Porseleinkast

In Rotterdam zijn we al jaren gewend aan nationalistische uitingen van Turkse stadsgenoten, maar dusver beperkten die zich vooral tot voetbal. Bij winst van Fenerbahçe, Galatasaray of het Turks nationaal elftal is het traditie geworden om met Turkse vlaggen toeterend over het Hofplein te rijden. Maar als je aan jonge Turken in Rotterdam vraagt een lijstje te maken van hun favoriete elftallen, dan zetten de meesten toch Feyenoord bovenaan, gevolgd door een Turkse club, dan het Turks elftal en tot slot Oranje. En lijkt het dus nogal mee te vallen met dat vermeende gebrek aan loyaliteit. Bovendien, zo zeggen ze zelf, kun je van je vader en je moeder evenveel houden.

De dag na de mislukte staatsgreep in Turkije hing de stad vol met Turkse vlaggen en stonden diezelfde jonge Turken te demonstreren voor het Turkse consulaat om steun te betuigen aan Erdogan. Ze kwamen vooral in het nieuws vanwege agressief gedrag tegen een televisieploeg van de NOS, omdat de omroep volgens hen een verkeerd beeld zou schetsen van de situatie in Turkije. Een fragment dat premier Rutte uitkoos voor Zomergasten, waarna hij in niet mis te verstane bewoordingen („pleur op”) duidelijk maakte hier niet van gediend te zijn. Zijn toon en woordkeus lijken rechtstreeks te zijn afgekeken van de burgemeester van Rotterdam, die met zijn „rot-op” uitspraken na de aanslagen in Parijs landelijke (en internationale) populariteit verwierf.

En ook in de Turkse kwestie wil Aboutaleb laten zien dat hij de baas is in de stad. Hij werd boos op de Turkse consul (die Gülen-aanhangers in Nederland terroristen noemde), boos op Turken die vonden dat hij een demonstratie van Koerden had moeten verbieden, boos op de bedreigers van Gülen-aanhangers. Zijn felheid werd hem door de pro-Erdogan-zuil in Rotterdam niet in dank afgenomen en hij verspeelde daarmee zelfs zijn positie als bruggenbouwer. De Turkse consul en de Turkse organisaties willen niet meer met hem om tafel. Aboutaleb gaat als een olifant door een porseleinkast, vinden ze. Maar waar de woorden van Rutte ongepast en gekunsteld klonken, maakt Aboutaleb zich oprecht (en terecht) kwaad over de ontstane situatie in zijn stad, waar mensen (zelfs kinderen) van de ene op de andere dag bedreigd, geïntimideerd en buitengesloten worden.

Aboutaleb, hoewel fel, heeft zich toch meerdere malen bewezen als bruggenbouwer. Maar ditmaal is hij misschien te ver gegaan. Intussen wordt achter de schermen voorzichtig gepoogd de kampen bij elkaar te brengen. De burgemeester zou er verstandig aan doen zich daar voorlopig niet mee te bemoeien, om de Turkse gemeenschap de kans te geven deze gevoelige kwestie eerst onderling op te lossen, hoe kansloos dat momenteel ook lijkt.

Mirjam de Winter (@mirjamdewinter) is freelancejournalist en stadsgids in Rotterdam