Repeteren in je onderbroek

Interview Reinier Baas

Gitarist Reinier Baas geldt als een belangrijke aanjager van een nieuwe lichting Nederlandse jazzmusici. Hij componeerde een jazzopera over de ‘bovenaards mooie’ prinses Discombobulatrix, „een nogal seksueel duivels karaktertje”.

Reinier Baas ©

Op zijn linkerpols staan twee zwarte streepjes. Bij drie van zijn knokkels kruizen. Als gitarist Reinier Baas zijn vingers vouwt om de gitaarhals wordt hij er steeds aan herinnerd: rechte rug, lage ademhaling, niet knijpen in die snaren. Drie jaar geleden kreeg hij last. Een blessure aan zijn pols, een peesontsteking, RSI-achtige klachten. Het werd een ‘stresskwestie’: „Als ik maar kan spelen.” Mensendiecktherapie bracht hem inzicht. Smakelijk vertelt Baas nu hoe hij in zijn onderbroek voor de – overigens stokoude – therapeute gitaar moest spelen. En hij werkelijk álles verkeerd deed wat houding en ademhaling betreft.

„De spanning in mijn lijf was veel te groot”, zegt Baas, met koffie op het terras. „Je moet net hard genoeg drukken en niet keihard. Van een acterende vriendin leerde ik dat publiek niet meekomt door harder te spelen. Terwijl dát je eerste impuls is: meer noten, meer kracht. Concertpianisten bijvoorbeeld zoeken eerst een plek in zichzelf op waar ze rustig zijn. Die handen blijven dan even boven de toetsen zweven. Ontspannen, goed ademen. Ik ben anders gaan spelen.”

De in Hilversum geboren Reinier Baas (31) sloot het Amsterdams Conservatorium in 2010 cum laude af. Hij was solist bij het Nationaal Jeugd Jazz Orkest. In 2011 debuteerde hij met zijn cd More Socially Relevant Jazz Music. Niks ‘sociaal relevante’ muziek was dat, maar uitbundig ronkende jazz met meerdere lagen. Sindsdien wordt de Amsterdamse gitarist beschouwd als een van de belangrijkste aanjagers van een nieuwe lichting Nederlandse jazzmusici. Zijn tweede plaat Mostly Improvised Instrumental Indie Music, waarop indie, modern klassieke muziek en improvisatie versmolten werd in 2013 bekroond met een Edison.

De prinses is symbool voor alles wat lekker is en gevaarlijk

Zijn muzikale identiteit is mede gegroeid doordat Baas veel componeert. „Improvisatie is versnelde compositie. Door intuïtief te improviseren kun je op de mooiste dingen komen.” Op het podium is Baas een blikvanger met een eigenwijze kuif, die zijn akkoorden ogenschijnlijk losjes over elkaar laat buitelen. Er zijn snelle grooves, maar ook open snaren – lang doorklinkende notenspetters, als een waterval. Hij bestudeerde de boventonen, de flageoletten. Het liefst speelt hij ‘droog’, zonder reverb, delay of ander effect. „Als je net van school afkomt, ben je nog zo met je instrument bezig. Het duurt echt lang voordat je je instrument beheerst – wat jazzpianist Kenny Werner effortless mastery noemt. Dat je je handen zonder te kijken neerzet.”

Een kleine creatieve nachtmerrie

In 2015 kreeg Reinier Baas de compositieopdracht die het North Sea Jazz Festival jaarlijks uitschrijft. Hij mocht een uur nieuwe muziek schrijven en uitvoeren met musici naar wens – de mooiste uitnodiging die je je als musicus kunt wensen, maar voor Baas voelde het ook als een kleine creatieve nachtmerrie. „Ik probeer elke dag te schrijven. Kleine etudes zijn al een startpunt, dan komt het vanzelf. Maar met een leeg vel blokkeer ik. Als er geen kaders zijn, is er ook geen aanknopingspunt, geen vorm. Waar begin je?”

Hij verzon een soort sprookje dat hij kon gaan voorzien van muziek. Zie het als een soort soundtrack, verduidelijkt hij. De balletmuziek van Stravinsky en Prokofjev inspireerde hem. Nu ligt er zijn Reinier Baas vs Princess Discombobulatrix, een wat surrealistische jazzopera die tussen klassieke muziek en improvisatiemuziek laveert. Het mooie geïllustreerde blikken doosje bevat de cd, een downloadcard, ansichtkaarten en een 24 pagina tellend stripboek gemaakt door illustrator Typex, die in felle potloodstreken de tragedie verbeeldde van de „bovenaards” mooie prinses Discombobulatrix.

De spanning in mijn lijf was veel te groot

De prinses is, aldus Baas, een „nogal seksueel duivels karaktertje”, een femme fatale die een spoor van vernieling achterlaat. Hoe ze met haar sigaretje de mannen verleidt. Hoe ze ontaardt in woede en dan plots verandert in een zinderende rookpluim. Hoe ze danst met de magiër die haar vervloekt. Discombobulatrix is vrij afgeleid van ‘discombobulated’, wat ‘in hevige staat van verwarring’ betekent.

