‘Rutte denkt vooral: we moeten toch wat, we moeten door’

Interview Sheila Sitalsing

Sheila Sitalsing schreef een boek over Rutte. „Tot nu toe won hij altijd op economie de verkiezingen . Nu liggen andere vragen voor.”

Foto ANP / Robin Utrecht

Nederlanders houden van daadkrachtige, degelijke en deskundige premiers. Toen NRC in 2013 het publiek en deskundigen vroeg om hun favoriete leiders te kiezen, kwamen Willem Drees (PvdA) en Ruud Lubbers (CDA) als beste premiers boven drijven. Dit vanwege hun besluitvaardigheid bij het uitbouwen (Drees) en weer saneren (Lubbers) van de verzorgingsstaat, hun ‘gewoonheid’ (bij Drees overigens meer dan bij Lubbers) en hun grote dossierkennis.

Hoewel Sheila Sitalsing het nog veel te vroeg vindt om Mark Ruttes plaats in de geschiedenis te bepalen, denkt de Volkskrant-columniste wel dat de huidige premier goed scoort op bovengenoemde drie d’s. Sitalsing schreef het deze week gepubliceerde boek Mark, portret van een premier.

In een gesprek op een terras in het centrum van haar woonplaats Delft wijst Sitalsing op de vele hervormingen die het tweede kabinet-Rutte in de sociale zekerheid en de woningmarkt heeft doorgevoerd. De ministerraad geldt onder voorzitterschap van Rutte als een geoliede, besluitvormingsmachinerie.

Ook qua ‘gewoonheid’ en deskundigheid scoort Rutte hoog, zegt Sitalsing. Apple-baas Tim Cook was stomverbaasd toen de premier bij een bezoek aan Silicon Valley zijn oude, degelijke Nokia met druktoetsen uit zijn jasje haalde. En qua dossierkennis weet Mark Rutte zijn politieke tegenstanders vaak zo te overladen met feiten, feitjes en getallen, dat deze vaak in verwarring achterblijven. Sitalsing: „Terwijl achteraf blijkt dat het ook nog weleens power play is van Rutte, en dingen niet kloppen. Tijdens een verkiezingsdebat in 2012 overblufte hij Emile Roemer volkomen. De SP-leider had feitelijk gelijk, maar kreeg het niet. Rutte kwam ermee weg.”

Rutte kleven wel meer dingen niet aan. Zo overtrad Ard van der Steur overduidelijk de regels van het dualisme (gescheiden verantwoordelijkheden van Kamer en kabinet) door als Kamerlid het ministerie van Veiligheid en Justitie in en uit te lopen. Toch maakte Rutte even later Van der Steur minister. Hoe kan dat?

„Rutte is buitengewoon pragmatisch. De rechtstatelijkheid, daar hoef je bij hem niet per se mee aan te komen. Hij kent het principe, heeft de boeken erover gelezen. Maar bij hem staat het praktische argument voorop. We moeten toch wat, we moeten door, denkt hij. Terwijl er juist bij Veiligheid en Justitie met open mond is gekeken hoe VVD’ers het departement in en uit liepen. Ze waren qua afstemming wel wat gewend bij het CDA. Maar bij de VVD was het allemaal nog een tandje erger. Het gebrek aan debat erover binnen de VVD heeft ook iets te maken met de traditie van de partij. Het is vooral een gezelligheidsvereniging, ondernemersvereniging. Daarvoor zijn debatten over democratische principes al snel gedoe, gemier.

Niet iedereen gaat daarin overigens mee. Gerrit Zalm [oud-minister, red.] vertelde me dat hem altijd geleerd was dat je niet de hele partijtop die je adviseert tijdens de kabinetsformatie, moet belonen met een kabinetspost. Dan kun je namelijk niet zeker zijn van de zuiverheid, de onafhankelijkheid van de adviezen van die top. Maar wat doet Rutte in 2010? Die neemt de hele partijtop die hem adviseert – Ivo Opstelten, Uri Rosenthal, Edith Schippers – mee het kabinet in. Zonder daar een probleem van te maken. Zalm werpt dus vragen op over het staatsrechtelijk kompas van Rutte.”

Schrijft de pers kritisch genoeg over dit soort zaken? Rutte windt Haagse journalisten om zijn vingers, schrijft u.

„Inderdaad. ‘Ik heb je gelezen, gaaf artikel’, roept Rutte dan tegen journalisten. Veel van hen vinden Rutte aardig, en dat is hij ook. Dat betekent echter niet dat de journalistieke distantie daaronder lijdt. Die is er echt wel. Maar ja, journalisten kiezen Rutte wel twee keer tot politicus van het jaar. Probleem is bovendien: als principiële kwesties niet leiden tot debat in de partij, denken journalisten die daar kritisch over zijn: ik kan het wel blijven opschrijven, maar wat heeft dat voor zin?”

Zal Ruttes plaats in de geschiedenis straks mede worden bepaald of hij de populistische uitdaging van Geert Wilders aankan?

„Zeker. Probleem daarbij is: tot nu toe heeft Rutte verkiezingen gewonnen op economische thema’s. In de aanloop naar de volgende verkiezingen ligt een totaal andere agenda voor: Wat bindt ons? Wat scheidt ons. Wat leidt ons? Allemaal identiteitsvragen die Rutte nooit echt beantwoord heeft. Toen een student hem vroeg tijdens het programma College Tour: ‘Wat is de Nederlandse identiteit?’, antwoordde Rutte: ‘Nou, Nederland heeft een heel sterke identiteit.’ Punt. Maar juist hierop zal de premier de komende tijd beklemmender bevraagd worden. Ik weet niet hoe dat gaat aflopen.”

Lees hier de recensie: De lichtjes in de ogen van Mark