Supermercado, een Mexicaan zonder franje

Foto Rien Zilvold

Rotterdam telde in de jaren tachtig twee Mexicaanse restaurants, het ene zat boven een winkel op de Korte Lijnbaan, het andere was Popocatepetl aan de Oude Haven. Aangezien er op culinair gebied in de stad toentertijd verder nog weinig bijzonders viel te ontdekken, kwam ik er als twintiger best vaak. Totdat die grove hatsekiedee-aanpak van met name ‘Popo’ ook mij als bonen-afficionado uiteindelijk te veel werd.

Te gemakzuchtig, te plat. Voortaan dacht ik bij de Mexicaanse keuken aan ‘vreetschuur’, en dat zal toch veel eetliefhebbers meteen al in die beginjaren van de ‘trend’ zijn overkomen. Je hoorde er onder regelmatige buiten-de-deur-eters tenminste decennialang nooit meer wat over. Dat wil zeggen: tot voor een jaar of twee, drie geleden. Want sindsdien begint de wereldwijde comeback van de Mexicaanse keuken zich ook in Rotterdam af te tekenen.

Femke Snijders (Aloha/Sticky Fingers) en Jim de Jong (Restaurant De Jong) profileren zich op festivals ineens met taco’s, entrepreneur Dennis Ebeli van het lokale sokkenmerk Alfredo Gonzales heeft plannen voor een eigen, hip Mexicaans restaurant in Rotterdam, terwijl de eigenaren van de tot voor kort nog populaire maar inmiddels gesloten cocktailbar Blender (ja, zo snel gaat het met hypes) intussen al over precies zo’n zaak beschikken.

Op de plek van Blender aan de Schiedamse Vest openden ze dit voorjaar Supermercado. Zoals de naam al suggereert: een laagdrempelig eethuis met een betaalbare Mexicaans/Latijns-Amerikaanse kaart en vrijwel even ruimbemeten als het een paar deuren verderop gelegen oriëntaalse eethuis Bazar. Wat het nodige duidelijk maakt over de hoge verwachtingen die ervan bestaan.

Supermercado richt zich net als negen van de tien restaurants in het Witte de With-kwartier op het jongere uitgaanspubliek. Dat betekent dat je er in streetfood-ambiance eet: in een kaal, pretentieloos interieur, aan smalle, ongedekte tafeltjes, met een keuze uit veelal kleine gerechtjes, en met als bij-effect dat de hele bestelling razendsnel en in één klap aan je wordt uitgeserveerd. Binnen het uur kun je gemakkelijk weer buiten staan en beginnen aan je stapavondje, met de groeten van je serveerster – nou ja, veelal op z’n best een knikje. Ook met een goede fooi poets je die onverschilligheid niet meer weg.

In vergelijking met het Popo-tijdperk is er door Supermercado een stevige sprong voorwaarts gemaakt als het gaat om het eten zelf: we nemen een kleine portie Peruaanse ceviche van tonijn, ui en watermeloen (€12), knapperige empanadas (gefrituurde pasteitjes) met rundvlees, bonen en kaas (€2,50) en een bescheiden reeksje smakelijke taco’s, met onder andere pulled pork, kip en rode linzen als hoofdbestanddeel (€3,50). Alles opvallend ingetogen samengesteld en gepresenteerd, dus ook zonder al die woeste kwakken mais, zure room en guacamole die in de resterende old school-Mexicanen het plaatje en de smaak nog zullen bepalen.

Behalve genoemde hapjes is er ook nog een houtskoolgrill-segment op de menukaart. Daarop de op en rond de ‘Witte de With’ nog eventjes onvermijdelijke hamburger, kipspiezen, ribeye en staartstuk op z’n Uruguayaans. We nemen die laatste, de picanha con chimichurri in de 200 grams-uitvoering (€16), en komen met dat eenpersoonsgerecht met z’n tweeën rijkelijk uit. De flan (pudding) met in chilipepers ingemaakte kersen (€5) bestel ik dan ook alleen nog uit nieuwsgierigheid, maar had ik evengoed niet willen missen. Hoe bescheiden ook: je proeft op de valreep avontuur. Hopelijk gaat Supermercado nog wat stapjes verder in het werken met ‘chillies’, die per slot van rekening nog een trend op zichzelf vormen. Hoe dan ook, deze eerste hernieuwde kennismaking met een Rotterdamse Mexicaan was alvast geslaagd.