Via di Prè

iljapfeiffer

Ik zeg nog niet waar deze column over gaat, want dan leest u hem niet meer, maar als ik begin met dominee Jesse Jackson kunt u het misschien toch al raden. Hij is een zwarte Amerikaanse burgerrechtenactivist. Hij was een naaste medewerker van Martin Luther King en stond bij hem toen hij werd vermoord. Hij groeide uit tot de belangrijkste spreekbuis van de zwarte Amerikanen en in de jaren tachtig deed hij twee keer een poging om de Democratische nominatie voor de presidentsverkiezingen te winnen. Dat mislukte, maar hij is een icoon gebleven van de strijd tegen discriminatie en vooroordelen en voor de rechten van de zwarten. En niet zo heel lang geleden legde deze man in een interview uit wat racisme is. Hij vertelde dat hij kort daarvoor ’s avonds alleen over straat liep, dat hij op een gegeven moment voetstappen achter zich hoorde naderen, dat hij zich omdraaide en dat hij opgelucht was toen hij zag dat het een blanke was.

Deze column gaat niet over racisme, want van dat onderwerp heeft u uw buik meer dan vol. U bent geen racist. En u bent niet zoals al die mensen die zeggen dat ze geen racist zijn, waarnaar er een ‘maar’ volgt, maar u bent echt geen racist. U bent werkelijk overtuigd van de gelijkwaardigheid van bevolkingsgroepen met een verschillende herkomst en u koestert echt geen enkel vooroordeel jegens mensen met een andere huidskleur. Ik weet dat u zo bent. Ik ben net als u.

Deze week ben ik begonnen met de opnamen voor een VPRO-documentaireserie over Via di Prè, de Afrikaanse straat in mijn woonplaats Genua, waar de zwarte minderheid geen minderheid meer is en waar blanke Genuezen niet meer durven te komen. Het is de plek waar veel bootvluchtelingen terechtkomen. Het is een straat vol ongelooflijke verhalen en hoewel er ontzaglijke problemen zijn met armoede, criminaliteit en gebrek aan een toekomstperspectief, heb ik altijd van die straat gehouden. Ik ben er vaak geweest. Ik heb er altijd genoegen aan beleefd om er doorheen te lopen.

En gisteren, toen ik er net als de dagen ervoor een hele dag lang had gefilmd met de cameraploeg, besefte ik dat er een ding was dat ik in deze dagen voor het eerst had gedaan en nooit eerder. Iets simpels. Ik had het ook over het hoofd kunnen zien, maar ik ben blij dat ik het besefte. Het was voor het eerst dat ik in Via di Prè had stilgestaan. Eerder was ik er altijd doorheen gelopen met ergens in mijn achterhoofd het idee dat ik moest doorlopen. Het was een attractie die mij een spannend gevoel in mijn buik gaf omdat het toch een beetje eng was. Natuurlijk had ik nooit angst gekend. Zou ik soms bang moeten worden, alleen maar omdat er veel zwarte mensen op straat hangen? Ik ben geen racist. Maar hoewel ik natuurlijk niet bang was, moet ik toegeven dat ik bang was. Ik durfde er niet stil te staan. In een straat vol zwarte mensen gedroeg ik mij anders dan in een straat vol blanken. Hoewel ik geen vooroordelen had, had ik ze toch.

Zoals ik u had beloofd, ging deze column niet over racisme. Want wij zijn geen racisten, u en ik, en Nederland is geen racistisch land. Deze column gaat over het feit dat er altijd iets te verbeteren valt. Laten we de moed hebben om ons niet te verschuilen achter de zekerheid dat we geen racisten zijn.

Ilja Leonard Pfeijffer is schrijver en dichter. Hij schrijft elke week een column.