Was de compositieopdracht op North Sea Jazz nog tamelijk abstract, met enkel tot verbeelding sprekende songtitels, met zang van sopraan Nora Fischer en de theatrale stripuitbeelding van Typex is het een breed uitgewerkt project. Binnenkort zijn er vijf shows. „Ik wilde eerst zien wat de uitwerking was op North Sea Jazz”, verklaart Baas. „Er moest nog veel op zijn plek vallen. Zoals mijn compositietechniek, waarvoor ik heel veel klassieke muziek heb bestudeerd. Hoe Apollon Musagète van Stravinsky stoelt op een motiefje van vier noten. Dat is technisch zo indrukwekkend. De composities van Lili Boulanger. Ik heb orkestratielessen genomen en veel bestudeerd op YouTube. Waanzinnig wat je daar allemaal kunt vinden.”

Zijn opera voert via drie aktes langs talloze muzikale thema’s. De personages hebben hun eigen melodieën die steeds terugkomen, in andere toonsoorten of omgekeerd. „De processen die ten grondslag liggen aan het componeren van jazz en klassiek, de parameters, zijn melodie, harmonie, vorm, tempo, ritme, timbre en orkestratie. Bij klassiek liggen die gegevens vast. Bij freejazz ligt niks vast, op misschien de orkestratie na. Mij leek het interessant om steeds een van die punten aan de muzikanten over te laten. Sommige stukken hebben daarom geen vast tempo. Of geen melodie, er kan gesoleerd worden. Of de musici vullen zelf akkoorden in. Heel spannend.”

In ‘Introduction To Waltz’ draait het enkel om harmonie. De arpeggio’s zijn voor klarinet en basklarinet, in twee verschillende toonsoorten. „En ze mogen zo snel of langzaam als ze willen spelen. Als het maar alleen die noten zijn.” Dat klinkt elke avond heel anders. Het is een contrast met het gevoelvolle dramatische einde in ‘The Dramatic Demise of Princess Discombobulatrix’, dat vrij afgebakend is met alle strijkers, met een solo voor basklarinettist Joris Roelofs. De muziek schreef Baas echt óp de musici, zoals Ben van Gelder, David Kweksilber. „Ik prijs me gelukkig met deze groep musici, in totaal zestien op de plaat, die zowel kan uitvoeren wat je hebt geschreven als improviserend veel zegt.”

Bij de koningin aan de lunch

Bij de show komen projecties van Typex. Baas ontmoette de tekenaar „bij de koningin aan de lunch”. Beiden waren uitgenodigd voor de jaarlijkse Prijswinaarslunch; Typex om de Willy VanderSteen-prijs voor zijn Rembrandtboek. Reinier Baas om zijn verkregen Jazz Edison. „Ik was direct zeer gecharmeerd van hem en van zijn werk”, zegt Baas. „Hij kreeg dan ook veel vrijheid om dit verhaal te interpreteren. Zijn prinses werd een donker ongrijpbaar, hysterisch watervlug type met een soort gebroken hart als haar. Ze staat symbool voor alles wat lekker, maar gevaarlijk is. Ja, de aantrekkingskracht van het duistere, het zelfdestructieve is groot. Ook in dit vak.”

Het brave stempel dat zijn generatie musici opgeplakt krijgt irriteert hem danig. „Braaf? Wat weten jullie er nou van? Wie weet wat ik ’s nachts doe?” Maar tegelijkertijd, vult hij aan, kan je je als muzikant niet altijd permitteren naar de klote te gaan. „De jazzverhalen over helden als Dexter Gordon en Charlie Parker zijn romantisch, maar ze liepen weinig goed af. Hier en daar zie ik nog wel gasten aan de heroïne zitten. Die dus ook voor geen meter spelen. Enig zelfbehoud is nodig.”

Ik heb orkestratielessen genomen op YouTube. Waanzinnig wat je daar allemaal kunt vinden

Dat hij zijn muziek zelf uitbrengt, is een flinke investering, maar alles kan dan op eigen voorwaarden. „Typex en ik hadden een helder beeld van wat we wilden.” Het harde werken neemt hij voor lief. Zijn inkomen mag een lappendeken zijn, de gitarist is trouw aan zijn muziek. Baas zul je geen knieval voor commerciële muziek zien maken. Hij geeft graag les, aan de conservatoria van Rotterdam en Amsterdam. Dat voorkomt, zegt hij met gevoel voor drama, dat hij muziekkeuzes moet maken, waarna hij zich „huilend in de douche moet schoonboenen”.

Baas kiest bewust voor improvisatiemuziek. Hij speelt op de komende October Meeting in het Bimhuis, een freejazzweekend voor toonaangevende jonge musici. Het spreekt hem aan dat er op het podium directe communicatie is. Jazzpubliek heeft een lange adem, zegt hij. „Luisteraars zijn loyaal, ze komen steeds terug.” Lang trok hij zich weinig van anderen aan. Nu weet hij dat juist het publiek je tot grote hoogtes kan brengen. „Zeker als ze dicht op je zitten. Ze worden onderdeel van het proces. Het is een grote universele energie waar je inplugt.”