Orkest klinkt onherkenbaar intens

Concertgebouworkest

Onder leiding van de nieuwe chef Daniele Gatti beukte het Concertgebouworkest woensdag tegen de akoestische pijngrens aan. Een nieuw era is nu echt begonnen.

Daniele Gatti fietst derode loper op Foto ANP / Remko de waal

Hypertheatraal, overdadig, vol religieuze extase en net vol testosteron. Maar welke uitroeptekens en vragen er gisteravond ook door je hoofd schoten tijdens Mahlers Tweede symfonie door het Concertgebouworkest onder zijn nieuwe chef Daniele Gatti - het was hoe dan ook een onvergetelijk evenement. Omdat het orkest nooit eerder in anderhalf uur zo vaak tegen de akoestische pijngrens aanbeukte. Omdat het temperament – soms leek het orkest haast onherkenbaar - net zo mediterraan was als de lucht buiten. Omdat het besef indaalde dat na de bescheiden en devote vorige chef Mariss Jansons en zijn zwierige Mahlers écht een nieuw era is begonnen. En door het inzicht: Gatti is een dirigent die je laat nadenken over wat interpretatie eigenlijk is, moet zijn of mag zijn anno 2016.

Extremen

Gatti is een dirigent van extremen. Zijn blik op Mahlers omvangrijke Tweede – onderdeel van een geplande Mahlercyclus in de komende vijf jaar - was daarop geen uitzondering. Soms reten de Gattiïsmen in de interpretatie (lange adempauzes, extreme vertragingen of versnellingen) nodeloos de opgebouwde spanning uitéén. Maar er waren ook eigenzinnigheden die bekoorden. Het Andante moderato zong; koperpassages ontroerden door de innige, gewijde klank. Maar in het slotdeel leek het door de stortvloed aan martiaal geroffel soms ook wel oorlog.

Een walgelijk circus, vond iemand na afloop. Geweldig, zei een ander. Overkoepelend was het een enorm succes. Het orkest speelde op zijn tenen, maximaal energiek en betrokken.

Eigentijds publiek

Over de interpretatie kan en zal worden gesteggeld. Wat Gatti doet, al die fortississimi, al dat theater en die extra cesuren: wat zou Mahler daarvan hebben gevonden? Maar door die vraag vlocht zich een andere gedachte. Als films en series (of misschien onze hele tijdsbeleving) sneller, feller en intenser zijn geworden, wie zegt dan dat Mahleruitvoeringen dat niet óók mogen zijn om eigentijds publiek te boeien?

Het wederopstandingspandemonium in het slotdeel werd uitgesteld tot het laatst. Daar werden dan ook alle registers open getrokken. Langzaam, met het fraai zingende Groot Omroepkoor luider dan je ooit hoorde. En volkomen gemeend.