meningsuiting daar niet tegenop. De Volkskrant is het daarmee niet eens. In het tv-programma Pauw liet hoofdredacteur Philippe Remarque woensdagavond weten in beroep te gaan. “We willen een second opinion van een andere rechter omdat onze uitingsvrijheid belangrijker is.”

De krant berichtte op 16 augustus op de voorpagina over de extra veiligheidscontroles op Schiphol in verband met een terreurdreiging. Op de foto is te zien hoe een lid van de marechaussee een automobilist, Rashid, controleert, onder de kop ‘Is Schiphol nog veilig?’.

Naast de kop stond de tekst:

“Na de marechaussee wordt nu het leger ingezet voor de extra bewaking van Schiphol. Wat staat de reiziger nog te wachten - en helpt het?”

Rashid eiste een rectificatie en 15.000 euro schadevergoeding. Ook eiste hij dat de krant openlijk zijn excuses zou aanbieden aan hem, zijn familie en aan “de islamitische gemeenschap in Nederland”. De krant vond rectificatie niet nodig omdat Rashid niet in verband is gebracht met terrorisme. De rechtbank oordeelt in het vonnis dat rectificatie inderdaad niet nodig is. “Aan plaatsing van de foto zelf valt weinig te rectificeren, hooguit aan de verkeerde indruk die deze kan hebben gewekt”.

Wel oordeelde de rechter dat Rashid recht heeft op een schadevergoeding van 1.500 euro.

“Door het plaatsen van zijn portret bij deze tekst wordt op zijn minst de suggestie gewekt dat Rashid iets te maken heeft met de kwestie of Schiphol nog wel veilig is. Nu het hier een ernstige kwestie betreft die de gemoederen in negatieve zin bezighoudt, stelt Rashid zich terecht op het standpunt dat publicatie inbreuk maakt op zijn levenssfeer.”

“We zijn geschrokken van deze uitspraak”, reageerde Remarque eerder. “Als zo makkelijk persoonlijke schade bewezen wordt geacht op grond van mogelijke associaties in binnen- en buitenland, wordt het werk van redacties, fotografen en cameralieden een stuk moeilijker. Wij vinden dat de vrije nieuwsgaring in het geding is.”