Oproep: snel extra geld voor research

Wetenschapsbeleid

Brede coalitie van bedrijven en instellingen vindt overheidsinvestering in onderzoek veel te schraal.

Jaarlijks een miljard euro extra voor onderzoek en ontwikkeling (research & development, r&d). Dat vraagt een brede coalitie van universiteiten, bedrijfsleven, technologische instituten en hogescholen vandaag aan de overheid. „Want we vinden de overheidsinvesteringen in r&d echt te schraal worden”, zegt voorzitter Hans de Boer van bedrijfskoepel VNO-NCW.

De Nederlandse departementen bezuinigen de komende jaren honderden miljoenen op hun uitgaven aan r&d, die in 2014 uitkwamen op 4,4 miljard euro. Terwijl Brussel juist meer investeringen van de lidstaten verwacht, omdat r&d als een steeds belangrijkere motor van economische groei en welvaart wordt gezien. Voor 2020 ligt er voor de EU-lidstaten een doel van 3 procent van het bruto binnenlands product (voor bedrijfsleven en overheid gecombineerd). Nederland schommelt al jaren rond het Europees gemiddelde – 2 procent – maar zal door de geplande overheidsbezuinigingen daaronder zakken. Terwijl het tegelijkertijd internationaal tot de top van kennislanden wil blijven behoren. Vandaar de „urgente oproep” van bedrijfsleven en kennisinstellingen tot méér publieke r&d-investeringen. Met een miljard euro extra, en ook nog eens zo’n 3 miljard erbij vanuit het bedrijfsleven, komt Nederland dicht in de buurt van de 2,5 procent van het bbp, het doel voor 2020. En het trekt miljarden extra aan van institutionele beleggers.

Los van die doelstelling staat Nederland, net als de rest van de wereld, ook gewoon voor allerlei grote uitdagingen die aangepakt moeten. Klimaatverandering, milieuverontreiniging, uitputting van grondstoffen en biodiversiteit, sociale onrust, ongelijkheid. Antwoorden daarop vragen juist om extra onderzoek, meer geld voor proeftuinen, zegt voorzitter Karl Dittrich van de Vereniging van Universiteiten.

Of een volgend kabinet dat extra geld beschikbaar stelt, moet blijken. Maar voorzitter José van Dijck van de Koninklijke Nederlandse Akademie van Wetenschappen bespeurt al wel een gedragsverandering bij de departementen. Jarenlang was de opstelling dat de Nederlandse wetenschap goed en efficiënt draait, ondanks toenemende klachten over te hoge competitiedruk, en over dalende kansen op onderzoeksgeld. „Maar de toon is veranderd”, zegt Van Dijck. In juli verscheen een interdepartementaal rapport dat allerlei belemmeringen voor wetenschap en innovatie opsomt. Achterblijvende investeringen in infrastructuur, te weinig geld om talentvolle onderzoekers op te leiden en aan te trekken, te weinig langetermijnonderzoek omdat de financiering in toenemende mate op projectbasis is. Dat rapport heeft Van Dijck aangenaam verrast. Volgens Erik Drop, adjunct-directeur strategie bij TNO, is er zelfs sprake van „een trendbreuk”. Het besef van het belang van r&d voor economische groei en het oplossen van maatschappelijke uitdagingen is doorgedrongen.

Van Dijck denkt dat die veranderde, meer bezorgde toon te maken heeft met de discussies over de vorig jaar opgestelde Nationale Wetenschapsagenda. „Die bijeenkomsten hebben zoveel energie losgemaakt”, zegt Van Dijck. Volgens Drop heeft de omslag mede te maken met recente kritische rapporten vanuit Brussel en de OECD over het r&d-klimaat in Nederland.