Snel internet als medicijn tegen de euroscepsis

Telecom

Elke Europeaan moet in het jaar 2025 toegang hebben tot internet van ten minste 100 megabit per seconde. Maar wie gaat dat betalen?

Een telecomtoren in Valencia, Spanje. Foto iStock

Brexit, Frexit of Nexit: de eenwording van Europa mag dan haperen, het Europese internet wordt er alleen maar sneller op.

Als het aan eurocommissaris Günther Oettinger (Digitale economie en Telecom) ligt, surfen vijfhonderd miljoen Europeanen in 2025 via een breedbandverbinding van 100 megabit per seconde (Mbit/s) of meer. Bedrijven, scholen en publieke instellingen moeten 1 gigabit per seconde gaan bieden. Ter vergelijking: de gemiddelde vaste internetsnelheid in Nederland is nu 18 Mbit/s.

Oettinger presenteerde woensdag ambitieuze telecomplannen. Snel en goedkoop (mobiel) internet is voor de gewone consument een van de tastbaarste voordelen van de Europese eenwording.

Ook hoog op Oettingers verlanglijstje: spoorwegen, snelwegen en steden moeten in 2025 vlekkeloze 5G-dekking bieden. 5G is de nieuwe generatie mobiele netwerken die data-intensieve toepassingen ondersteunen. Anders worden die prachtige vergezichten over zelfrijdende auto’s en meedenkende steden nooit werkelijkheid.

Europa wil dat lidstaten in 2018 al met 5G gaan experimenteren om geen achterstand op te lopen met bijvoorbeeld de VS of Zuid-Korea.

Aan mooie plannen geen gebrek. Maar wie gaat de 500 miljard euro aan investeringen betalen om drieste beloftes waar te maken? De EU schat dat er een tekort van 155 miljard euro is om de telecomplannen te voltooien.

Gratis wifi in stadscentra

Sommige gebieden zijn zo dunbevolkt dat niemand er een snelle verbinding aan wil leggen. De marges in de telecomsector zijn nu dun, door concurrentie van goedkope internetdiensten en strenge regels voor bijvoorbeeld roaming (meerprijzen op mobiel gebruik in het buitenland). Dat zet een rem op de investeringsbereidheid.

Om de netwerkproviders tegemoet te komen verlaagt Oettinger de regeldruk. Bovendien mogen bedrijven samen investeren in infrastructuur en telt Europa nog een symbolisch centje (150 miljoen euro) neer om investeringen te stimuleren.

Daarnaast wil de EU in totaal 120 miljoen euro ter beschikking stellen voor gratis publieke wifi-netwerken in stadscentra. Internetdiensten als Skype en WhatsApp, die met telecombedrijven concurreren, krijgen – voorzichtig nog – extra regels opgelegd.

De mobiele netwerken zijn volledig afhankelijk van beschikbaarheid van radiofrequenties. Om het de netwerkproviders makkelijker te maken om te investeren wil Brussel de frequenties ‘harmoniseren’: zorgen dat ze in alle lidstaten snel beschikbaar zijn en in hetzelfde spectrum. Dit helpt providers om een pan-Europees netwerk te bouwen.

Het zou het snelst werken als Brussel deze veilingen regelt, maar de lidstaten willen liever zelf de miljarden euro’s incasseren. In het voorstel van Oettinger heeft de EU slechts een coördinerende taak. Er is een stevige lobby van de telecomsector terug te vinden. Ook hebben de Europese uitgevers zich geroerd. Zij zitten achter het voorstel voor een nieuw copyrightsysteem dat journalisten en muzikanten meer armslag moet geven bij hergebruik van hun werk.

‘Linkbelasting’

Bedrijven als Google en Facebook, die geld verdienen met het linken naar materiaal van mediabedrijven (met name kranten), zouden daarvoor een vergoeding moeten betalen. Zo’n related right of ‘linkbelasting’ wijkt af van de opvatting dat je op internet vrij kunt verwijzen naar andere bronnen – op de hyperlink is het hele web gebouwd.

De Amerikaanse internetdiensten zijn een belangrijk doorgeefluik van bezoek aan kranten- en nieuwssites en verdienen zo aan advertenties. Met name Facebook groeit als doorverwijzer – wellicht dat Google zich daarom nu minder hard opstelt. Bij soortgelijke discussies tussen Google en uitgevers in Spanje en Duitsland bleken de nieuwssites te afhankelijk van Google News om Google tot een bijdrage te dwingen.

Of die linkbelasting ongeschonden door de Brusselse molen komt, is onzeker. Wat wel zeker is: het telecomplan is dé methode om euroscepsis te bestrijden. De Romeinen gaven het volk brood en spelen, in de EU krijg je gratis wifi en een goedkope databundel in het buitenland