Twaalf Chinese dorpelingen nemen de verzekeringswereld over

Verzekeraar

Anbang, de snelst groeiende verzekeraar van China, is bezig aan een internationale veroveringstocht. Vorige zomer nam het Vivat nog over. Maar het bedrijf is gehuld in schimmigheid.

Anbang-hoofdkantoor in Beijing Foto Reuters

Al sinds Anbang vorige zomer het Nederlandse Vivat (het vroegere Reaal) kocht, is de Chinese verzekeraar omgeven door schimmigheid. Anbang is niet beursgenoteerd en publiceert geen resultaten of jaarverslagen. Over zijn kapitaalverschaffers en naar wie de winst dus toegaat, bestaat eveneens veel onduidelijkheid. Enkele grote Chinese staatsbedrijven behoren ertoe. Maar over de identiteit van de andere financiers doet Anbang geen mededelingen.

Toch gaf toezichthouder De Nederlandsche Bank (DNB) die zomer toestemming aan Anbang om Vivat over te nemen. DNB had zelf onderzoek gedaan naar de eigendomsstructuur van het concern. Ook de AIVD zou zich over Anbang gebogen hebben. Uiteindelijk wist DNB blijkbaar voldoende om een zogeheten verklaring van geen bezwaar af te geven. Minister Dijsselbloem (Financiën, PvdA), namens de staat enig aandeelhouder van Vivat sinds de nationalisatie in 2013, gaf er ook zijn zegen aan.

Voor de buitenwereld bleef Anbang (Chinees voor ‘brenger van vrede en stabiliteit’) een ondoorgrondelijk bedrijf. Wat DNB en andere betrokkenen te weten zijn gekomen, is onbekend. De financieel toezichthouder maakt de uitkomsten van dit soort onderzoeken nooit openbaar. De buitenwereld moet erop vertrouwen dat DNB geen toestemming geeft als zij iets niet vertrouwt.

Anbang baart ondertussen internationaal steeds meer opzien, met een reeks opvallende overnames. Zo kocht het eind 2014 voor 2 miljard dollar het iconische Waldorf Astoria hotel in New York. Voor de zomer was het verwikkeld in een overnamestrijd met Marriott om de grote Amerikaanse hotelketen Starwood, waarbij Anbang Marriot af probeerde te troeven met een contant miljardenbod (om onduidelijke redenen trok Anbang zich later terug). In België kocht Anbang eerder Delta Lloyd bank, evenals de kleine verzekeraar Fidea. De uitgaven aan deze veroveringstocht tot nu toe: 23 miljard dollar.

Plek waar de tijd heeft stilgestaan

Journalisten van The New York Times besloten onlangs te gaan graven in de eigendomsverhoudingen van de derde grootste en snelst groeiende verzekeraar van China (30.000 werknemers, 124 miljard dollar bezittingen). Ze kwamen uit in de provincie Pingyang, een plek waar de tijd lijkt te hebben stilgestaan en boeren nog in rijstvelden ploeteren. Daar wonen twaalf dorpelingen en kleine kooplieden die – via een labyrint van vennootschappen – allemaal miljardenbelangen hebben in de verzekeraar.

Op papier dan.

Want of de aandelen van henzelf zijn, of dat ze die louter in bewaring houden voor anderen, is niet duidelijk. In China is het gebruikelijk dat rijke mensen hun aandelen in bewaring geven aan vertrouwelingen. Deze bewaarders worden baishoutao genoemd, ‘witte handschoenen’. Rijke Chinezen verdedigen die praktijk vaak door te zeggen dat zo hun privacy gewaarborgd blijft, hoewel critici menen dat die zich ook goed leent voor het verbergen van geld dat op duistere wijze is verdiend en voor het dwarsbomen van corruptieonderzoek.

De twaalf wilden niets zeggen over hun megabelangen. Maar feit is dat zij gemeen hebben dat ze bijna allemaal familieleden of kennissen zijn van Wu Xiaohui, de grote baas van Anbang. Die richtte het bedrijf in 2004 op en is inmiddels een van de succesvolste ondernemers van China. Wu heeft uitstekende politieke connecties. Hij is getrouwd met een kleindochter van een van de belangrijkste grondleggers van het hedendaagse China, Deng Xiaoping. Bij zijn bedrijf werken veel leden van de politieke families die in China nu de dienst uitmaken.

Daar liep het spoor dood

The New York Times stelde, na het doorspitten van duizenden pagina’s documenten die Anbang heeft gedeponeerd bij Chinese instanties, een lijst samen van zo’n veertig vennootschappen die de aandelen van Anbang bezitten. Daarachter zaten zo’n honderd mensen die op papier mede-eigenaar zijn van de verzekeraar. Twaalf van hen traceerde de krant naar Pingyang. Daarna liep het spoor dood.

In China moeten verzekeraars zoals Anbang zich bij oprichting bij hun toezichthouder registreren. Ze moeten dan tevens zeggen welke vennootschappen de aandelen bezitten. Als nadien een nieuwe vennootschap meer dan 5 procent in handen krijgt, moet ook dat gemeld worden. Wie op hun beurt achter de vennootschappen zit, hoeft niet gemeld te worden. Het vennootschapsregister zelf is niet openbaar. Dat duidt op een lek.

Dat Wu een belangrijke aandeelhouder is, mag vanzelfsprekend zijn. Enkele jaren geleden werd hij ook nog als eigenaar genoemd in door Anbang bij de instanties gedeponeerde documenten, meldt de krant. Daarna verdween zijn naam om onduidelijke redenen. Maar hoe groot zijn belang precies is, kregen de journalisten niet boven tafel. Ook is niet duidelijk of de twaalf Chinezen eventueel nog aandelen in bewaring hebben voor anderen, en wie dat zijn.

De Amerikaanse toezichthouders hebben daar recentelijk vragen over gesteld aan Anbang. Zij willen dat soort informatie hebben omdat die belangrijk is voor het beoordelen van (toekomstige) overnames. Financieel toezichthouders zijn belast met het bewaken van de financiële stabiliteit, zij moeten daarom iedere overname goedkeuren. Maar als de eigendomsstructuur ondoorzichtig is, is het moeilijk de risico’s in te schatten. Als slechts een paar mensen een bedrijf in handen hebben, die kunnen gedijen onder een bepaald politiek gesternte, kan dat potentieel problematisch zijn. Wat als er een politiek verschuiving volgt?

Of DNB dezelfde informatie als de Amerikaanse krant boven tafel heeft gekregen, is niet duidelijk. Zij heeft mogelijk toegang gekregen tot de registers van de Chinese toezichthouder. Maar daarmee ben je dus nog niet bij de uiteindelijke eigenaren, onder wie de twaalf dorpelingen in Pingyang met banden met Wu.

Er was destijds maar één koper voor Vivat: Anbang. Lange tijd was ook de Nederlandse verzekeraar ASR geïnteresseerd, maar die haakte op het laatste moment af. NRC meldde eerder dat het toen Anbang was of een faillissement: Vivat verkeerde op dat moment dermate in financiële nood dat er brieven klaar lagen voor de miljoenen polishouders met de boodschap dat de verzekeraar zijn deuren moest sluiten en de klanten gekort gingen worden op hun uitkeringen.

Een raadsel voor Vivat

Vivat, dat zelf ook onderzoek deed, kwam niet verder dan circa veertig vennootschappen, meldde NRC eerder. Vivat wist wel dat een aantal daarvan gelieerd was aan Wu en zijn zus. De andere vennootschappen zouden de BV China vertegenwoordigen. Wie daarachter schuilden, bleef ook voor Vivat een raadsel.

Kort na de overname ontstond er gedoe tussen de grotendeels Nederlandse leiding van Vivat en Anbang. Topman Gerard van Olphen, die van SNS Reaal meeging naar Vivat na de overname, stond zes weken later alweer op straat, na een ruzie over geld en macht. Anbang, dat Vivat had overgenomen voor 1 euro, had beloofd 1,35 miljard euro vers kapitaal in de verzekeraar te pompen. Dat bedrag betaalde het op het allerlaatst toegestane moment, waardoor Vivat drie maanden in onzekerheid zat.

President-commissaris Jan Nooitgedagt zei terugblikkend op de onrust afgelopen weekeinde in het Financieele Dagblad dat zijn verzekeraar „verkeerd heeft ingeschat hoe onze Chinese vrienden naar ons keken”.

Ondertussen lijkt Anbang internationaal nog niet uitgekocht. Onlangs zei een directeur van het concern dat Anbang het even rustig aan gaat doen op buitenlands overnamegebied. Maar de Britse Sunday Times berichtte in augustus nog dat Anbang zijn zinnen had gezet op Intercontinental, waaronder de hotelketens Crowne Plaza en Holiday Inn vallen – een bericht dat door Anbang werd tegengesproken. In de Nederlandse financiële sector gingen vorige maand geruchten dat Anbang keek naar de overname van enkele kleinere verzekeraars.

Kort na de overname van Vivat liet Anbang, bij monde van topman Van Olphen, weten dat het wel geïnteresseerd was in ASR. Dijsselbloem stond toen op het punt om die in 2008 eveneens genationaliseerde verzekeraar te verkopen, via een beursgang. Die beursgang kwam er ook, waardoor Anbang ASR niet kon overnemen. Maar het lijkt, alles bij elkaar, dus moeilijk te geloven dat Anbang internationaal niet meer van zich zal laten horen.

Persbureau Bloomberg meldde eind vorige maand op basis van anonieme bronnen bij zakenbanken dat Anbang een beursgang overwoog van zijn levensverzekeringpoot in China, evenals veel van zijn buitenlandse dochters (onduidelijk is of Vivat daar ook onder zou vallen). Het zou zakenbankiers gevraagd hebben om met voorstellen te komen. Een beursgang zou de oorlogskas voor buitenlandse overnames kunnen spekken.

Mogelijk dat er dan ook meer duidelijkheid komt over de eigendomsverhoudingen en de financiële huishouding van Anbang. Beursgenoteerde bedrijven moeten doorgaans een grote mate van openheid geven. Maar Anbang kan dan nog steeds veel informatie voor zichzelf houden. De levensverzekeringactiviteiten zijn slechts een van de drie poten van Anbang. Het moederbedrijf zelf, met zijn honderd eigenaren, gaat niet naar de beurs. Dus Anbang blijft nog wel even ondoorzichtig.